MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 1e zondag 40-dagentijd jaar B. Marc. 1, 12-15. Tussen wilde dieren en engelen.

21 februari 2021

Het evangelie op de eerste zondag van de Veertigdagentijd is altijd het verhaal van de beproeving van Jezus in de woestijn. De versie van Marcus, die we vandaag lezen, is kort en bondig. Marcus is als een expressionistische schilder die in een paar vegen met de kwast het verhaal neerzet. Hij weet telkens de juiste toon te raken. Zo schrijft hij: “In die tijd dreef de Geest Jezus naar de woestijn”. Het is de Heilige Geest die Jezus naar de woestijn dreef om Hem daar bloot te stellen aan verleidingen. Waarom zou de Geest dit doen? In het Onze Vader bidden we “En leidt ons niet in beproeving”, maar in dit verhaal stuurt de Geest daar bewust op aan. Het heeft alles te maken met wie Jezus ten diepste is.

Jezus is èn ten volle mens èn ten volle God. We noemen dat de twee naturen van Jezus: de menselijke en de goddelijke natuur. Ze komen in Hem samen, ongemengd en ongescheiden, in volledige balans. De duivel probeert die balans te verstoren. Aan die verleiding staan wij allen bloot. In ons geloof hebben we de neiging Jezus van een te eenzijdige kant te zien: òf Hij is een interessante historische figuur als vele anderen òf Hij is volledig God, ver boven elke menselijke zwakheid verheven. In de woestijn gaat Jezus op zoek naar de juiste balans tussen beide naturen. Voor die uitdaging staan ook wij als het erom gaat hoe wij in relatie staan tot Jezus: zien we Hem louter als mens of louter als God? Of beide?

Marcus raakt de kern met de zin: “Hij verbleef bij de wilde dieren en de engelen bewezen Hem hun diensten”. Wilde dieren en engelen zijn elkaars uitersten. Jezus bevindt zich op het snijvlak tussen deze uitersten. Hij staat tussen de fysieke, kille, harde, aardse werkelijkheid enerzijds (verbeeld door de wilde dieren) en de geestelijke, hemelse, liefdevolle, goddelijke werkelijkheid anderzijds (verbeeld door de engelen). Precies daartussen ligt zijn én onze roeping besloten. De kerkvaders, theologen van de eerste eeuwen, geven hier een interessante uitleg bij. De mens is in zichzelf een microkosmos, zeggen zij. We zijn een universum in het klein. In ons komen het fysieke en het spirituele samen. In ons bevinden zich beide geschapen werkelijkheden: het aardse en het hemelse. Dat is uniek aan de mens. Wilde dieren zijn louter aards en engelen zijn louter hemels, maar de mens bevindt zich op het snijvlak tussen hemel en aarde (soms schieten we door naar het ene of het andere uiterste, zoals begin dit jaar weer eens duidelijk werd met alle rellen).

Dat betekent dat de mens een sleutelrol vervult in het universum. God, die hemel en aarde heeft geschapen, heeft ons als mens precies op het snijvlak tussen die twee geplaatst. Het is onze roeping beide werkelijkheden in harmonie te brengen en te houden. Weet u, het valt mij telkens weer op, bij de uitvaart van iemand die in een verzorgingshuis heeft gewoond, dat de nabestaanden expliciet de verzorgers en verplegers danken in hun slotwoord. In het lange leven van de overledene zijn er vele mensen geweest die hem of haar op cruciale momenten geholpen hebben, maar het zijn de verzorgers die in het dankwoord expliciet genoemd worden. Waarom is dat? Wellicht omdat verzorgers laten zien hoe harmonieus het hemelse en het aardse kunnen samengaan, hoe iemand fysiek wordt geholpen, en daarbij ook geestelijk gesteund wordt. Verzorgers geven niet alleen om het lichaam, maar om heel de mens, om het lichamelijke én het geestelijke welzijn. Dat is wat telkens weer indruk maakt op de familie: het belangeloos samengaan van het fysieke en het geestelijke.

Het is een valkuil om het fysieke en het geestelijke uit elkaar te halen. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Het zou verkeerd zijn om beide realiteiten tegenover elkaar te zetten, als ware zij in strijd met elkaar, of om het ene boven het andere te plaatsen. Dat zou tegen onze scheppingsnatuur ingaan. We zijn in Gods schepping juist geplaatst op het snijvlak tussen hemel en aarde. Het gaat erom de juiste balans tussen beide te vinden. Laat daar de hele Veertigdagentijd voor bedoeld zijn! De Veertigdagentijd gaat om vasten, bidden en aalmoezen geven, zoals we in het evangelie op Aswoensdag hebben gehoord (Mat. 6, 1-18). Vasten is gericht op het aardse, het lichamelijke. Bidden is gericht op het hemelse, het geestelijke. Beide ontmoeten elkaar in de aalmoes! Een oprechte aalmoes toont de goede balans tussen vasten en bidden, tussen het aardse en het hemelse. Zo zijn wij geroepen ons leven tot een aalmoes te maken, waarin de juiste balans tussen hemel en aarde tot uiting komt. Daarom drijft de Geest ook ons in de geestelijke woestijn!

De duivel in de woestijn probeerde Jezus te verleiden om een kant te kiezen: het aardse of het hemelse. Jezus zwicht er niet voor, maar blijft in balans. Hij wijst de wilde dieren niet af, net zo min als Hij de engelen afwijst. Hij verricht zijn wonderen precies op het snijvlak tussen die twee. Ook wij zijn daartoe in staat, als we maar de juiste balans weten te vinden. Deze Veertigdagentijd wil daartoe een hulpmiddel zijn. Zie het vasten niet als een lichamelijke prestatie of het bidden als een geestelijke prestatie, maar zie ze als de twee rails waar de trein van de aalmoes op rijdt. In het vasten zit geen wonder, net zo min als in het gebed een wonder zit. Het wonder geschiedt in de aalmoes. Met de hulp van Gods Heilige Geest kunt ook u dat wonder laten geschieden! Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 6e zondag in jaar B. Marc. 1, 40-45. Ik wil, word rein.
14 februari 2021
Preek 5e zondag in jaar B. 1 Kor. 9, 16-23. Er is ook goed nieuws!
7 februari 2021
Preek 3e zondag in jaar B. Jona 3, 1-10. Vluchten voor Gods roepstem.
24 januari 2021
Preek 2e zondag in jaar B. Joh. 1, 35-42. Kom en zie!
17 januari 2021
Preek Doop van de Heer. Marc. 1, 7-11. Wees een adelaar!
10 januari 2021
Preek Openbaring des Heren 2021
3 januari 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen