MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 17e zondag in jaar A. Rom. 8, 28-30. In Christus voor God gerechtvaardigd.

26 juli 2020

In de tweede lezing lezen we uit de Romeinenbrief van Paulus. Hier sta ik graag even bij stil, want dit is allicht dé belangrijkste brief van Paulus. Deze brief staat dan ook als eerste in de rij van Paulusbrieven in het Nieuwe Testament. Ik zou zeggen: lees deze brief eens in zijn geheel gedurende deze vakantie en ontdek de enorme geestelijke diepgang ervan. In feite legt Paulus in deze brief het fundament voor de christelijke theologie. Men zegt wel eens dat de westerse filosofie één grote voetnoot is bij de filosofie van Plato; zo is de christelijke theologie één grote voetnoot bij Paulus, zou je kunnen zeggen.

In de Romeinenbrief richt Paulus zich niet tot alle inwoners van het Romeinse Rijk, maar tot een kleine groep van Christus-belijders in de stad Rome. Die gemeenschap heeft hij niet zelf gesticht. Er was al vroeg sprake van een christelijke gemeenschap in Rome. Rome was natuurlijk het kloppend hart van het Romeinse Rijk en er was veel verkeer van goederen en mensen van en naar Rome. Langs die wegen moet het evangelie al snel de stad hebben bereikt. Paulus weet van het bestaan van deze gemeenschap. Zo’n kleine gemeenschap van christenen in de ‘achtertuin’ van de Romeinse keizer vindt hij bijzonder. Hij draagt hen een warm hart toe en het liefst wil hij hen bezoeken. Uiteindelijk gaat hij naar Rome, maar als gevangene.

Paulus schreef de Romeinenbrief vanuit Korinthe, zo weten we. Een brief schrijven in de oudheid ging niet zoals we dat tegenwoordig doen. Paulus schreef zijn brieven niet zelf. Hij dicteerde en had secretarissen die zijn woorden opschreven. Vervolgens werden deze brieven per bode naar de geadresseerde gebracht en daar werden de brieven aan de gemeenschap voorgelezen. Denk bijvoorbeeld aan de stadsbodes van vroeger die op het plein in de stad een brief van de koning of het stadsbestuur voorlazen. Of denk aan de tijd dat er nog geen televisie was en men als gezin rond de radio zat om te luisteren naar wat werd verteld. Zo moet het ook zijn gegaan bij deze christelijke gemeenschappen. Men kwam bijeen bij iemand in huis en men luisterde naar de bode die de brief voorlas.

De rode draad in de Romeinenbrief is dat wij als zondaars in Christus zijn gerechtvaardigd voor God. Het Griekse woord voor rechtvaardigen betekent letterlijk ‘recht zetten’. Denk aan een schilderij of een foto dat scheef hangt en dat je weer recht hangt. Zo ‘rechtvaardig’ je het schilderij of de foto en komt het weer tot zijn recht. Stel, je hebt een échte Rembrandt aan de muur hangen en daar heb je miljoenen voor betaald. Je nodigt vrienden en familie uit om te komen kijken en je ziet dat het schilderij scheef hangt. Die hang je toch meteen recht?! Dat doe je alleen al omdat het zo’n kostbaar schilderij is. Zo is het ook met God en ons. Wij zijn kostbaar in Gods ogen (Jes. 43, 4). Wij zijn allemaal een Rembrandt in Gods huis. Alleen al daarom wil Hij ons recht zetten, ofwel rechtvaardigen!

Over scheef staan gesproken: Wat is het meest beroemde object dat scheef staat? Juist, de Toren van Pisa! Al tijdens de bouw begon de toren te hellen. Men heeft meerdere malen (vergeefs) geprobeerd om de toren weer recht te zetten. Waarom deed men dat? Omdat de toren alleen kan worden gebruikt waarvoor hij bedoeld is als hij recht staat, namelijk als klokkentoren. Nu hij scheef staat durft men de klokken niet te luiden, uit angst dat het trillen de toren verder doet zakken of zelfs doet instorten. Nu is de toren nutteloos, behalve dat hij dienst doet als toeristische attractie. Daarvoor is de toren echter niet gebouwd. Pas wanneer hij recht staat, kan de toren ten volle gebruikt worden waarvoor hij bedoeld is.

Op vergelijkbare wijze, maar dan geestelijk verstaan, staan wij als mens scheef. Geestelijk gezien zijn wij ‘schuinsmarcheerders’. De zonde brengt ons uit balans en we lopen niet in lijn met God. Daardoor kunnen wij niet, als de Toren van Pisa, ten volle functioneren zoals wij bedoeld zijn. Om dat wel te kunnen moeten we dus recht gezet worden, ofwel: gerechtvaardigd worden. We kunnen onszelf niet rechtvaardigen, dat kan alleen iemand doen die buiten ons scheefgezakte mens-zijn staat: God zelf. En dat heeft Hij gedaan in Jezus. Het kruis is, bij wijze van spreken, de stut die ervoor zorgt dat wij niet meer kunnen verzakken. In Christus zijn wij voor God recht gezet, gerechtvaardigd. Zo kunnen we ten volle mens zijn zoals we zijn bedoeld, zoals we zijn geschapen én zoals we zijn geroepen.

Dit is de goede boodschap die Paulus in zijn Romeinenbrief verkondigt. In Christus zijn wij voor God gerechtvaardigd en kunnen we ten volle mens zijn en dus ook ten volle leven zoals God ons bedoeld heeft. “God in alles bevordert het heil van die Hem liefhebben”, zegt Paulus (Rom. 8, 28). Hoe gelijkvormiger je bent aan Christus, des te rechter je staat, des te beter je beeld en gelijkenis bent van God. Dat is onze roeping en inspanning als christen. Moge God ons daarin steeds tot kracht zijn. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 29e zondag in jaar A. Mat. 22, 15-21. Geef God wat God toekomt.
18 oktober 2020
Preek 27e zondag in jaar A. Mat. 21, 33-43. De vruchten van de wijngaard.
5 oktober 2020
Preek 26e zondag in jaar A. Mat. 21, 28-32. Wat je ook zegt, het gaat om wat je doet.
27 september 2020
Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen