MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 21e zondag in jaar B. Joz. 24, 1-17: “Ik en mijn familie, wij dienen de Heer”

22 augustus 2021

In de eerste lezing horen wij van Jozua. Na de dood van Mozes kreeg Jozua de leiding over de Israëlieten en leidde hen het Beloofde Land binnen. Nadat het Beloofde Land in bezit is genomen, herinnert Jozua het Volk eraan hoe God hen heeft gediend, van de bevrijding uit Egypte tot en met de inname van het Beloofde Land. Jozua stelt dan de vraag: En wie dien jij op jouw beurt? Dat is nog steeds een zeer actuele vraag. Ik hoor vaak in mijn werk, als mensen te maken hebben met tegenslag: God helpt mij niet. In feite zegt men: God dient mij niet. God is voor veel mensen een soort bijstandsorganisatie in de hemel, een hemelse verzekering waar je, zolang het goed gaat, niet naar omkijkt, totdat je in de problemen komt en de verzekering moet uitkeren. Dan moet God ons dienen. Nood leert bidden, zeggen we dan. God wordt aangeroepen als niets en niemand meer helpt.

De filosoof en theoloog Paul Tillich (1886-1965) omschreef geloof als ‘dat wat je ten diepste aangaat’. Wie of wat is het aller-allerlaatste waarop je terugvalt? Wie of wat is in je leven je uiteindelijke, allerlaatste, ultieme hoop? Het antwoord daarop kan God zijn, maar voor een ander kan dit geld zijn, of macht, of lust, of iets anders. Deze vraag stelt Jozua aan de Israëlieten. Zijn antwoord is: “Ik en mijn familie, wij dienen de Heer” (Joz. 24, 15). Jozua weet: alles wat er is, alles waar mijn zorg naar uitgaat, alles wat mij ten diepste aangaat en waarop ik mijn hoop stel, kan niet bestaan buiten God. God is dus, aldus Jozua, wat mij ten diepste aangaat. Hij is mijn uiteindelijke, allerlaatste, ultieme hoop.

Dit brengt mij bij het evangelie. We sluiten vandaag hoofdstuk 6 van het Johannes-evangelie af. In dit hoofdstuk spreekt Jezus over het eten van zijn vlees en het drinken van zijn bloed. Net zoals toen klinkt dat ook nu vreemd in de oren. Ook dit gaat over de vraag: wie of wat is je uiteindelijke hoop? Jezus is het Brood uit de hemel. Wie ervan eet, zal leven in eeuwigheid. Alleen dit Brood kan onze honger naar God stillen. Elk ander brood kan dit niet, of het nu het brood is van de rijkdom, de eer, de macht, de lust of wat dan ook. Heel hoofdstuk 6 wil ons met nieuwe ogen doen kijken. Eucharistie is geen tovenarij, waarbij de priester door magie brood en wijn in Lichaam en Bloed van Christus verandert. Als dat zo was, dan zouden wij niet hoeven te veranderen. En juist dat wil de eucharistie bewerkstelligen: dat wij veranderen. Wil je tot de kern van de eucharistie kunnen doordringen, dan vraagt dat een nieuwe manier van zien, een verandering van binnenuit.

Dat lukt niet altijd en precies dat zien we gebeuren in het evangelie vandaag. Wat er volgt op alles wat Jezus gezegd heeft, is één van de droevigste gebeurtenissen in het evangelie. De één na de andere volgeling haakt af en ze laten Jezus in de steek. Dat gebeurt niet alleen hier, maar in heel de kerkgeschiedenis. Als het gaat om de eucharistie, het eten en drinken van het Lichaam en Bloed van Christus, dan is de eucharistie altijd een splijtzwam geweest. Als de Kerk spreekt over de werkelijke aanwezigheid van Christus in het Brood en de Wijn van de eucharistie, zijn er altijd christenen die weglopen.

De eucharistie is wel vaker onderwerp van dispuut onder christenen, zoals bijvoorbeeld tijdens de Reformatie. Toen hebben vele christenen de Kerk verlaten om wat de Kerk leert over de eucharistie. Geloof je werkelijk dat dit eucharistische Brood Jezus is? Geloven dat Hij waarlijk vlees en bloed is in de eucharistie is voor veel mensen een brug te ver en ze lopen weg. Als Jezus zijn volgelingen ziet weglopen, vraagt Hij aan zijn meest intieme groep, de twaalf apostelen: “Wilt ook gij soms weggaan?”. Als de twaalf ook waren weggelopen, is het maar de vraag of wij hier hadden gezeten. Petrus neemt het woord. Hij spreekt namens de twaalf als hij zegt: “Heer, naar wie zouden wij gaan? Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt”. Deze woorden zijn in feite dezelfde als die van Jozua: ik en uw Kerk, wij dienen U, Heer.

De Kerk heeft vanaf haar prilste bestaan, tot op de dag van vandaag, achter deze belijdenis van Petrus gestaan en zal dat ook blijven doen. Petrus, die namens de apostelen spreekt, wordt nu vertegenwoordigd door de paus. Alle pausen hebben deze woorden van Petrus herhaald en zullen dat blijven doen. En wij scharen ons daarachter en belijden met Petrus en zijn opvolgers deze woorden mee. Het is de oefening van iedere christen om onze uiteindelijke hoop op God te stellen. Hij is het wat ons ten diepste aangaat. Eucharistie vieren is groeien naar het centrum van het bestaan, naar de God van Jezus Christus, die onze uiteindelijke hoop is. Door diezelfde Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 24e zondag. Jac. 2, 14-18. Geloof zonder daden is dood.
12 september 2021
Preek 23e zondag. Marc. 7, 31-37. Geestelijk horen en spreken.
5 september 2021
Preek hoogfeest Maria Tenhemelopneming. Over de waardigheid van de mens.
15 augustus 2021
Preek 19e zondag. 1 Kon. 19, 4-8. Elia en het brood van de engel.
8 augustus 2021
Preek 18e zondag. Ex. 16, 2-15. De vleespotten van Egypte.
1 augustus 2021
Preek 17e zondag. Joh. 6, 1-15. De Jezus van de eucharistie.
25 juli 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen