MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 16e zondag (jaar C). Luc. 10, 38-42. Vanuit het ene naar het vele.

17 juli 2022

Vandaag lezen we het bekende verhaal van Maria en Marta. Maria zit aan de voeten van de Heer en Marta slooft zich uit in het huishouden. Het zijn twee vrouwen die symbool staan voor bidden en werken, voor passief en actief, voor contemplatie en actie. Al snel zien we deze vrouwen als elkaars tegenpolen. En dan stellen we de vraag: ben je een Maria of ben je een Marta? En dat is nu juist niet waarvoor deze twee vrouwen staan.

In de eerste lezing (Gen. 18, 1-10) is Abraham een voorafbeelding van Maria. Zoals Maria aan de voeten van de Heer zit en op Hem is gefocust, zo doet Abraham dat in de eerste lezing, wanneer hij bezocht wordt door drie mysterieuze mannen. Abraham ervaart dit bezoek als een bezoek van God zelf. Wat doet Abraham? Hij laat alles waarmee hij bezig is los en focust zich op God. Voor Abraham heeft dit bezoek al zijn aandacht. Abraham toont ons de enige juiste reactie wanneer je God gewaarwordt in je leven. De drie mannen zeggen Abraham dat hij en zijn vrouw een zoon zullen krijgen, hoewel ze reeds op leeftijd zijn. Als je dit biologisch bekijkt, dan loop je vast, want hoe kunnen twee bejaarde mensen nog een kind krijgen? Je moet het dan ook geestelijk zien. Wanneer je God gewaarwordt in je leven en je maakt ruimte voor Hem, dan draagt dit altijd vrucht, ook al geloof je zelf van niet!

Maria, de zus van Marta, reageert hetzelfde als Abraham. Wanneer Jezus in hun huis komt, laat ze alles los en geeft Hem alle aandacht. Voor je gevoel gooit ze daarmee al het huishoudelijk werk over de schutting bij Marta. Marta slooft zich uit om het iedereen naar de zin te maken, terwijl Maria bij Jezus zit en niets doet. En als Marta daar iets van zegt, krijgt ze een reprimande van Jezus. Marta wordt onrecht aangedaan, zegt je gevoel. Maar dan kijken we met de verkeerde bril. Marta krijgt geen kritiek omdat ze zich uitslooft om het iedereen naar de zin te maken. Nee, ze wordt aangesproken omdat haar aandacht verdeeld is. Maria krijgt alle lof omdat haar aandacht op één punt is gefocust: op God in Christus.

Dit evangelie gaat over de spiritualiteit van het ene en het vele. Jezus zegt niet tegen Marta dat ze moet stoppen met haar goede zorgen. Jezus zegt dat ze zich druk maakt over veel dingen. Je druk maken over veel dingen is waar we allemaal druk mee zijn, toch? ’s Avonds in bed kun je de slaap niet vatten omdat je hoofd nog nastuitert over alles wat je moet doen. Jezus heeft makkelijk praten, denk je dan. Echter, dan maken we een denkfout. Wat we vaak doen, en ik doe het zelf ook, is dat we God maken tot één van de vele dingen die we (moeten) doen. “Ik moet nog dit, ik moet nog dat, ik moet daar naartoe, ik moet die nog bellen, en oh ja, God is er ook nog. Ach, die kan wel even wachten, toch?”

De valkuil hier is dezelfde als die van Marta: je raakt bezeten van het vele wat je moet doen, met als gevolg dat je God niet meer gewaarwordt in je leven. Zo lijd je aan geestelijke uitdroging. God is niet één van de vele actiepunten op je to-do lijst, niet één van de dingen die er zijn. Het is niet zo dat je stoelen hebt, tafels, bomen, auto’s, wolken, huizen, God (ergens), sterren, vogels, mieren… God is niet is in het bestaan, Hij is het bestaan! Hij is het die alles wat er is voortdurend in het bestaan spreekt. Jezus prijst Maria, omdat ze slecht één ding heeft gekozen, het enige noodzakelijke: God, de bron van het bestaan. Abraham doet hetzelfde: hij laat het vele voor wat het is, en focust op het ene noodzakelijke: God die hem bezoekt.

Moeten we dan zomaar alles uit onze handen laten vallen? Nee. Waar het om draait is wat je startpunt en wat je eindpunt is. Vertrek je vanuit het vele om zo je weg te vinden naar het ene / de Ene? Dan loop je vast in alles waarmee je druk bent. Of vertrek je vanuit het ene / de Ene om zo het vele te kunnen doen? Dat is de weg van Maria. Zij begint waar alles mee begint: Gods woord, levend in Jezus. De kerkvader Augustinus heeft eens gezegd: ‘Ama Deum et fac quod vis’. Dat betekent: heb God lief en doe wat je wilt. Augustinus zegt niet dat je alles kunt doen om het vervolgens onder de mantel van Gods liefde weg te stoppen. Nee, wat Augustinus zegt is dat je alles wat je doet moet laten beginnen met de liefde van God. Als je bij God begint, besef je dat al het geschapene voortkomt uit zijn liefde. Dan laat je alles wat je doet getuigen van je liefde voor God. Als je dat steeds doet, doe je niet zomaar alles wat je goeddunkt. Integendeel, dan doe je alles tot meerdere eer en glorie van God. Als je God gewaarwordt in je leven en je doet alles in en vanuit zijn liefde, dan zal het vele wat je doet ook vrucht dragen, zoals Abraham en Sarah hebben mogen ervaren.

Marta en Maria zijn niet elkaars tegenpolen. Het ene is niet slecht en het andere goed. Zo moet je dit verhaal niet lezen. Waar het om gaat is: wat is écht belangrijk in het leven en kan ik vandaaruit het vele doen wat ik moet doen? Vanuit het vele tot het ene komen is zeer lastig. We zien dat om ons heen: we zoeken naar geestelijke grond, maar met alles waar onze aandacht naar uitgaat zien we het niet. Alleen vanuit het ene / de Ene kun je het vele doen. Marta en Maria gaan om de vraag: Waar begin ik bij alles wat ik doe? Bij het vele of bij het ene? Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden. Moge dat voor ons een les zijn bij alles wat we doen. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 20e zondag. Luc. 12, 49-53. De 'niet-begrepen' liefde.
14 augustus 2022
Preek 19e zondag. Hebr. 11, 1-19. Vaste grond van wat wij hopen.
10 augustus 2022
Preek 18e zondag. Pred. 2, 21-23. Alles is ijdelheid.
30 juli 2022
Preek 17e zondag. Gen. 18, 20-32. Volharding in gebed.
24 juli 2022
Preek 15e zondag. Luc. 10, 25-37. De barmhartige Samaritaan.
11 juli 2022
Preek 14e zondag. Luc. 10, 1-20. Twee en zeventig leerlingen
8 juli 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen