Preek Hoogfeest van Christus Koning 2017. Mat. 25, 31-46.

De evangelielezingen van deze zondag en de voorgaande twee zondagen liggen allemaal op één lijn. Het evangelie van vandaag is daarvan het hoogtepunt. Twee weken geleden lazen wij de parabel van de domme en verstandige bruidsmeisjes; vorige week de parabel van de talenten en vandaag uit Mat. 25 de werken van barmhartigheid. Deze lezingen liggen allemaal zeer dicht bij elkaar en wijzen allemaal in één en dezelfde richting.

Ik neem ze in vogelvlucht met u door. De bruidsmeisjes hadden lampen bij zich om de bruidegom tegemoet te gaan. Een joods huwelijk werd altijd na zonsondergang gesloten en gevierd. Bruidsmeisjes met lampen waren noodzakelijk om je weg te vinden in het duister van de nacht. De bruidegom laat op zich wachten en de bruidsmeisjes vallen in slaap. Plotseling is hij er. De verstandige bruidsmeisjes hadden voldoende olie bij zich, de domme niet. Zodoende haalden de verstandige bruidsmeisjes het feest, de domme niet. De olie staat voor een godsdienstig leven, een leven in dienst van God. Dat leven hebben wij met de doop ontvangen. De doop is een gratis ticket voor de hemel, maar wel één die je moet activeren. Activeren doe je door een leven van gebed, Schriftlezing, het vieren van de sacramenten, het betrachten van de naastenliefde, enz. Als je je ticket niet activeert, dan kom je er niet in! Dat klinkt hard, maar ik kan er niets anders van maken. Immers, de domme bruidsmeisjes vonden de deur op slot en ze kwamen er niet meer in. 

De parabel van de talenten is van hetzelfde. God vraagt rendement van ons. Hij is niet een soort knuffel-God die alles maar goed vindt. Hij stelt aan ieder van ons de vraag: wat heb je gedaan met je talenten? Heb je ze geïnvesteerd in liefde? Liefde is, u weet het, het goede willen vóór de ander, omwille ván de ander. Liefde is niet het goede willen voor een ander, omwille van jezelf. Dat is een soort indirect egoïsme. Dan stop je je talenten in de grond van je eigen ego, dan investeer je in je eigen hoogmoed. Je talenten kunnen alleen renderen in de mate waarin je ze investeert in het goede voor de ander, omwille van de ander. Als je voor Gods aangezicht verschijnt en je geeft je talenten, die je van Hem hebt gekregen, terug met de modder van je eigen ego er nog aan, dan kom je er niet in! Immers, degene die zijn talent in de grond had gestopt werd in de duisternis geworpen.

Deze twee parabels betrekt Jezus vandaag op zichzelf en Hij maakt het zeer persoonlijk. Dit Schriftdeel is niet alleen het hoogtepunt van de afgelopen twee lezingen, maar in feite van alle lezingen in het afgelopen kerkelijk jaar. Jezus spreekt niet meer in parabels, maar zegt waar het op aankomt. Hoe activeer je je ticket voor de hemel? Hoe laat je je talenten renderen? Wel, door er te zijn voor je medemens en je voor hen in te zetten, door je grote ego opzij te zetten en Christus centraal te plaatsen. Jezus identificeert zichzelf met de kleinste en meest onaanzienlijken onder ons. Hoe meer persoonlijk kan Hij zijn? Als je aan je medemens voorbij loopt, moet je niet verrast zijn dat de Heer eens aan jou voorbij loopt. Als je er alleen voor jezelf bent, als het enkel om jezelf te doen is, dan zegt God: “Ik ken u niet” (Mat. 25, 13); “Werp die onnutte knecht buiten in de duisternis” (Mat. 25, 30); en vandaag: “Ga weg van mij, vervloekten”! (Mat. 25, 41). Dit is bepaald geen God die alles onder de mat veegt of die zijn tanden niet durft te laten zien! God is liefde, uiteraard, maar liefde vraagt wel oprechtheid, inzet, betrokkenheid, altruïsme, daadkracht, moed, durf en volhouden en niet het tegenovergestelde ervan. Weest daarom waakzaam.

Ik heb het vaker gezegd: geloven is treden in een driehoeksrelatie: God, jezelf en je naaste. Wel, vandaag, op de laatste dag van het kerkelijk jaar, wordt ons dat nog eens onder de neus gewreven. Als je geloof iets is tussen God en jezelf, waarin de naaste geen plek geeft, dan moet je niet verbaasd zijn wanneer straks die harde woorden klinken. Als je zegt: het draait allemaal om mij, dan ben je koning volgens aardse maatstaven. Van dat soort koningen hebben we genoeg. Daarom zegt Jezus: “Wie mijn volgeling wilt zijn, moet zichzelf verloochenen en zijn kruis op zich nemen” (Marc. 8, 34). De Bijbel leert ons: als je naaste in je geloof ontbreekt, dan valt je geloof om, zoals een tafel ook omvalt die op twee poten staat. Alleen op drie poten blijft een tafel staan. Investeer dus in die derde poot, zet je talenten ervoor in. Dan ben je een koning volgens de hemelse maatstaven. 

Dat geldt ook voor het huwelijk. Fulton Sheen (1895-1979), een Amerikaanse bisschop die in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in Noord-Amerika bekend was van radio en tv (vergelijkbaar met “onze” bisschop Bekkers), heeft eens gezegd: “it takes three to get married”. En met die derde bedoelde hij niet een maîtresse of een “second love”, maar God! Je trouwt om de ander, niet om jezelf. In die wederzijdse, zichzelf verschenkende liefde is God aanwezig. Daarom is voor katholieken het huwelijk sacramenteel, dus heilig. 

Moge wij zo het koningschap vieren van Christus en op die wijze uitzien naar zijn komst en zijn koninkrijk. Ik wens u een gezegende Adventstijd toe. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

scroll back to top