MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 17e zondag in jaar C. Gen. 18, 20-32. Volharding in gebed.

24 juli 2022

De lezingen van vandaag staan in het teken van het gebed. Dat biedt ons de mogelijkheid hierover wat dieper na te denken. Wellicht een open deur, maar het gebed begint altijd met God. Om die reden staan we het kruisteken. Dat is een belangrijke gewoonte! Wat we hiermee zeggen is dat we altijd bidden in en vanuit God. Bidden doe je niet los van God, zo van ‘ik ben hier en God is daar’. Nee, bidden doe je vanuit de goddelijke drie-eenheid. Iemand zei eens: als je tot de Vader bidt, doe je dat met Jezus die zijn arm om je schouder legt. Dat vind ik een mooie gedachte. Het is alsof Jezus zegt: kom, we bidden samen tot de Vader. Waar is de Geest in dit alles? Wel, de Geest is wat ons bindt met de Vader en de Zoon. De Geest is dat gevoel van intimiteit als je bidt. De Geest is die ruimte van volledige geborgenheid in het gebed, waarin je alles kunt zeggen. Bidden is altijd trinitair.

Als het om God gaat zeg ik wat ik vaker gezegd heb: God is in zichzelf volmaakt. Hij heeft ons en zijn schepping niet nodig om aan te vullen wat aan Hem ontbreekt. Ik zeg dit omdat we in ons gebed nog wel eens willen denken: ik zal God een plezier doen, Hij zal het wel op prijs stellen als ik tot Hem bid. Alsof je je moeder een plezier doet door haar nog eens te bellen. Vaak gaan we nog een stap verder, wanneer we proberen God in onze plannen te betrekken en we Hem trachten te overtuigen van ons gelijk. ‘Wellicht kan ik God overhalen om zich te schikken naar mijn ideeën’. Helaas werkt het zo niet met God.

Wat je doet in gebed is dat je je hart optilt tot God. De priester zegt in de eucharistieviering “Verheft uw hart”. Wij antwoorden dan met “Wij zijn met ons hart bij de Heer’. Met je hart bij God zijn is de grondhouding voor elk gebed: je opent je hart voor God. En als u denkt: ik voel mij niet waardig mijn hart te verheffen tot God, omdat mijn hart bezwaard is met vele zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, weet dan dat uw hart door God wordt verheven. Door de gaan staan voor de eucharistie verheffen we ons hart slechts ongeveer een halve meter, maar God verheft ons hart tot in zijn hemel! Gebed is namelijk altijd een reactie op Gods uitnodiging, op het verlangen dat God in ons hart legt om bij Hem te zijn.

Dit uitgangspunt is essentieel! We willen nog wel eens terugvallen op een mythische opvatting over God en gebed als we proberen bij God in de gunst te komen. Punt is: we zijn reeds in de gunst bij God, namelijk door het heilswerk van Christus! Houd steeds in gedachten: ons gebed, onze lofprijzing, onze dankzegging, onze aanbidding is er niet om God een plezier te doen of om iets aan God toe te voegen. Nee, het is er tot ons voordeel, om iets aan ons toe te voegen. Het is God steeds om ons te doen, niet om Hemzelf. Zoals gezegd: Hij is volmaakt en heeft niets nodig. Wij zijn onvolmaakt en kunnen elke hulp gebruiken! Het gebed, onze lofprijzing, onze dankzegging wil ons daarvoor openen.

Precies dat zien we gebeuren in de eerste lezing. Het lijkt alsof Abraham God op andere gedachten brengt. We zetten onszelf op het verkeerde been als we denken God op andere gedachten te kunnen brengen. En dat doen we vaker dan we denken. Hoe vaak zeggen we in gebed: ‘God, ik wil dat U…’ of ‘God, ik verwacht van U dat…’. Je probeert God in je invloedsfeer te trekken. Als je zo bidt, dan begeef je je op verkeerde spirituele grond. Gebed wil juist verandering in gedrag bij óns bewerkstelligen. Gebed wil óns denken en doen afstemmen op Gods wil en bedoelingen, niet omgekeerd.

Waar het in het verhaal van Abraham om gaat is volharding in gebed. Dat is iets goeds! Je komt het ook tegen in het evangelie. Jezus vertelt het verhaal van een weduwe die maar bleef aankloppen bij een rechter met het verzoek haar recht te verschaffen (Luc. 18, 1-8). De rechter verschaft haar uiteindelijk recht. Wellicht herkent u dat in uw eigen gebed. Ik spreek personen die vasthoudend bidden, maar voor hun gevoel geen verhoring vinden. Mijn antwoord is dan: houd vol, blijf bidden! De kerkvader Augustinus geeft hier een prachtig antwoord op. Hij zegt dat het aanhoudende gebed ervoor zorgt dat ons hart ontvankelijk wordt voor wat God ons gaat geven. We brengen ons hart in de juiste conditie om te ontvangen wat God ons gaat geven. Wat als God ons meteen zou verhoren? Dan zou God een soort toverfee worden die elke wens vervult. Nee, ons hart moet er klaar voor zijn om te ontvangen wat God ons gaat geven. Daarvoor is vasthoudendheid in gebed nodig. Denk aan een kind dat steeds om een fiets vraagt, maar waarvan je als ouder weet: lief kind, je bent nog te jong voor een fiets. Je moet eerst een jaartje ouder zijn om te kunnen fietsen. Is die ouder dan kil en misgunt het kind een fiets? Nee, de ouder wacht, uit liefde voor het kind, totdat het kind er klaar voor is om een fiets te ontvangen en te gebruiken.

Bidden is er voor ons bestwil, om je hart ontvankelijk te maken voor wat God je gaat geven, ook al duurt dat voor je gevoel soms erg lang. God wil niets anders dan ons welzijn. Het gebed helpt ons op die weg. De basis van elk gebed is het Onze Vader, wat Jezus vandaag in het evangelie zijn leerlingen leert (Luc. 11, 1-13). Mag ik u uitnodigen dit gebed eens zeer aandachtig te bidden. Bid eens een paar regels en laat wat u gebeden heeft diep tot je doordringen en ontdek wat het met je doet. Moge onze harten zo ontvankelijk worden voor wat God ons gaat geven. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 20e zondag. Luc. 12, 49-53. De 'niet-begrepen' liefde.
14 augustus 2022
Preek 19e zondag. Hebr. 11, 1-19. Vaste grond van wat wij hopen.
10 augustus 2022
Preek 18e zondag. Pred. 2, 21-23. Alles is ijdelheid.
30 juli 2022
Preek 16e zondag. Luc. 10, 38-42. Vanuit het ene naar het vele.
17 juli 2022
Preek 15e zondag. Luc. 10, 25-37. De barmhartige Samaritaan.
11 juli 2022
Preek 14e zondag. Luc. 10, 1-20. Twee en zeventig leerlingen
8 juli 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen