MENU
< TERUG

ACTUEEL

Nieuwjaarstoespraak 2021

3 januari 2021

Beste medeparochianen,

Welke woorden moet je gebruiken om terug te blikken op het afgelopen jaar? Een jaar waarin voor onze geloofsgemeenschap de gevolgen van de coronacrisis en het vertrek van pastoor Tjeerd Visser centraal hebben gestaan. Tijdens de hoogfeesten van Pasen, Pinksteren en Kerstmis waren de kerken leeg. Op de zondagen door het jaar heen en bij uitvaarten, waren de mogelijkheden om samen te vieren, samen te gedenken en elkaar na afloop te ontmoeten, maar heel beperkt. Kwamen we al samen, dan was het nagenoeg stil omdat koor- en samenzang niet waren toegestaan. Terwijl zingen bij uitstek betekenis heeft in het beleven van ons geloof. Er zijn heel veel activiteiten stilgevallen, of hebben in het beste geval slechts plaatsgevonden met een klein aantal deelnemers. Juist in een tijd waarin aandacht voor en betrokkenheid op de ander van het grootste belang was, zijn we fysiek van elkaar afgesneden geraakt. Met digitale hulpmiddelen is het gelukt nog iets van de onderlinge band te behouden. Maar het kon leegte, gemis, kilte, onbegrip en soms boosheid niet wegnemen. Al helemaal niet nu de laatste weken de kerken voor de tweede keer in een jaar zijn gesloten.

Toch vind ik deze woorden te donker en te somber, om alleen hiermee het jaar af te sluiten en een nieuw jaar te beginnen. Want binnen wat wel mogelijk was, is met doorzettingsvermogen, creativiteit en flexibiliteit van ontelbare parochianen toch veel bereikt. Een aantal jonge mensen is door het vormsel in onze gemeenschap opgenomen. Op de zes kerklocaties hebben mensen er steeds alles aan gedaan om het vieren van de liturgie op een veilige manier mogelijk te maken. Een aantal van deze vieringen heeft Oscar van der Ven met zijn technische kennis en onvermoeibare inzet via een livestream bij ons in huis gebracht. De vieringen waarin de ziekenzalving werd toegediend en de vieringen van Allerzielen zijn doorgegaan. Juist in een periode dat bemoediging en troost vanuit ons geloof misschien wel belangrijker waren dan ooit. Vanaf het moment dat koorzang niet meer was toegestaan, hebben een groot aantal cantors met hun bijdragen de stilte doorbroken en het vieren van de liturgie daarmee op belangrijke wijze ondersteund. Het pastoraal team heeft weten te bewerkstelligen dat de eucharistie met regelmaat in de parochie werd gevierd, al was het soms maar in zeer kleine kring. En ondanks alle beperkingen hebben velen van u door het sturen van een kaartje of het pakken van de telefoon er voor gezorgd, dat de aandacht voor elkaar levend is gebleven. Namens het parochiebestuur wil ik iedereen die het afgelopen jaar op wat voor manier dan ook heeft bijgedragen aan het bewaren van het verband van onze geloofsgemeenschap, grote dank zeggen. Met name ook aan Leon Pennings die na ontelbare jaren van grote inzet en toewijding zijn functie als secretaris van het parochiebestuur over heeft kunnen dragen aan Lisette Kok. Dank natuurlijk ook aan hen die ik onbedoeld ongenoemd heb gelaten. Ik hoop dat we met elkaar in het net begonnen nieuwe jaar, met evenveel doorzettingsvermogen en vertrouwen op deze voet verder weten te gaan.

Los van dit alles zijn we als geloofsgemeenschap afgelopen najaar ook geconfronteerd met het feit, dat pastoor Tjeerd Visser het priesterambt heeft neergelegd. De invloed van zijn besluit op het functioneren van onze gemeenschap is groot. Maar dat wat het met ieder van ons persoonlijk doet, gaat veel en veel verder. Het heeft ons allemaal emotioneel geraakt en doet dat het nog steeds. Ik heb begrip en empathie gezien, maar ook heel veel vragen en vertwijfeling gehoord. Net zo goed als ongeloof over de beslissing en berusting in de feitelijkheid ervan. Zorgen over de bediening van de sacramenten. Mensen die zich zomaar opeens in de steek gelaten voelen. En boosheid over het niet langer willen invullen van een roeping en daarmee opgeven van de geestelijke leiding over een toevertrouwde kudde. Door de beperkingen van de coronamaatregelen hebben we al die emoties en gevoelens maar op kleine schaal met elkaar kunnen delen. Nooit na afloop van een viering in een volle kerk of bij gelegenheid van een andere samenkomst. Wat er gebeurde kwam noodgedwongen via nieuwsbrieven tot ons en bleef daarmee onbedoeld een bundeling van kale feiten.

Is dat alles bij elkaar genomen voldoende, nu we een paar maanden verder zijn? Slijt het wel, gaat het parochiële- en persoonlijke leven uiteindelijk gewoon verder? Ronden we bij deze het jaar 2020 maar stilletjes af? Dat laatste lijkt me eerlijk gezegd niet goed. Maar welke woorden gebruik je dan om een gebeurtenis als deze te duiden, om die een plek te geven? Al zoekende ben ik tenslotte uitgekomen bij slechts één woord en dat is het woord "roeping". Niet specifiek de roeping die betrekking heeft op het priesterschap, maar een roeping die betrekking heeft op ieder van ons persoonlijk. We maken in woord en daad met elkaar heel bewust deel uit van de katholieke geloofsgemeenschap in de Drechtsteden. En dat is naar mijn idee gegrondvest in iets wat buiten onszelf ligt. Dag Hammarsskjöld, voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, omschrijft het in één van zijn dagboeken als volgt: "Ik weet niet wie - of wat - de vraag stelde. Ik weet niet wanneer zij gesteld werd. Ik herinner me niet dat ik antwoordde. Maar eens zei ik ja tegen iemand - of iets. Vanaf dat moment heb ik de zekerheid dat het leven zinvol is en dat mijn leven, in onderwerping, een doel heeft.". Onmerkbaar geroepen worden en antwoorden; dat wat wordt tot een voortdurend tweezijdig innerlijk gesprek, een alles bepalende band, tussen alleen de Eeuwige en mij. Iets wat voelt als een onuitsprekelijk verlangen, maar wat niet geduid kan worden en ook niet nader geduid hoeft te worden. Dat maakt het kostbaar en kwetsbaar en vraagt om grote waakzaamheid. Mijn innerlijk verlangen maakt me tot wie ik in het dagelijks leven ben en tot wat ik doe en laat in onze geloofsgemeenschap. Houding en gedrag met goede kanten, maar met net zoveel flinke missers. Wat ik naar anderen toe laat zien en wat ik tegen anderen zeg, raakt in alle omstandigheden en op ieder moment, bedoeld en onbedoeld, het diepste innerlijk verlangen van die ander. Een verlangen dat net zo kostbaar is en dat dezelfde oorsprong kent als het mijne. Dat vraagt van mij bedachtzaamheid in handelen en spreken en om voortdurende en oprechte aandacht voor de ander. Je deelt met elkaar niet meer en niet minder dan dezelfde aan ons om niet geschonken heilige grond en ruimte.

Geroepen zijn betekent daarom dat je nooit alleen je eigen belang voor ogen kunt hebben. Je eigen tempo van handelen waar nodig soms aan moet passen. De gevolgen van je keuzes naar anderen toe zo goed mogelijk uitlegt. En die gevolgen als dat nodig blijkt, samen met hen probeert op te vangen. Juist op momenten dat je voor anderen onnavolgbaar lijkt te zijn. Geroepen zijn betekent dat je in het samen vieren van de liturgie en het opbouwen en bewaren van de gemeenschap, in figuurlijke zin niet alle plaats inneemt die je alleen voor jezelf denkt nodig te hebben. Juist in vieren en in verbondenheid samen zijn, moet ieders verlangen worden gevoed. Geroepen zijn vraagt om het samen bewaren van tradities, ook als je die zelf moeilijk kan duiden. Maar ook om het met elkaar inslaan van nieuwe wegen die niet vertrouwd voelen en onvoorspelbaar lijken te zijn. Traditie is de waardevolle fundering van onze geloofsbeleving, maar zonder vernieuwing vallen we uiteindelijk stil in de tijd.

Waarom kom ik hier op? Omdat ik denk dat de diepste motieven van ons doen en laten in het verborgene liggen en daarmee onkenbaar zijn voor mijzelf en anderen. Maar ook dat feitelijk handelen en spreken steeds opnieuw vraagt om oprechte toenadering naar en verantwoordelijkheid voor elkaar. Onder alle omstandigheden, welke plaats ik binnen de gemeenschap ook inneem, wie ik ook ben. En dat alles in het besef dat het een leven lang proberen is en zal blijven. Roeping is geen vrijbrief voor wie of wat dan ook, maar een gevraagde verantwoordelijkheid naar mijzelf en anderen. We moeten in dat licht voorzichtig zijn in het uitspreken van wat we denken dat de ander, in de meest letterlijke zin, innerlijk beweegt en bezielt. Wat iets anders is dan dat we moeten zwijgen over wat we zien gebeuren. Over wat het handelen van de één, in de praktijk betekent voor de ander. Daarbij kan en mag het er af en toe stevig aan toe gaan. Maar niet uit het oog verliezend, dat de grond waarop ieder van ons staat heilige grond is. Niet zelf ingenomen, maar door de Eeuwige geschonken.

Kun je zwijgen over het ene en tegelijk spreken over het ander? Ik vind het moeilijk, maar het zou niet onmogelijk moeten zijn. Lost het iets op als we wat meer afstand tot elkaar bewaren? Het voorkomt misschien op voorhand een hoop gedoe. Nee, dat lijkt me het laatste wat we moeten doen. De sleutel ligt juist in aandachtig in elkaars nabijheid zijn en blijven. Daarmee de ander proberen te laten worden zoals hij of zij ten diepste is bedoeld. Daarmee doen waartoe we vanaf onze oorsprong zijn geroepen.

Laten we op die manier in verbondenheid het nieuwe jaar in gaan. In het vertrouwen dat ons gaan nooit een dwalen zal zijn. Wat er ook gebeurt. Omdat wij geloven dat de Eeuwige ons leidt en over ons waakt. Moge zijn zegen dit jaar op ons en onze dierbare rusten.

Peter Rovers
Vice-voorzitter parochiebestuur


Steun de opleiding tot priesters en diakens!
22 juli 2021
Versterking pastoraal team en verdere versoepelingen
27 juni 2021
Kom weer naar de mis! (artikel)
22 juni 2021
Heilig Vormsel: informatie en aanmelden
11 juni 2021
Nieuw orgelconcert van Eric Koevoets
25 mei 2021
2021: Het Jaar van de heilige Jozef
15 mei 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen