MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 12e zondag in jaar A. Jer. 20, 10-13. Mijn achtervolgers vallen neer.

21 juni 2020

Van de profeten uit het Oude Testament denken we al snel dat dit onwankelbare figuren zijn, personen die stevig in hun schoenen staan en wel even aan de mensen gaan zeggen hoe het zit. Immers, ze ontvangen het woord van God en dus hebben ze de wijsheid altijd aan hun zijde. Wel, niets is minder waar. Profeten zijn op veel momenten juist zeer onzeker. Ze denken nogal misprijzend over zichzelf. Sommigen zitten er helemaal niet op te wachten om tot profeet geroepen te worden. Zoek maar een ander! Zo is het ook met de profeet Jeremia.

Profeten zijn mensen met zorgen, vragen, onzekerheden, twijfels, enzovoort. Net als u en ik. Dat horen we ook bij Jeremia in de eerste lezing. Hij weet dat er over hem geroddeld wordt. “Ik hoor velen fluisteren: daar heb je ‘Ontzetting-overal’. We brengen hem ten val!” (Jes. 20, 10). Dit is tekenend voor vele profeten. Zij kregen stuk voor stuk te maken met roddel en achterklap, met negatieve reacties op hun profetieën. Dat is herkenbaar. Vele publieke figuren, of het nu ministers zijn of presidenten, maar ook pastors en predikanten, weten: wat ik zeg wordt op een gouden weegschaal gelegd. Er zijn mensen die je proberen te vangen op je eigen woorden: “In uw preek zegt u A, maar zelf doet u B”. Je moet vaak goed opletten wat je zegt en tegen wie je het zegt. Wellicht herkent u zoiets ook in uw familie of op uw werk. Er zijn mensen die, vaak achter je rug, over je zeggen: Die gaat nog naar de kerk! Die gelooft nog in God! Net als vele profeten word je door de wereld rondom je niet begrepen, met als gevolg: achterdocht.

Hoe gaat Jeremia hiermee om? Hij zegt: “De Heer is bij mij als een machtige strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, zij zullen niet overwinnen!” (v. 11). Jeremia kruipt niet naïef in een hoekje uit angst voor de boze buitenwereld, maar staat zijn mannetje te midden van de weerstand! Jeremia zegt niet: met de Heer aan mijn zijde verdwijnen mijn problemen als vanzelf. Dát is naïef in een hoek kruipen, wat we nogal eens doen als gelovigen. Nee, hij zegt: te midden van mijn problemen, zorgen en angsten word ik de aanwezigheid van een liefhebbende kracht gewaar die veel sterker is dan al mijn zorgen en problemen. We raken hier de kern van ons geloof. Geloven is niet zeggen dat met God aan je zijde al je problemen wel uit zichzelf zullen verdwijnen. Nee, geloven is zeggen dat te midden van je problemen God aanwezig is die je kracht geeft om je problemen aan te pakken.

Jezus stuurt zijn apostelen op pad met de woorden: “Weest niet bang voor de mensen” (Mat. 10, 26). Jezus zegt dat je door Hem in directe verbinding staat met de macht en de kracht die heel het universum in het bestaan spreekt! Dringt dat tot ons door als we in gebed zijn of wanneer we zijn Naam aanroepen? Bidden met Jezus is niet zomaar met iemand praten. Het is zoveel méér dan dat! Door en met en in Jezus sta je in directe verbinding met de Schepper van hemel en aarde. Ik heb een tijd geleden eens gepreekt over het Rad van Fortuin. Het draaien van het rad staat symbool voor de weerbarstigheid van het bestaan. Het leven is vallen en opstaan, is bij de pakken neerzitten en triomferen, is voorover kukelen en weer opkrabbelen, enzovoort. Ofwel: het rad draait en draait. Jezus zegt ons: keer je naar het centrum van het rad. Hoe dichter bij het centrum van het rad, hoe rustiger het wordt. Omgekeerd: hoe verder naar buiten, hoe onstuimiger, met alle gevolgen van dien. Dáár heerst angst en pijn en verdriet. In Christus heerst rust.

Nogmaals: in Christus verdwijnen je problemen niet vanzelf. Het zou erg naïef zijn om dat te denken. Nee, in Christus ben je in staat je problemen aan te pakken. In Hem vind je rust te midden van je problemen en zorgen, zodat je eraan kunt werken. Jezus zegt niet voor niets, en Hij zegt het meerdere keren: weest niet bang. Angst is en blijft een slechte raadgever. Ik moet denken aan twee pausen: paus Johannes Paulus II en paus Franciscus. Beide mannen hebben grote angsten gekend in hun leven. Johannes Paulus II groeide op toen Polen bezet was door de nazi’s en hij was priester en bisschop toen de communisten er de baas waren. Paus Franciscus was hoofd van de jezuïeten onder het schrikbewind van de Argentijnse dictator Jorge Fidela, die zijn tegenstanders boven zee levend uit vliegtuigen liet werpen. Beide pausen weten wat het is om te leven in grote angst en onzekerheid. En wat zeggen zij met al hun ervaring: weest niet bang!

Beide pausen vonden rust en kracht in de wetenschap dat zij er niet alleen voor stonden, maar in Christus verbonden waren met een macht en kracht die onmetelijk veel sterker en groter is dan welke aardse macht dan ook. Dat zorgde er niet voor dat zij geen zorgen en problemen hadden, want die hadden ze wel degelijk. Dat zorgde er wél voor dat ze standhielden en hun problemen het hoofd konden bieden. Kortom: vergeet niet met Wie u als christen verbonden bent: met niemand minder dan de Schepper van hemel en aarde, de grond onder het bestaan, de bron van alle leven, de overwinnaar op zonde en dood. Moge u dat kracht geven, te midden van uw pijnen en zorgen. Onthoud de woorden van Jeremia en herhaal ze in uw gebeden: “De Heer is bij mij als een krachtige strijder. Mijn achtervolgers vallen neer, zij zullen niet overwinnen!” Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
Preek 21e zondag in het jaar C. Rom. 11, 33-36. Hoe ondoorgrondelijk zijn uw wegen.
23 augustus 2020
Preek 19e zondag in jaar A. Mat. 14, 22-33. Lopen over de vloeibaarheid van het leven.
9 augustus 2020
Preek 17e zondag in jaar A. Rom. 8, 28-30. In Christus voor God gerechtvaardigd.
26 juli 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen