MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 16e zondag in jaar B: Jer. 23, 1-6. De wettelijke afstammeling van David.

22 juli 2018

Bijna alle culturen in de oudheid werden geleid door alleenheersers, vaak koningen. Een parlementaire democratie, zoals we die nu kennen, bestond toen nog niet. In al deze culturen werden de koning letterlijk en figuurlijk de hemel in geprezen. Zij moesten als god worden aanbeden, zoals de farao’s van Egypte, de keizers van het Romeinse Rijk en de koningen van Babylon. De status en de macht van de koning weerspiegelde de status en de macht van de natie. Dat is niet alleen iets van vroeger, dat zien we ook in onze tijd. De leiders van het communistische Oostblok moesten ook vereerd worden, als waren zij goden. Neem bijvoorbeeld Jozef Stalin (1878-1953): zijn persoonsverheerlijking kende geen grenzen en voor veel Russen is hij nog steeds de onbetwiste held. We zien hetzelfde met de leiders van Noord-Korea, voor wiens beeltenis zich iedere knie moet buigen.

Zo is het niet met de koningen van Israël. De Bijbel is opvallend realistisch over hen. Sterker nog: vele profeten uiten openlijk kritiek op hun koningen. Dat zou je in het Egypte van die tijd eens moeten proberen of met de Romeinse keizers. Kritiek op de machthebber kostte je je kop. We zien dat nog steeds in landen als Rusland, waar kritische journalisten worden vermoord. In de Bijbel krijgen de koningen van Juda en Israël regelmatig de wind van voren van profeten die in naam van God spreken. Het grote verschil tussen de koningen van Juda en Israël en de koningen van de omringende landen is het feit dat de koningen van Israël geen goddelijke status hadden, maar zélf onderdanig waren aan God. Op basis van dit gegeven konden profeten optreden. Dat was overigens geen dankbare taak. Veel profeten hadden het zwaar te verduren, zoals Jeremia. Hij beschuldigt de koningen van corruptie en machtsmisbruik, maar bovenal van ontrouw aan God.

In de tijd van Jeremia was de situatie in het Beloofde Land hopeloos. De koningen hadden er een zooitje van gemaakt. De koning van Babylon viel met zijn legers het Beloofde Land binnen en namen alle inwoners in ballingschap mee. De Tempel en heel Jeruzalem werd met de grond gelijk gemaakt. Jeremia spreekt Gods woord en is furieus: “Wee de herders! (…) Door uw schuld zijn mijn schapen verloren gelopen en uiteen gedreven” (v. 1-2). Wat er volgt is in feite een ontslaggesprek. God ontslaat de koningen van Israël, want ze kunnen zijn Volk niet weiden. God zal zélf een wettelijke afstammeling van David doen opstaan om zijn Volk te leiden (v. 5). Wij weten wie die wettelijke afstammeling is: Jezus van Nazareth. In Hem wordt God zélf Herder en Koning van zijn Volk. God zegt via Jeremia tot de koningen: jullie kunnen er niets van, Ik doe het zelf wel! De vraag is: wie is die wettelijke afstammeling van David? God zelf of een mens? Het antwoord is: beide.

God wordt Koning door een afstammeling van David en Hij zal heersen over zijn Volk. Met dit in ons achterhoofd kunnen we nu naar het Evangelie kijken. Jezus is die wettelijke afstammeling van David. Elk evangelie benadrukt dat. Regelmatig wordt Jezus voorgesteld en aangeroepen als Zoon van David. Ook de goddelijke afstamming wordt benadrukt, bijvoorbeeld in de wonderen die Jezus verricht en de zonden die Hij vergeeft. Hier, in deze Jezus, in deze Zoon van David, is God als Koning van Israël aanwezig! Dat wordt ook duidelijk wanneer Jezus zijn apostelen bij zich roept: Hij brengt als een Koning zijn Volk bij elkaar. De twaalf apostelen staan symbool voor de twaalf stammen van Israël.

Wellicht denkt u: interessant, die geschiedenis, maar wat heeft dat met mij van doen? Laten we eens eerlijk zijn: Hebben we niet allemaal diep van binnen de behoefte aan richting en sturing? Waar gaan we naartoe? Waar zal deze wereld eindigen? Waar doe ik het allemaal voor? Dat zijn diep-fundamentele vragen die in iedere mens leven. We zijn geneigd om te zeggen: ik bepaal zélf de richting van mijn leven! De wereld om ons heen wil ons wijsmaken dat we zelf volledig de regie kunnen voeren over ons leven. De vraag is: is dat ook zo? Ik spreek regelmatig mensen die een voorbeeldig leven leiden, alles onder controle hebben, totdat er een ernstige ziekte de kop op steekt. Dan zijn ze ineens stuurloos, machteloos, radeloos en soms hopeloos. Op die momenten hebben we behoefte aan sturing, aan iets of iemand die boven ons staat en ons bij de hand neemt.

Zo is iedere mens, niemand uitgezonderd, als een schaap zonder herder. Het Evangelie wil ons ervan verzekeren: die Herder, die wij allemaal zoeken, is gekomen in Jezus. In Jezus wil God als Koning ons leven sturen en leiden. De vraag is: durven wij ons leven, ons bestaan, ons wezen aan Hem toe te vertrouwen? Dat is een vraag die ik niet voor u kan beantwoorden, maar die alleen uzelf kunt beantwoorden. Moge God u, in de kracht van zijn Heilige Geest, bijstaan in al uw noden. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 20e zondag in jaar B: Spr. 9, 1-6. Gods wijsheid als overvloedige maaltijd.
19 augustus 2018
Preek hoogfeest Maria Tenhemelopneming 2018. De waardigheid van de mens.
18 augustus 2018
Preek 18e zondag in jaar B: Joh. 6, 24-35. “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat”.
5 augustus 2018
Preek 17e zondag in jaar B: Joh. 6, 1-15. De eucharistie volgens Johannes.
29 juli 2018
Preek 15e zondag in jaar B: Ef. 1, 3-14. Niet zwijgen, maar blijven vertellen!
15 juli 2018
Preek 13e zondag in jaar B: Marc. 5, 21-43. Jezus, Bron van Leven.
1 juli 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen