MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 27e zondag in jaar A. Mat. 21, 33-43. De vruchten van de wijngaard.

5 oktober 2020

Waar God van houdt, wordt door Hem gekaderd of omheind. Dat begint al meteen bij de schepping. Het paradijs, waarin God en mens samenleven, wordt voorgesteld als een tuin, de Tuin van Eden. Een tuin is, zoals u weet, omheind met een heg of een muur. Wanneer God alle afstammelingen van Abraham uit Egypte bevrijdt, vormt Hij hen om tot een Volk, met een Wet en een Land. Zo is ook dit Volk gekaderd. Hetzelfde geldt voor de Tempel in Jeruzalem, die met een muur is omheind. We doen het zelf ook: als je je kind opvoedt, heeft het zich te houden aan regels en je wil je kind beschermen, ofwel omheinen. Opvoeden is kaderen. Vandaag, in de eerste lezing en het evangelie, wordt gesproken over een wijngaard. En ook een wijngaard is, net als een tuin, ommuurd of omheind.

Als Jesaja spreekt over een wijngaard (Jes. 5, 1-7), dan bedoelt hij daarmee het volk Israël. Dit Volk is door God uitverkoren. Dat wil zeggen: apart gezet om op te vallen, om een voorbeeld te zijn voor de volkeren. Het Volk ontvangt vele privileges, zoals de Wet, waarmee het de wil van God en daarmee God zelf leert kennen. En God spreekt tot het Volk door de woorden van de profeten. Zo wil God zijn Volk een licht laten zijn in de donkere, in zonde vervallen wereld. Het Volk is door God omgevormd tot een rolmodel voor de rest van de wereld.

Dat God omziet naar zijn Volk en het helpt om een rolmodel te zijn, dat is wat Jesaja laat zien aan de hand van het voorbeeld van de wijngaard. God, zegt Jesaja, verzorgt zijn wijngaard als een vriend: Hij spit het om en maakt het vrij van stenen. Zo is de kans het grootst dat de wijngaard goede vruchten voortbrengt en dus goede wijn, want daar doe je het voor. Maar wat gebeurt er? Ondanks alle goede zorgen van God brengt de wijngaard louter wilde, zure druiven voort. Van zure druiven kun je geen goede wijn maken. Hoe goed God ook zijn best doet, Israël beantwoordt niet aan zijn roeping. Het Volk is geen lichtpunt in de wereld, het slaagt er niet in een rolmodel te zijn. Het is geen baken van gerechtigheid, vrede en voorspoed. In plaats daarvan veegt Israël zijn eigen kaders weg en gaat het op in de grijze, zondige wereld door vreemde goden te aanbidden en zich niet aan de Wet te houden. Wat is daarvan de consequentie? God neemt de omheining weg, zodat iedereen kan binnenlopen en naar hartenlust kan roven en plunderen. Zo vervalt de wijngaard tot chaos en onvruchtbaarheid. God laat Israël voelen wat de gevolgen zijn van zonde en ontrouw. Ten tijde van de ballingschap gaat Israël dit aan den lijve ondervinden.

Jezus borduurt met dezelfde gelijkenis van de wijngaard voort op de boodschap van Jesaja. Elke toehoorder in zijn tijd had dit meteen door. Ook de wijngaard in de gelijkenis van Jezus is ommuurd. Het is dus duidelijk dat Jezus over het volk Israël spreekt. De landeigenaar is God en de dienaren die Hij stuurt zijn de profeten. Zij beoordelen de opbrengst van de wijngaard en willen helpen om goede druiven voort te brengen, ofwel het Volk laten beantwoorden aan hun roeping. Echter, de wijnbouwers, het Volk dus, dulden geen bemoeienis. Ze vergrijpen zich aan de dienaren. Tenslotte stuurt de eigenaar zijn zoon. De wijnbouwers zijn niet onder de indruk, sterker: ze zien hun kans schoon zich de hele wijngaard toe te eigenen door de zoon van de landeigenaar te vermoorden. Je hoeft geen groot Bijbelgeleerde te zijn om te begrijpen dat met de zoon van de landeigenaar Christus zelf bedoeld wordt en dat Jezus hier over zijn eigen dood spreekt.

Er is een parallel te trekken tussen de gelijkenis van de wijngaard en de tijd waarin wij leven. Onze geseculariseerde wereld heeft God buitengesloten. God hebben we niet meer nodig, wij kunnen het zelf wel. Zij die willen meewerken en meedenken vanuit een gelovig, religieus perspectief worden gewantrouwd. Religie moet je achter je voordeur beoefenen, daarvoor is geen plek in de wijngaard, zo klinkt het. Dienaren van God, profeten en heiligen, en God zelf in zijn Zoon Jezus, worden buiten geworpen. God is dood, zei de filosoof Friedrich Nietzsche al in de 19e eeuw. Onze wereld is doof geworden voor de stem van God. Wat is hiervan onvermijdelijk het gevolg? Er zijn geen kaders meer, geen limieten, geen grenzen. Iedereen doet maar waar hij of zij zin in heeft. Dat zie je in het buitensporig geweld, in de toenemende criminaliteit, in seksualiteit die doorslaat naar pornografie, in ongeremde macht- en hebzucht, enzovoort. De mens laat zich niet meer kaderen. Die ‘ontkadering’ treft ook de Kerk en de manier waarop we kerk zijn. De Kerk is versnipperd en dat noemen we verrijking. Regels en aloude dogma’s worden gewantrouwd. Seksueel misbruik werd lange tijd toegedekt. Veel liever stichten we een eigen kerk en scheppen onze eigen kaders. De waarschuwing van Jesaja heeft niets aan kracht ingeboet. God laat ons de gevolgen ervaren als we Hem niet meer toelaten in de wijngaard. Die wijngaard brengt dan enkel nog zure druiven voort waar geen goede wijn van te maken is.

Toch is er hoop, zegt Jezus aan het einde van zijn gelijkenis. De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Wat in onze ogen waardeloos is, is in Gods ogen van grootse waarde. Dit is goed nieuws: God geeft nooit op, Hij zal altijd trouw blijven. Daarom moeten wij blijven werken aan de Kerk en haar de rug niet toekeren, hoe fout of slecht die Kerk soms ook is. De Kerk verlaten of uittreden helpt daar niet bij. Laten we trouw blijven aan onze roeping! Onze opdracht blijft staan: om de Kerk, en daarmee onze wereld, te maken tot een vruchtbare wijngaard, te beginnen bij jezelf. Vergeet niet: het is niet onze Kerk, maar de Zijne. Hij is de hoeksteen die de zaak bijeen houdt. Dat hoeven wij niet te doen. Om ons te helpen goede vruchten voort te brengen geeft God het beste van Hemzelf in zijn Zoon Jezus en in de uitstorting van de Heilige Geest. Bidden wij om zijn Geest voor hulp en bijstand, opdat we een vruchtbare wijngaard voortbrengen die prachtige wijn oplevert. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 30e zondag in het jaar A. Mat. 22, 34-40. Liefhebben wie God liefheeft.
25 oktober 2020
Preek 29e zondag in jaar A. Mat. 22, 15-21. Geef God wat God toekomt.
18 oktober 2020
Preek 26e zondag in jaar A. Mat. 21, 28-32. Wat je ook zegt, het gaat om wat je doet.
27 september 2020
Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen