MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 5e zondag na Pasen. Overweging bij gelegenheid van heiligverklaring Titus Brandsma.

6 mei 2022

In de voorbereiding voor deze viering zei iemand mij: “Titus is wel meer dan alleen Dachau!” Dat is een waar woord. Het doet onze nieuwe heilige tekort om hem alleen in het licht van die laatste zes weken van zijn leven te zien. Titus is meer dan dat. Geboren als de boerenzoon Anno Sjoerd Brandsma is hij allereerst een trotse Fries, die al een keer in het Fries preekte toen het nog niet de gewoonte was om in de volkstaal te vieren. Hij vervult zijn roeping als karmeliet en priester. Hij werkt en inspireert als hoogleraar en toont onverzettelijkheid en durf als geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereniging. 

Sinds vandaag is hij dus ook een heilige. De heilige Titus laat met zijn hele leven heen zien hoe het Evangelie handen en voeten krijgt. In de Evangelietekst van vandaag (Luc. 6, 27-36) horen wij hoe Jezus les geeft. De term 'Bergrede' klinkt dan misschien bekender in de oren, zo wordt het in het Matteüs-evangelie genoemd. Jezus gaat met zijn vrienden de berg op, als een soort nieuwe Mozes. In het evangelie volgens Lucas daalt Jezus juist de berg af voor zijn zogenoemde 'Veldrede'. Bij Lucas komt Jezus dus naar beneden, Hij komt naar ons toe.

In het Evangelie klinkt een houding door hoe je kan reageren op negatief gedrag. In het kort komt het erop neer: als iemand vervelend doet, reageer er – het klinkt misschien wat zoet – liefdevol op. Toon een geheel andere houding. Het is namelijk makkelijk om aardig te doen tegen vrienden. Zoals Jezus zegt: “dat doen zondaars ook.” Het is juist de uitdaging om het goede te doen, als de ander slecht is. Dan ben je een kind van de Allerhoogste, dan volgen we het voorbeeld van God en zijn wij barmhartig, zoals de Vader barmhartig is. Misschien klinkt dit als een onmogelijke opdracht in de oren. We kunnen het dan ook niet op eigen kracht. Daarin mogen we ons steeds richten op het beeld van de Vader, zoals het net klonk. We mogen ons er op richten en naar toe groeien. Wees barmhartig zoals de Vader barmhartig is.

Hoe we dat vorm kunnen geven, kunnen we zien bij de heilige Titus. Hij heeft het concreet gemaakt door zijn hele leven heen. Als jonge man wilt hij al priester worden, liefst Franciscaan. Hij gaat naar het kleinseminarie, een soort middelbare school voor toekomstige priesters. De studie doorloopt hij positief, maar door zijn gezondheidsproblemen twijfelen zijn oversten of hij wel de fysieke gesteldheid heeft om Franciscaan te worden. Over deze eerste teleurstelling zet hij zich heen en hij meldt zich aan bij de Karmelieten. In de traditie van de Karmel gaan ze uit van het geloof dat God in alles aanwezig is: 'In Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij'. Karmelieten ervaren dat God wil dat wij het leven en handelen en de aandacht richten naar Hem. In de persoon van Titus komen het contemplatieve en actieve samen, een ideaal recept voor een Karmeliet, zo blijkt. Titus treedt in en wordt later ook priester.

Zijn contemplatieve karakter komt naar voren in zijn kloostercel, zijn kleine kamer. Hier kan hij zich terugtrekken in gebed, om te studeren en zich te richten op God. Het actieve wordt gevoed in zijn werk als hoogleraar, als academicus. Titus verstopt zich niet in zijn ivoren wetenschappelijke toren, maar hij zoekt juist mensen op. Hij sluit zich aan bij de vele verenigingen waar het rijke Roomse leven toen vol van was. Kritiek krijgt hij wel op zijn 'te actieve' houding. Hij is zo actief in de wereld, is hij nog wel een kloosterling? Die vraag beantwoordt hij zelf middels zijn gedicht annex gebed dat wij tijdens de communie zullen horen. Dit schrijft hij tijdens zijn gevangenschap in de oorlog en hieruit blijkt zijn mystieke verstandhouding en zijn sterke band met Degene (met een hoofdletter).

Als geestelijk adviseur van de Journalistenvereniging spreekt hij zich uit tegen het plaatsen van advertenties van de NSB in katholieke dagbladen en tijdschriften. Hierop wordt hij gearresteerd. Het is nu makkelijk om Titus op het schild te hijsen, maar hij is ook gewoon een mens. Dat blijkt wel uit zijn reactie op zijn arrestatie. Vanwege zijn broze gezondheid weet hij dat hij een kamp niet zal overleven. Hierop vraagt hij of hij zich niet gewoon uit de openbaarheid kan terugtrekken in de stilte van een klooster, een soort vrijwillige opsluiting. Dit verzoek wordt door de bezetter niet ingewilligd. Dit menselijke aspect geeft Titus voor mij ook meer kleur, het maakt hem tastbaarder. Vervolgens stijgt Titus in de volgende zes weken, de laatste weken van zijn leven, boven zichzelf uit. Belangeloos is hij een lichtpunt in concentratiekamp Dachau. Deze 'alledaagse' mysticus is een grote morele, spirituele en praktische steun voor zijn lotgenoten. Hij is vriendelijk, zelfs tegen bewakers die hem vernederen. Hij blijft hen zien als kinderen van onze God.

Zijn zachtmoedigheid en liefde voor de mensen om hem heen blijkt ook nog uit zijn laatste handeling. Na enkele weken vol ontberingen en mishandelingen raakt hij uitgeput en hij wordt doodziek in het kamphospitaal opgenomen. Hier wordt hij aangesproken door een jonge verpleegster. Het verhaal gaat dat zij hem zijn dodelijke injectie zou geven. Zij vertelt aan Titus dat zij niet weet hoe zij moet bidden en, ziek en zwak als hij is, geeft hij haar zijn rozenkrans en leert haar: “Bidt voor ons, zondaars”. Dit gebed neemt zij haar leven met haar mee en het is voor haar levensveranderend. Dit is leven vanuit de liefde, de liefde voor God, de naaste en jezelf! Kortom: leven vanuit het dubbelgebod van de liefde. Soms klinkt dat als een onmogelijke opdracht. Jezus heeft het ons voorgedaan. Hierbij kunnen we misschien makkelijk wegduiken en denken: “Tja, dat Jezus dat kan…”. Titus laat ons zien dat het met onze menselijke (on)mogelijkheden ook kan.

In het Bijbelboek Tobit staat de gulden regel en deze komt in vele religies in de één of andere vorm voor: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet'. Jezus draait het om: “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij ook hen behandelen.” Jezus geeft er een positieve draai aan. 

Titus toont in zijn onverzettelijkheid en zachtheid een manier om dit vorm te geven en geeft hiermee een blik op de barmhartigheid van de Vader. In onze levens kunnen we direct beginnen om dit in de praktijk te brengen. Toon steeds liefde en goedheid als je de kans krijgt, juist als je zo uitgedaagd wordt om iemand met gelijke munt terug te betalen. Wees een lichtpunt in de wereld om je heen, weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is. Op voorspraak van de heilige Titus, door Christus, onze Heer. Amen.

Pastor Sander Verschuur

Preek Sacramentsdag 2022. Luc. 9, 11-17. De goddelijke gulheid.
16 juni 2022
Preek Hoogfeest van Pinksteren 2022
4 juni 2022
Preek 7e zondag na Pasen. Openb. 22, 12-20. Kom, Heer Jezus!
29 mei 2022
Preek 6e zondag na Pasen. Openb. 21, 10-23. Het nieuwe Jeruzalem.
21 mei 2022
Preek 4e zondag na Pasen. Openb. 7, 9-17. Legers van martelaren.
2 mei 2022
Preek 3e zondag na Pasen. Joh. 21, 1-19. Zonde wordt genade.
29 april 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen