MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 19e zondag in jaar A. Mat. 14, 22-33. Lopen over de vloeibaarheid van het leven.

9 augustus 2020

Onlangs las ik een boek van Zygmunt Bauman (1925-2017). Hij was een Brits-Poolse socioloog en filosoof met Joodse wortels. Een socioloog bestudeert sociale verbanden tussen mensen, van gezinnen tot complete samenlevingen. Van Bauman kennen we de metafoor van de vloeibare samenleving. Met vloeibaar bedoelt hij dat iets geen vaste vorm of structuur (meer) heeft. De samenleving is constant aan verandering onderhevig. Bauman spreekt ook over ‘vloeibare relaties’, relaties die broos en vergankelijk zijn. We zien het om ons heen. Hoeveel relaties houden een leven lang stand? Veel liefdesrelaties worden even snel verbroken als ze worden aangegaan (‘knipperlicht’-relaties). Partners zijn inwisselbaar. Structurele, lange termijn verbanden bestaan nauwelijks nog. Dat geldt ook voor algemeen geldende waarheden. Iedereen heeft zijn of haar eigen waarheid. De samenleving is vloeibaar. Sociale verbanden hebben nauwelijks nog vorm of structuur.

Uit de vloeibaarheid van de samenleving volgt, aldus Bauman, een sterk gevoel van onzekerheid. Vloeibaarheid geeft immers geen houvast. Veel mensen kunnen daar niet mee omgaan. Burn-out, stress en zelfs suïcide zijn aan de orde van de dag. De mens zoekt nu eenmaal houvast, structuur en een zekere mate van vastigheid. Maar, zegt Bauman, ook daarin schuilt een gevaar. Teveel structuur is beklemmend. We zien dat in landen als Noord-Korea en China, waar de overheid stevig grip heeft op ieders leven. Inwoners van Hong Kong verzetten zich tegen de toenemende invloed van China. In ons land leidden de strenge corona-regels al snel tot verzet. In geloof en religie kom je beide uitersten (vloeibaar en vast) ook tegen. Nieuwe evangelische bewegingen zijn vloeibaar, ze kunnen zich snel aanpassen aan veranderingen. Maar als gevolg daarvan kunnen zij even zo snel scheuren en uiteen vallen. Het andere uiterste, een in beton gestort geloof, leidt alleen maar tot problemen, zoals we zien bij fundamentalisten en extremisten.

Dat brengt mij bij het evangelie van vandaag. Daarin horen we van Jezus die over water loopt. Hier lijken die twee uitersten – vloeibaar en vast – samen te komen, iets wat in onze ogen onmogelijk is. Water is allicht het meest vloeibare dat er is. Grote wateren staan in de Bijbel symbool voor gevaar en dood, denk bijvoorbeeld aan de zondvloed of de doortocht door de Rode Zee. Jezus die over water loopt is geen natuurkundig trucje, maar een boodschap: hoe vloeibaar, hoe ongrijpbaar iets ook is, hoeveel gevaar er ook in schuilt: het kan God niet deren, Hij vindt vaste grond. Een vaste burcht is onze God, zegt Psalm 46. Jezus biedt structuur en houvast wanneer het leven te vloeibaar wordt. In Hem vinden we de juiste balans tussen beide uitersten. Hij staat als een rots in de branding, zonder te zinken of te vervliegen. Vast en vloeibaar in volmaakte balans.

Wat is de oorzaak dat iets voor ons gevoel te vloeibaar of te vast wordt? Twijfel. Twijfel is goed zolang het je tot nadenken en onderzoek aanzet. Maar als je in je twijfel blijft steken, dan zeg je al gauw: het zal allemaal wel. Dan wordt alles om je heen vloeibaar. Immers, wat kan het je nog schelen? Wat voor mij nu een waarheid is, is morgen een leugen. Je kunt ook proberen de twijfel weg te nemen door alles in beton te storten. Dan kan het geen kant meer op. Uiterst vloeibaar of uiterst vast: in beide gevallen uiterste schakel je je verstand uit. Bij Petrus zie je de twijfel ook toeslaan. Eenmaal op het water begint hij te zinken en roept hij om hulp. Dan reikt Jezus hem de hand met de vraag: waarom hebt ge getwijfeld?

Het is de christelijke uitdaging de balans te vinden tussen vast en vloeibaar, tussen een houding waarbij je alles maar best vindt (het maakt mij niet uit, ik wil er niet over nadenken) en een houding waarbij je volledig verstart en verstijft (zo is het en niet anders, nadenken is onnodig). Een geloof dat met alle winden meewaait is net zo onvruchtbaar als een geloof dat volledig is dicht getimmerd. Denk aan de gelijkenis van het zaad dat tussen de rotsen valt en tussen de distels. Petrus is de eerste die deze balans mag vinden als hij op het water staat. Pas wanneer hij zich focust op Jezus - dat is het levende Woord van God, de grond onder het bestaan - is hij in balans. Jezus is de vaste grond in de vloeibaarheid van het leven. Houd Mij vast, zegt Jezus tegen Petrus. Dat zegt Hij ook tegen u en mij als wij lopen over het golven van ons bestaan. Jezus is de juiste balans die het mogelijk maakt over het vloeibare leven te gaan, om op water te kunnen lopen. Als we zinken, vraagt ook Jezus ons: waarom twijfel je? Waar ben je bang voor? Moge wij groeien in het geloof dat God in Christus ons de hand reikt en wij bij Hem houvast vinden voor ons leven. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
Preek 21e zondag in het jaar C. Rom. 11, 33-36. Hoe ondoorgrondelijk zijn uw wegen.
23 augustus 2020
Preek 17e zondag in jaar A. Rom. 8, 28-30. In Christus voor God gerechtvaardigd.
26 juli 2020
Preek 14e zondag in jaar A. Zach. 9, 9-10. “Hij rijdt op een ezel”.
5 juli 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen