MENU
< TERUG

ACTUEEL

Kerstpreek 2019. Luc. 2, 1-14. "Met grote vrees bevangen"

25 december 2019

Ik heb me vaak afgevraagd waarom de herders in het evangelie van kerstavond “met grote vrees bevangen werden” (Luc. 2, 9). Waarom zou je bang zijn als God, via zijn engelen, aan je verschijnt? Het is waar: in de Bijbel komt het wel vaker voor, dat mensen door vrees bevangen worden als God verschijnt. Denk bij voorbeeld aan de profeten die roepen: “Wee mij, ik ben verloren”, als God zich bij hen meldt (zie bijvoorbeeld Jes. 5, 5). Het is in Bijbelse zin dus niet zo’n vreemde reactie. Het is trouwens ook wat ik regelmatig om mij heen zie gebeuren, in de kerk, maar vooral ook daarbuiten: dat mensen bang zijn voor God. Alsof God van plan is om jou iets aan te doen.

Hier steekt een bepaald beeld van God achter dat mensen blijkbaar hebben van Hem. Hij is Iemand om bang voor te zijn, meer dan bijvoorbeeld iemand over wiens komst je je zou kunnen verheugen, iemand die je gastvrij wilt ontvangen. Het beeld dat veel mensen van God hebben, is minstens dat van een God die mij komt vertellen hoe het moet. Een God die, als ik niet doe zoals het moet, kwaad wordt en zou willen straffen. Een God die mij eerder onvrij, dan vrij maakt met al zijn regeltjes en wetten. Een God die mij eerder ongelukkig maakt, dan gelukkig.

Voordat ik dit beeld ga corrigeren eerst het volgende: ik denk dat veel mensen dit beeld niet zonder reden hebben. Is het hun niet eeuwenlang geleerd dat God inderdaad zó is? Dat God inderdaad iemand is voor wie je bang moet zijn? Dat God misschien wel het beste met je voorheeft, maar dan alleen op zijn voorwaarden? Als dit het beeld van God is dat veel mensen in deze wereld hebben, dan kan ik me voorstellen dat je liever afstand wilt doen van het geloof in Hem, of minstens van de kerk die dit beeld zou propageren. Diezelfde kerk immers heeft het er in het verleden, en soms in het heden, ook wel naar gemaakt. Uit naam van díe God heeft de kerk ook dingen gedaan, in de samenleving, maar ook in de persoonlijke levens van mensen, die de mens niet bepaald vrij of gelukkig hebben gemaakt.

Zo bezien wordt God een soort concurrent van de mens. Het geluk van de mens wordt uitgespeeld tegen de wil van God. De mens kiest dan, terecht, voor zichzelf, en niet voor God. De vraag is wel of dit het juiste beeld is van God. Bestaat de bekering – waartoe Johannes de Doper ons gedurende de Advent heeft opgeroepen – juist ook niet híerin dat we dat beeld van God moeten bijstellen, de kerk daarbij niet uitgezonderd? Iemand die vastzit in dat oude beeld van God zou kunnen zeggen: “Mag dat dan wel? Wie ben ik om een ander beeld van God aan te nemen? Maak ik mijzelf dan geen beeld van God? Moet ik God niet juist God laten zijn?” Het kerstverhaal leert ons nu juist dit: God zélf spreekt dat oude beeld dat mensen van Hem hebben tegen.

Misschien is dit juist ook wel het nieuwe aan het Nieuwe Testament ten opzichte van het Oude: dat God op een andere manier tot ons wil komen dan Hij tot nu toe gedaan heeft. Juist op het moment dat God zelf tot ons komt, niet door rechters of profeten, maar zélf, kiest Hij ervoor om níet met macht en luister te komen, maar in de gedaante van een klein kind. Dat waar de mens al die tijd bang voor was, en nog steeds is, blijkt, zo leert ons het kerstverhaal, helemaal niet te gebeuren. Integendeel: God komt niet om met macht en luister bezit te nemen van deze wereld of van onze levens. Nee, Hij komt als een klein en kwetsbaar Kind en spreekt ons zó aan. Het kerstverhaal leert ons dat God, als Hij zelf mens wordt en op aarde verschijnt, dat Hij onze vrijheid respecteert en niets dan ons geluk voor ogen heeft.

Misschien is dat wel de reden waarom zoveel mensen in deze tijd bang zijn voor alles wat met kerk, geloof en religie te maken heeft. Dat het bevoogdend zou kunnen gaan werken, dat het mij mijn vrijheid inperkt of afneemt, dat ik niet kan zijn wie ik zelf wil zijn. Kerk, geloof, religie en God, we dulden ze, maar wel op veilige afstand en het liefst achter de voordeur. Ik begrijp die reactie, nogmaals, tegen de achtergrond van het beeld dat mensen in de loop der jaren van deze zaken als kerk, geloof en God hebben ontwikkeld. Maar wat nu als mensen, u en ik, onszelf zouden toestaan dit beeld bij te stellen? Als we ons in die zin zouden bekeren? Zou God, het geloof in Hem en zijn kerk, dan weer ruimte kunnen krijgen in ons leven? Uiteraard is iedereen vrij om te denken en te geloven wat hij of zij wil en te leven hoe hij of zij wil. Maar schuilt in die vrijheid niet soms juist ook een probleem? Wij mensen zijn, minstens in dit deel van de wereld, vrij. Godzijdank! Maar weten we ook hoe we met deze vrijheid om moeten gaan?

Vrijheid die onbegrensd is en geen kaders heeft, loopt het risico uiteindelijk toch ook weer onvrij te worden, bijvoorbeeld doordat andere krachten ons gaan vertellen wat we moeten doen, omdat wij zelf gewoonweg niet weten wat met deze vrijheid te doen. Voor velen voelt het als buitengewoon onbehagelijk dat er geen perspectief is in hun leven, geen zin, maar wel vrijheid. In die zin kunnen God, geloof en kerk perspectief bieden.

Het moge duidelijk zijn dat dat niet op de oude manier kan. Door opnieuw te vervallen in “Ik zal u eens vertellen hoe het moet” komen we niet toe aan de manier waarop God zichzelf aanbiedt aan deze wereld. God geeft zelf het voorbeeld, wij kunnen dan niet anders doen. God komt als een zachte kracht, in de gedaante van een kind. De kracht van deze komst schuilt juist in die zachtheid. De kwetsbaarheid van het kind vertedert ons, en het doet een appèl op ons. Het vraagt op de eerste plaats om te zijn zoals dit Kind, wetend dat Hij onze Vader is die niet met hardheid over ons regeert, maar met zachtheid voor ons zorgt. En het vraagt te zorgen voor al wat kwetsbaar is in deze wereld, zoals Jozef en Maria zorgen voor dit kind.

Ons kind te weten van God die voor ons zorgt, en ons geroepen te weten te zorgen voor anderen, zoals ouders voor hun kinderen, dat kan een mooi en waardevol perspectief zijn om de vrijheid, die door ons zo gekoesterd wordt, verder in te vullen. Zo mag dit Kind dan ook voor ons een teken zijn, net als voor de herders. Zalig kerstfeest!

Pastoor Tjeerd Visser

Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
Preek 21e zondag in het jaar C. Rom. 11, 33-36. Hoe ondoorgrondelijk zijn uw wegen.
23 augustus 2020
Preek 19e zondag in jaar A. Mat. 14, 22-33. Lopen over de vloeibaarheid van het leven.
9 augustus 2020
Preek 17e zondag in jaar A. Rom. 8, 28-30. In Christus voor God gerechtvaardigd.
26 juli 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen