MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 22e zondag in jaar C. Luc. 14, 7-14. Het principe van ‘agere contra’.

28 augustus 2022

In het evangelie is Jezus te gast bij een voorname Farizeeër. Vele belangrijke personen zijn uitgenodigd en Jezus ziet hoe zij de beste plekken aan tafel proberen te bemachtigen. Jezus kijkt, zoals altijd, met de ogen van de hemelse Vader en merkt op dat wie in Gods koninkrijk de voornaamste plek wilt innemen, bereid moet zijn om juist op de minste plek te gaat zitten.

Hierover prakkiserend moest ik denken aan een oude wijsheid van Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten-orde. Ignatius kwam uit Spaans Baskenland en leefde in de 16e eeuw, ten tijde van de Reformatie. Hij was van adel en begaf zich dus in hogere kringen. En zoals dat gaat in die kringen wilde hij zien en gezien worden, net als de Farizeeën in het evangelie. Dat verandert plots wanneer hij in een veldslag verwond raakt, waardoor hij lange tijd bedlegerig is. Ignatius belandt in een geloofscrisis. Hij worstelt met zijn geloof, maar vooral met zichzelf. Hij kan niet meer de man zijn die hij wil zijn. De voornaamste plekken in bestuur, politiek en in militaire zaken kan hij vergeten. Hoe nu verder?

Ignatius komt tot de conclusie dat hij, als hij verder wil met zijn leven, moet onthechten van alle aardse zekerheden waarop hij vertrouwt, zoals macht, lust, roem, eer en materiële rijkdom. Die blijken allemaal van geen nut voor hem. Wil hij uit de crisis komen, dan moet hij daarvan afstand nemen. Voordat u denkt: Zijn al die zaken dan slecht? Nee, dan zijn ze niet, tenminste, zolang u er niet aan verknocht bent, zolang u niet uw heil daarin zoekt. We mogen genieten van al het mooie van deze wereld, uiteraard. Maar als je leven ervan afhangt, dan kom je geestelijk in de knauw. Dan staan al die zaken een oprechte relatie met God, die de bron is van het leven, in de weg. Precies dat heeft Ignatius ervaren.

Om zijn geloofs- en identiteitscrisis te boven te komen, ontwikkelt Ignatius een methode die nog steeds gebruikt wordt. In Latijn heet dat ‘agere contra’. Dat betekent: doe het tegenovergestelde. Als je ergens aan verknocht bent dat je belemmert in contact te komen met God, doe dan het tegenovergestelde. Als geld je obsessie is, geef het dan weg. Ben je uit op macht, wees dan onderdanig, enzovoort. Ignatius vergeleek dat met een kromme staaf. Hoe krijg je die weer recht? Precies, door het eerst helemaal de andere kant op te buigen. Het veert dan terug naar het midden. Als iets krom of scheef is in je leven, dan volstaat niet om het recht te buigen. Het veert dan weer terug naar de oude positie. Nee, je moet het eerst helemaal de andere kant op buigen. Pas dan krijg je het recht.

In feite is dat de oefening die ons elke Veertigdagentijd wordt aangereikt. In deze periode staan vasten, bidden en het geven van aalmoezen centraal, maar dan op de wijze van ‘agere contra’. Het wil je in balans brengen door je eerst uit balans te halen, door je in tegenovergestelde richting te laten gaan. Ben je te veel verknocht aan bepaalde lusten? Ga dan vasten, breng het voor een tijdje terug tot het absolute minimum. Dan kom je vanzelf uit in het midden en ben je weer in balans. Ben je geen mens van gebed? Ga dan juist veel bidden, elke dag een aantal keren, dan vind je vanzelf de middenweg en de juiste balans. Ben je iemand die nooit iets doet voor een ander? Ga dan juist veel vrijwilligerswerk doen, dan vind je weer de balans. Dat is in essentie wat ‘agere contra’ is.

Precies die beweging zie je ook in het evangelie van vandaag. Een aantal gasten, die zichzelf erg belangrijk vinden, dringen voor, want ze willen de voornaamste plek aan tafel. Hoe reageert Jezus hierop? Hij antwoordt met het principe van ‘agere contra’. Zoek juist de minste plek aan tafel. De gastheer zal komen en je uitnodigen om ‘hogerop te komen’. Je krijgt dan een nette en fatsoenlijke plek aan tafel. Misschien niet helemaal vooraan, maar altijd nog op een aangename plek, ergens in het midden.

‘Agere contra’ is niet bedoeld om in die tegenovergestelde positie te blijven. Het is bedoeld om een hardnekkige gewoonte, die het moeilijk maakt om in een gezonde relatie met God te leven, om te buigen. Jezus is niet iemand van uitersten. Hij is wel iemand die soms het uiterste zoekt, om ons tot nieuwe inzichten te brengen. Die inzichten liggen niet in het extreme, maar in het midden. Daarom ook dat in ons geloof uitersten en extremen niet gezond zijn. Dat is niet wat Jezus van ons vraagt. Integendeel: als je in een extreme situatie zit, dan is ‘agere contra’ een methode om weer de middenweg te kunnen vinden.

Het hemelse Jeruzalem, waarover we horen in de tweede lezing (Hebr. 12, 22) is evenmin een stad van uitersten, maar juist de stad (lees: de samenleving) in volledige balans. Wellicht daarom dat het Nieuwe Jeruzalem is gemaakt van goud: de gulden middenweg. Als we allemaal die weg zouden bewandelen, hoe anders en hoe mooier zou de wereld er dan uitzien? Zo brengt ook het kruis, waarop God in Christus tot het uiterste gaat van onmenselijkheid en goddeloosheid, je uiteindelijk bij de liefde van God, bij Wie alles in balans is. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 2e zondag v/d Advent. Mat. 3, 1-12. Metanoia, het nieuwe denken.
4 december 2022
Preek 1e zondag v/d Advent. Mat. 24, 37-44. De drie komsten van de Heer.
27 november 2022
Preek hoogfeest Christus Koning. Terugblik op Lucas.
20 november 2022
Preek 33e zondag. Luc. 21, 5-19. Zie de Tempel prijken.
13 november 2022
Preek 32e zondag. Luc. 20, 27-38. Liefde gaat ons verstand te boven.
2 november 2022
Preek 31e zondag. Luc. 19, 1-10. De Zacheüs in jou.
28 oktober 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen