MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 4e zondag v.d. advent (jaar B). 2 Sam. 7, 1-16. God zal erin voorzien.

20 december 2020

Je hoort het niet zo vaak, namelijk dat God ook wel ‘De Voorzienigheid’ wordt genoemd. Een prachtige naam, vind ik. God zal er in voorzien. Deus providebit. Het is de wapenspreuk van bisschop Liesen van Breda. Voorzienigheid komt van het werkwoord voorzien. Dat kun je op twee manieren uitleggen: voor-zien, met de nadruk op voor. Dat wil zeggen: zien aankomen, weten wat er gaat gebeuren. Maar je kunt ook zeggen: voor-zien, met de nadruk op zien. Dat wil zeggen: ervoor zorgen, zorgdragen. Deze voorzienigheid, in de beide betekenissen van het woord, komen mooi tot uitdrukking in de eerste lezing.

Het vraagt soms veel geduld om iets van Gods voorzienigheid te ervaren. Onze gebeden worden niet altijd per kerende post verhoord. Dat duurt soms lang, mogelijk zelfs zo lang dat we het zelf niet meer ervaren in ons leven. Daar kunnen soms generaties overheen gaan. God zal erin voorzien, maar dat kan soms even duren. God gaat niet over één nacht ijs, en vaak ook niet over twee of drie. Precies om die reden plaatst de Kerk de eerste lezing van vandaag in de Advent, want Advent is een tijd van wachten en vooruitzien.

We horen van koning David op het toppunt van zijn macht en rijkdom. Hij zit op zijn troon, kijkt om zich heen en denkt: ik leef hier op stand en in rijkdom, terwijl God – onder zijn Volk aanwezig in de Ark van het Verbond – het moet doen met een tent. Ach, denkt David, dat is niet eerlijk, ik zal voor God ook een paleis bouwen, een tempel. Nathan, de profeet aan het hof van David, stemt er mee in. Maar dan hoort Nathan in een droom de stem van God: David wilt voor Mij een huis bouwen? Is hij vergeten dat Ik hem uit de steppe heb bevrijd? Dat Ik hem van een onbeduidende schaapherder tot een machtig koning heb gemaakt? Dat ik hem al zijn overwinningen heb bezorgd? Dat Ik hem in feite zijn paleis en koninkrijk heb gegeven? God zegt daarmee: David hoeft voor Mij geen huis te bouwen. Sterker: Ik ga voor hem een huis bouwen, een die standhoud tot in eeuwigheid.

Dit woord ‘huis’ heeft twee betekenissen. De eerste betekenis is die van een fysiek huis, een gebouw. De tweede betekenis – en dat is waar God op doelt – is die van een koninklijk huis, een koninklijk geslacht. God zegt daarmee: Ik ben niet geïnteresseerd in een of ander vergankelijk stenen gebouw, maar in een huis dat eeuwig standhoudt. David, met de beste intenties, denkt voorzienig te zijn door voor God een huis te bouwen. Maar God zegt: voordat jij zaken kunt voorzien, ben ik je daarin voorgegaan. Dit is niet bedoeld als: Ik ben lekker de eerste. Nee, zo werkt het principe van genade nu eenmaal: God gaat ons in alles vooraf. God voorziet ver voordat wij kunnen voorzien. Het principe van genade wil zeggen: het gaat er niet om wat wij doen voor God, maar wat God doet voor ons.

God voorziet in een huis voor David, een koninklijk geslacht dat eeuwig standhoudt. God komt altijd zijn belofte na, echter niet volgens onze agenda, maar volgens de zijne. Dat moeten we steeds in ons achterhoofd houden in onze relatie met Hem. God zal erin voorzien, maar dat kan soms even duren. In het verhaal van David duurt het zelfs een millennium (1000 jaar)! Koning David leefde ongeveer 1000 jaar voor de komst van Christus. We weten dat God ons in Christus een Koning heeft gegeven wiens koningschap geen einde kent. Precies dat verkondigt de engel aan Maria: “God de Heer zal Hem de troon van zijn koning David schenken”. Hier wordt Gods belofte aan David ingewilligd!

Het verhaal van David uit 2 Samuel leert ons dat God zijn belofte nakomt op een voor iedereen onverwacht moment, op een voor iedereen onverwachte plek en via een voor iedereen onverwacht persoon. God schikt zich niet naar onze verwachtingspatronen. De engel Gabriël verschijnt aan Maria, een onbeduidende vrouw in een onbeduidend dorp, het laatste wat je zou verwachten als God een altijddurend koningschap vestigt. Evenzo kan God je gebeden verhoren op voor jouw onverwachte momenten, op voor jouw onverwachte plaatsen, in voor jouw onverwachte personen. God werkt niet volgens onze agenda (het liefst dan en het liefst daar), maar volgens de zijne, op zijn tijd, op zijn plaats en op zijn manier. Hij zal erin voorzien. Geloven is je daaraan durven toevertrouwen.

In deze lockdown hebben we het gevoel de grip op de werkelijkheid te verliezen. Dit zijn gouden tijden voor complotdenkers. Het punt bij complotdenken is dat je de schuld steeds bij anderen legt. Complotdenkers nemen geen verantwoordelijkheid. En juist nu moet je dat wel doen! Vanuit ons christelijke geloof zeggen wij: God verliest nooit de regie. Hij komt zijn belofte altijd na, maar dat past vaak niet altijd in onze agenda. Denk aan koning David. Hij heeft zijn beloofde nazaat niet leren kennen, maar hij voelde zich in geloof wel al met Hem verbonden. Laten wij in datzelfde geloof gaan staan en verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, omwille van elkaar. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek Doop van de Heer. Marc. 1, 7-11. Wees een adelaar!
10 januari 2021
Preek Openbaring des Heren 2021
3 januari 2021
Preek 1e Kerstdag (jaar B). Joh. 1, 1-18. De intimiteit van Kerstmis.
25 december 2020
Preek 2e zondag v.d. advent (jaar B). Jes. 40, 1-11. Bestijgen van de berg.
7 december 2020
Preek 1e zondag v.d. advent (jaar B). Jes. 63, 16-19. Wederzijds verlangen.
29 november 2020
Preek hoogfeest Christus Koning. Mat. 25, 31-46. Een inclusief koningschap.
22 november 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen