MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 1e Adventszondag (jaar A). Jes. 2, 1-5. “Sion zal oprijzen boven alle bergen”

1 december 2019

De Advent (en de Veertigdagentijd) is bij uitstek de tijd waarin we lezen uit de profeten. Op de kaft van uw liturgieboekje ziet u een doolhof. Dat past mooi bij het beeld van de profeten, want het is hun taak de weg te wijzen. De profeet Jesaja wijst ons in de eerste lezing op de berg Sion. Bergen hebben in de Bijbel een sterke symbolische betekenis. Denk bijvoorbeeld aan de berg Horeb, waar Mozes de Wet van God ontving en aan de Berg der Zaligsprekingen, waar Jezus zijn Bergrede hield. Bergen verwijzen naar het hogere, naar het hemelse. De berg Sion is de belangrijkste van alle bergen, omdat op deze berg “de tempel van de Heer staat” (v. 2). De tempel is het religieuze en liturgische centrum van het jodendom. De berg Sion “zal oprijzen boven alle bergen en uitsteken boven alle heuvels” (v. 2). Deze berg, met de tempel erop, is in feite het huis van de Heer, de plek waar Hij verblijft en Hij al de zijnen samenroept.

Advent is een periode van geestelijke oefening. De eerste oefening wordt ons met dit beeld van de berg Sion al meteen aangereikt. Je kunt jezelf de vraag stellen: is de berg met het huis van de Heer ook in mijn leven de hoogste en belangrijkste berg? We hebben in ons geestelijke landschap allemaal toppen en bergen. Zo kan je carrière een hoogtepunt zijn: kijk eens wat ik bereikt heb! Of je materiële rijkdom kan een berg zijn: hard voor gewerkt, dat mag gezien worden! Zo hebben we allemaal bergtoppen van trots en eer in ons geestelijke landschap. De vraag is: zijn die bergen hoger dan de berg van de Heer? Is Gods tempel – dat wil zeggen: Gods aanwezigheid – nog wel zichtbaar in ons geestelijk leven? Of valt zijn tempel in het niet met de kastelen van onze trots?

Mensen vragen mij wel eens: waarom moet God steeds op de eerste plaats? Mijn familie, kinderen en kleinkinderen zijn toch ook belangrijk? Dat is zeker zo, maar toch is God belangrijker. De reden is simpel: Hij is de bron van je leven en die van je dierbaren. God is niet iets in het leven, Hij is het leven zelf. Hij is niet iets dat liefheeft, Hij is de liefde zelf. God concurreert niet met zijn schepping, nee, Hij draagt het, Hij is er de bron van. Hij maakt het mogelijk dat jij en je dierbaren er überhaupt zijn. We aanbidden God niet omdat er iets aan Hem ontbreekt. Ik heb vaker gezegd: God is in zichzelf volmaakt en heeft niet u of uw dierbare of wie of wat dan ook nodig om iets aan zijn onvolmaaktheid toe te voegen. We aanbidden God, opdat alles in ons leven, alles wat ons dierbaar is, harmonieus tot één geheel wordt gevormd en zijn voltooiing kan vinden in Hem.

Dan zegt Jesaja: “Kom, laat ons optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God” (v. 3). Jesaja geeft het doel aan waarheen een godsdienstig leven zich ontwikkelt. Een godsdienstig leven is georiënteerd op Jeruzalem, dat wil zeggen: op Gods aanwezigheid. Hierin zit de tweede oefening voor deze Advent. Waarop ben jij georiënteerd? Wat is je levensdoel? Wie of wat wijst je de richting? Velen ontlenen hun gevoel voor richting aan de seculiere cultuur, zoals films, muziek, games, social media, enzovoort. Dit zijn hun geestelijke wegwijzers. De vraag is: zijn deze cultuurdragers werkelijk geïnteresseerd of je de goede weg gaat? Veel katholieken komen niet (meer) naar de kerk om Gods woord te horen en gevoed te worden door het sacrament. Zij halen elders hun geestelijke voeding. Welke richting gaan zij met hun geestelijke leven? Regelmatige kerkgang is een oefening voor het opgaan naar Jeruzalem, voor het juiste richtingsgevoel als het gaat om het huis van de Heer, de weg naar de bron van je leven.

Advent is Latijn voor komst. We wachten op wat komen gaat. Dat is iets goeds en iets engs. Wachten op wat komt kan mooi zijn, zoals een kind dat uitkijkt naar de cadeaus van Sinterklaas of een scholier die uitkijkt naar de kerstvakantie. Maar het kan ook eng zijn, zoals je wacht op de uitslag van een bloedonderzoek of een zware storm die op komst is. Zo is het ook met de Advent. We zien uit naar de Christus, naar de Zoon van God. Hoe mooi is dat! Maar zijn komst kan je leven ook op zijn kop zetten. Al je zorgvuldig opgebouwde zekerheden, het leven dat je leidt, kan door zijn komst ineens veranderen. Jezus verwijst in het evangelie naar de tijden van Noach. We weten allemaal wat Hij daarmee bedoelt: de zondvloed. Zijn komst is als een zondvloed!

Waarom dit angstbeeld? Als Jezus zegt dat Hij de weg, de waarheid en het leven is, dan zijn dus alle andere, zelfgezochte en zelfgemaakte wegen, waarheden en levens een illusie. Die zullen wegvallen bij zijn komst, alsof ze op zand waren gebouwd. Wees dus waakzaam dat als je geen valse wegen, valse waarheden of verkeerde levens volgt. Richt je op Sion, op het geestelijke huis van de Heer. Advent is een tijd van verandering, zodat je niet bang hoeft te zijn op wat komt. Moge Christus, naar wie alle profeten wijzen, in ons dit verlangen doen vergroten. Door diezelfde Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 2e zondag v.d. Advent (jaar A). Mat. 3, 1-12: “Bekeert u!”
8 december 2019
Preek hoogfeest Christus Koning. Luc. 23, 35-43. De "grap" van het kruis.
24 november 2019
Preek 32e zondag in jaar C. Luc. 20, 27-38. De hoop van de gedetineerde.
18 november 2019
Preek 31e zondag in jaar C. Wijsheid 11, 23-26 + 12, 1-2. Gods liefde komt altijd eerst.
3 november 2019
Preek 29e zondag in jaar C. Ex. 17, 8-13. De Mozessen en Amaleks van deze wereld.
20 oktober 2019
Preek patroonfeest Theresia van Avila
13 oktober 2019
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen