MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 18e zondag in jaar B: Joh. 6, 24-35. “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat”.

5 augustus 2018

Ook ik lig wel eens languit op de bank met de voeten op tafel alle tv-zenders af te zappen; met de blik op “eindig”, want er is niets zo vergankelijk als wat er op tv wordt uitgezonden. Dan blijf ik wel eens steken bij Family 7, een zender die veel diensten uitzendt van (vaak Amerikaanse) tv-dominees, zoals Joyce Meyers, Joel Osteen, Joseph Prince en Creflo Dollar. Vooral deze laatste doet zijn achternaam eer aan, want van die dollars heeft hij er vele! Wat hebben al deze tv-dominees met elkaar gemeen? Zij verkondigen, wat met een Engelse term wordt aangeduid, het “prosperity gospel”: het evangelie van de welvaart.

Het prosperity gospel houdt in: volg de regels van God, houd je aan zijn geboden, en je zult met name veel materiële welvaart ervaren: een gevulde bankrekening, een mooi huis, een prachtig gezin, verre vakanties, enzovoort. Tot op zeker hoogte hebben deze tv-dominees, op Bijbelse gronden, een punt. In het Oude Testament lees je regelmatig, dat wanneer je je aan Gods geboden houdt, het je in allerlei opzichten goed zal gaan. Het tegenovergestelde lees je ook: als je je van God afkeert, dan word je door rampspoed getroffen. Veel psalmen echoën deze boodschap. Toch moeten we voorzichtig zijn. Hoewel de Bijbel ons op het eerste gezicht welvaart en voorspoed beloofd – zolang we ons maar aan Gods geboden houden – zo brengt de Bijbel óók belangrijke nuances aan. Treffend wordt dat verwoord in het boek Job. Als er iemand is die zich aan Gods geboden houdt en een voorbeeldig leven leidt, dan is het Job wel. Je zou verwachten dat het leven hem toelacht. Integendeel: hij wordt met de ene na de andere rampspoed getroffen.

De Bijbel lijkt op dit punt zichzelf tegen te spreken. Wat is het nu als we Gods geboden volgen? Kunnen we rekenen op voorspoed of krijgen we toch te maken met tegenslag, zoals bij Job? Het antwoord is afhankelijk van wat je onder voorspoed verstaat. Kijk je met wereldse ogen naar voorspoed en verwacht je materiële welvaart? Of kijk je met de ogen van God en gaat het om geestelijke of spirituele welvaart? De prosperity gospels van de meeste tv-dominees focussen op dat eerste; bij Jezus draait het om dat laatste.

Jezus laat er geen misverstand over bestaan. Vandaag zegt Hij in het evangelie: “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat de Mensenzoon u zal geven” (v. 27). Wat is het voedsel dat vergaat? Dat zij alle materiële zaken waarin we ons heil zoeken. Voor de duidelijkheid: we hebben materiële zaken nodig in ons leven, zoals een huis en een auto. En dat mag ook best een mooi huis zijn en een dure auto, als je dat kunt betalen. Jezus zegt alleen: werkt er niet voor, ofwel: maak je er niet van afhankelijk, zoek er je heil niet in. Als je je talenten inzet voor louter materieel gewin, dan zal dit voor korte tijd renderen, maar wat stelt dat rendement, afgezet tegen de eeuwigheid, voor? Roem is niet voor niets vergankelijk! Op al die zaken heeft God zijn zegel niet gedrukt (v. 27). Jezus nodigt ons uit schatten in de hemel te verzamelen en niet op aarde (Mat. 6, 19). Werkt voor het voedsel dat eeuwig leven geeft en Jezus ons kan geven. Wat is dat voor voedsel? Dat is genade, liefde, barmhartigheid, verlossing, enzovoort. Dat alles ontvangen wij in de eucharistie. Als wij bidden “geef ons heden ons dagelijks brood”, dan bidden we natuurlijk om het voedsel voor de maag, maar vooral om het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven en dat alleen Jezus ons kan geven.

Paulus, in zijn felheid en drift, waarschuwt ons ervoor: “Ik bezweer u in de Heer, leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid” (Ef. 4, 17). De heidenen zijn hen die de goden van de Grieken en Romeinen navolgen. Zij leefden volgens het principe “do ut es”: voor wat, hoort wat. Ofwel: ik geef iets aan jou, opdat jij iets aan mij geeft. Zij bidden tot Mars, de god van de oorlog, opdat hun vijanden vernietigd moge worden. Zij bidden tot Mercurius, de god van het geld en de handel, opdat zij veel moge verdienen aan de rente die zij anderen opleggen. Zij bidden tot Venus, de godin van de liefde en de schoonheid, opdat anderen jaloers moge worden op de schoonheid van hun echtgenoten. Ik durf de stelling aan dat deze goden nooit hebben afgedaan en in aangepaste vorm nog steeds bestaan. Bij sommige tv-dominees vraag ik mij af: wiens evangelie verkondig je? Het evangelie van de oude goden of die van God in Christus? Ons denken, aldus Paulus, moet zich vernieuwen, opdat wij ons kunnen kleden met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid. Moge God ons op deze weg geleiden en het voedsel geven dat eeuwig leven geeft. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 27e zondag in jaar B: Marc. 10, 2-16. Het sacrament van het huwelijk.
7 oktober 2018
Preek 26e zondag in jaar B: Marc. 9, 38-48. Leidt je hand tot zonde? Hak hem af!
30 september 2018
Preek Ron Colin in kader van Vredeszondag
17 september 2018
Preek 24e zondag in jaar B: Marc. 8, 27-35. Jezelf verloochenen en je kruis op je nemen.
16 september 2018
Preek 23e zondag in jaar B: Marc. 7, 31-37. “Effeta, ga open!”
9 september 2018
Preek 22e zondag in jaar B: Marc. 7, 1-23. “Dit volk eert Mij met de lippen”
2 september 2018
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen