Preek van de week

Hieronder treft u regelmatig een preek van een lid van het pastoraal team. Preken van voorgaande zondagen zijn te vinden in het archief. Wilt u de preek van de week volgens via RSS? Gebruik dan deze RSS link.

Preek 3e adventszondag jaar B. Jes. 61, 1-11. De revolutie van God.

De eerste lezing van vandaag uit de profeet Jesaja is een tekst met een zeer bijzondere betekenis. Dit is namelijk de tekst die Jezus uitkoos, toen Hij in zijn thuis-synagoge in Kafarnaüm uit de Schrift las en voor de eerste keer preekte “voor eigen parochie”. Hij koos deze tekst om daarmee naar zichzelf te kunnen wijzen en om te kunnen zeggen: deze profetie is nu werkelijkheid geworden (Luc. 4, 16-22). Hij koos tekst omdat het zijn leven en zending samenvat. Deze tekst maakt duidelijk waar het God in Jezus om te doen is.

Zo staat er: “De geest des Heren rust op Mij” (Jes. 61, 1). In Lucas staat er: “De geest des Heren is over Mij gekomen” (Luc. 4, 18). Hierin hoor je de echo uit het scheppingsverhaal: “De geest van God zweefde over de wateren” (Gen. 1, 2). Dit is allemaal dezelfde Geest, namelijk de Geest die scheppingskracht in zich draagt. Jezus zegt: diezelfde scheppende geest rust nu op Mij. Met andere woorden: in Jezus is de scheppende macht van God werkzaam. Advent is de tijd waarin we uitzien naar die scheppende Geest in Jezus. Daarmee is Advent zoveel méér dan een voorbereidingstijd op een aantal gezellige feestdagen met familie en vrienden. Advent is de tijd waarin we ons voorbereiden op een revolutie! Fidel Castro riep altijd: “Viva la revolución!”. Daarmee bedoelde hij een aardse revolutie. Wij bereiden ons voor op een geestelijke, hemelse, goddelijke revolutie, namelijk Gods menswording in Jezus! Dat is een complete omwenteling van God zien en beleven. 

Dat idee van revolutie (omwenteling) onderstreept de Kerk door in de Advent te lezen uit Jesaja. Het boek Jesaja bestrijkt drie perioden: voor, tijdens en na de ballingschap. De ballingschap betekende voor het joodse Volk het einde van het Beloofde Land. Dat Land, dat hen door God geschonken was, bestond niet meer! De Tempel in Jeruzalem was met de grond gelijk gemaakt. Het Volk was uit het Beloofde Land weggevoerd en leefde in een vreemd land, onder een vreemde koning en met vreemde goden; een diep traumatische gebeurtenis! Maar Jesaja stelt het Volk gerust: God zal het Beloofde Land én de Tempel herstellen. Dat gebeurt uiteindelijk ook, in één Persoon. Jezus herbouwde de Tempel in drie dagen (Joh. 2, 19) – waarmee Hij verwijst naar zijn verrijzenis en de tempel van zijn Lichaam (Joh. 2, 21) – en verkondigde het Koninkrijk van God. Een revolutie! Toen én nu.

En dat alles wordt aangekondigd door een man die in zichzelf ook een beetje een revolutie was, een onaanzienlijke, stinkende man uit de woestijn, gekleed in kamelenvellen en levend van sprinkhanen en wilde honing: Johannes de Doper. Hij roept op tot bekering en gebruikt daartoe de woorden van Jesaja: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht!” (Mat. 3, 3 = Jes. 40, 3). Johannes zegt daarmee: er is een revolutie op handen! Hij wijst naar een jonge rabbi uit Galilea met de naam Jezus. En wat zegt Jezus? “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij” (Mat. 4, 17). Hij zegt daarmee: het Volk heeft nu geen aardse koning meer, maar een hemelse. En het Beloofde Land is geen afgemeten, begrensd stukje aarde meer, maar een onmetelijk Rijk dat zich uitstrekt tot in de hemel: het Koninkrijk van God. In Jezus is God onder zijn Volk gekomen, in hoogsteigen persoon.

Wat houdt dat Koninkrijk in? Dat wordt duidelijk in wat in de evangeliën gaat volgen: Jezus’ optreden, prediking, goede werken, wonderen en omgang met tollenaars en zondaars. Gods Koninkrijk betekent: zonden worden vergeven, scheidsmuren worden weg gehaald, vrede wordt verkondigd, liefde wordt gepredikt. Jezus is de verpersoonlijking van Gods koningschap op aarde. Echter, aardse koningen en heersers dulden geen figuur als Jezus (dat zien we trouwens nog steeds). Dat leidt tot zijn dood, een dood in Romeinse stijl: kruisiging. Kruisiging hadden de Romeinen tot in perfectie ontwikkeld. Geen mens die dat overleefde. Maar dan komt de climax: God doet Jezus uit de dood opstaan. De verrijzenis is de bevestiging dat in Jezus God werkelijk heerst. De revolutie is compleet! En als verrezen Koning verschijnt Hij aan zijn leerlingen en Hij eet met hen. Thomas mag zijn vingers in de kruiswonden leggen. Daarmee onderstreept God dat zijn Rijk is gekomen om te blijven, dat het niet de zoveelste opleving in de geschiedenis van Israël is. 

Op de komst van dat Koninkrijk bereiden wij ons deze Advent voor. Dat is je voorbereiden op een revolutie, want wat was zal niet meer zijn. God komt in hoogsteigen persoon in je leven om vanuit je hart te heersen. Laat je Hem toe? Dat is de huiskamervraag van deze Advent. Pas op: Hem toelaten is de leven omgooien. Wie durft? Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top