Preek 18e zondag in jaar A over 2 Petr. 1, 16-19: christelijk geloof is geen mythe!

Sommige Christusfeesten zijn zo belangrijk, wanneer ze op een zondag vallen, dan moet het normale lezingenrooster ervoor wijken. Zo ook vandaag, op de feestdag van de Gedaanteverandering van de Heer. We vieren het elk jaar op 6 augustus, precies veertig dagen voor het feest van Kruisverheffing. Om dit feest te begrijpen, helpt ons de tweede lezing van vandaag uit de tweede brief van de apostel Petrus. Daarin getuigt Petrus van zijn ervaring met de Gedaanteverandering. Deze ervaring deed hem beseffen dat Jezus geen mythe is, maar dat Hij heel concreet in de geschiedenis staat. Petrus schrijft: “Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar spraken wij als ooggetuigen van zijn luister” (v. 16). Veel mensen scharen het christelijke geloof in het rijtje van de oude mythen. Het christelijke geloof is het zoveelste eeuwenoude mythische verhaal over lijden en sterven, over vallen en opstaan, zeggen ze dan. Wel, dan citeer ik altijd de Engelse christelijke (Anglicaanse) schrijver C. S. Lewis (1898-1963): zij die denken dat het geloof een mythe is, hebben niet veel van mythen begrepen! Ik vind dit een prachtige doordenker.

Wat zijn mythen? Mythen zijn antieke verhalen over goden, godinnen, halfgoden en helden. Bekend zijn de verhalen uit de Griekse mythologie. Denk hierbij aan verhalen over de oppergod Zeus, de god van de zee Poseidon, de liefdesgodin Aphrodite, enzovoort. Zeus was de god van de hemel en de lucht. Daarom is hij de oppergod, want zonder lucht kan niemand leven. Lucht is prachtig: avondluchten en zonsondergangen zijn betoverend. Maar lucht is ook gevaarlijk, zoals we zien bij stormen en tornado’s, bij blikseminslag en enorme regenval. Hetzelfde geldt voor de zee. Ook de zee is prachtig, vooral langs de kusten van de Middellandse Zee. Je kunt er heerlijk in zwemmen. Maar ook de zee kan gevaarlijk zijn: schepen kunnen erin vergaan en een tsunami spoelt alles weg. Zeus en Poseidon waren machtige goden, zowel aantrekkelijk als gevaarlijk. Een andere prachtige mythe is die van Demeter en Perséphoné. Demeter was de godin van de landbouw en Perséphoné was haar dochter. Hades, de god van de onderwereld, werd verliefd op Perséphoné en kidnapte haar. Demeter smeekte om haar dochter vrij te krijgen. Ze komen tot een compromis: ’s winters blijft Perséphoné in de onderwereld en ’s zomers mag ze bij haar moeder zijn. Dat verklaart de seizoenen: ’s winters is Demeter verdrietig en groeit er niets en ’s zomers is ze blij en staat alles in bloei. Zo probeerde men de wisseling van de seizoenen te begrijpen, verpakt in een prachtig mythisch verhaal. Dat is de functie van mythen: het zijn abstracte vertellingen van algemene waarheden over de wereld waarin wij leven en over ons eigen menselijk bestaan met al zijn schoonheid én al zijn gevaren. 

Geen één mythe vermeldt waar en wanneer ze precies hebben plaatsgevonden. Voor sprookjes geldt hetzelfde. Die beginnen allemaal met: “Er was eens lang geleden in een land hier heel ver vandaan”. Zo beginnen trouwens ook de Star Wars films: “A long time ago in a galaxy far, far away”. Exacte periode en concrete plek worden nooit genoemd. Indien zo, dan zouden we de mythen op basis van kritisch historisch onderzoek op juistheid kunnen verifiëren. Dat is echter niet de bedoeling, want mythen zijn abstracte vertellingen van algemene waarheden. Mythen staan tegenover concrete geschiedenis. Julius Caesar, Karel de Grote, Willem van Oranje, Napoleon, Adolf Hitler, Albert Einstein, John F. Kennedy (enz.) zijn geen mythische figuren, maar historische personen. Zij allen leefden in een concrete periode in de geschiedenis en in een bekend land of oord. 

Zo is ook ons christelijke geloof heel concreet én historisch. Het Evangelie is verre van “er was eens lang geleden”. Integendeel: het biedt ons voldoende aanwijzingen om het in de concrete geschiedenis te plaatsen. Zo noemt Lucas de namen van de Romeinse keizer Augustus en de Syrische landvoogd Quirinius (Luc. 2, 1-2). Wij noemen elke zondag in de geloofsbelijdenis de naam van Pontius Pilatus. Dat zijn allemaal aanwijsbare historische figuren. Daarmee halen we het geloof uit de sfeer van mythen en sprookjes. Toch zijn er vele mensen die het christelijke geloof scharen in de lange rij van sprookjes en mythen. Zij missen de clou van het geloof, namelijk dat het christendom geen abstracte waarheid verkondigt, maar een hele concrete weg, waarheid én leven in de persoon van Jezus, in wie God mens is geworden. God is niet voor zijn eigen plezier of om zijn eigen tekorten mens geworden, maar wil daarmee ieder mens laten delen in zijn goddelijk leven. 

De getuigen van de Gedaanteverandering (Petrus, Johannes en Jacobus) hebben Gods menswording in Jezus gezien én hebben Hem verkondigd tot aan de uithoeken van de toen bekende wereld. Dat hebben ze uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Voor zover ik weet hebben de mythische goden geen martelaren. Jezus is de persoonlijke en concrete uitnodiging van God om met Hem te zijn: hier, nu, in alle eeuwen. Het laatste dat het christelijke geloof wil zijn is een mythe! Het christelijke geloof wil ons helpen in ons concrete bestaan en wil voor ons een licht zijn op de weg die wij door dit weerbarstige leven gaan. Moge wij op die weg steeds door de ware en enige God gesterkt. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top