MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 27e zondag in jaar B. Gen. 2, 18-24. Geroepen tot gemeenschap.

3 oktober 2021

We lezen een prachtige tekst uit het boek Genesis. De eerste hoofdstukken van Genesis vertellen over het begin van alles, hoe God hemel en aarde gemaakt heeft. Lees dit niet als een oogverslag, alsof het historisch werkelijk zo heeft plaatsgevonden. Als je Genesis zo leest, dan kom je niet ver en mis je de diepere lagen die erin liggen. Lees het scheppingsverhaal als poëzie, hoe God een begin maakt met zijn relatie met ons. Als u zelf een relatie heeft, denk eens terug aan uw eerste kus. Dat is het scheppingsverhaal: Gods eerste kus.

Genesis wil duidelijk maken dat de mens niet is geschapen als individu, als een stand-alone. Het Bijbelse mensbeeld is alles behalve individualistisch. Wat dat betreft staat de Bijbelse mensvisie haaks op de hedendaagse, postmoderne opvatting over de mens. De Franse filosoof Jean-François Lyotard (1924-1998) spreekt over de postmoderne mens als een archipel van eilanden. Ieder mens leeft op zijn of haar eigen eiland, maar zijn of haar eigen verhaal, eigen waarheid, opvattingen, geloof, overtuigingen, doelen, enzovoort.

God wil niet dat de mens alleen is. Daarom schept God het dierenrijk, zoals we vandaag lezen. Vervolgens doet God iets interessants: Hij brengt alle dieren bij Adam “om te zien hoe hij ze noemen zou” (v. 19). Adam geeft alle dieren een naam. Wat Adam doet is dat hij het dierenrijk catalogiseert. Ons woord ‘catalogus’ komt van het Griekse ‘kata logon’, dat ‘volgens het woord’ betekent. Adam benoemt alle dieren ‘volgens het woord’ waarmee God hen geschapen heeft. Adam herkent elk dier volgens de innerlijke logica (logos) die God de dieren gegeven heeft. In oude rabbijnse commentaren wordt Adam daarom de allereerste wetenschapper genoemd. Dat is wat wetenschappers doen: ze catalogiseren, ze benoemen en rangschikken de wereld volgens de innerlijke logica die zij waarnemen.

Echter, nadat Adam alle dieren een naam heeft gegeven, komt hij tot de conclusie dat geen van de dieren voor hem een échte partner is. Hier spreekt de Bijbel enigszins tegen de moderne opvatting die zegt dat dieren wel degelijk een partner kunnen zijn. Natuurlijk, vele mensen vinden troost bij hun huisdier en zien daarin hun maatje, maar een partner in de meest fundamentele zin van het woord – dat wil zeggen iemand die je door en door kent, met wie je van gedachten kunt wisselen, iemand die naar je woorden luistert, iemand die je gedachten kan volgen – kan een dier nooit zijn. Dieren kunnen niet rationaliseren, niet op inhoud naar je woorden luisteren, geen herinneringen met je delen, enzovoort. Om die reden staat er in Genesis: “een hulp die bij hem past vond de mens niet” (v. 20).

En dus doet God Adam in een diepe slaap vallen en maakt Hij uit zijn rib een nieuwe mens, de vrouw. Lees dit niet letterlijk, want dan mis je het punt. Het woord ‘rib’ in het Hebreeuws kun je ook vertalen met ‘zijde’. Dat vind ik eigenlijk mooier. De vrouw komt uit de zijde van de man. En, beste dames, dit spreekt geheel ten faveure van jullie! De vrouw is niet gemaakt uit het hoofd van de man (wat geen gekke gedachte is, want in de Griekse mythologie komt de godin Pallas Athene voort uit het hoofd van de oppergod Zeus). Als de vrouw uit het hoofd van de man zou zijn gemaakt, zou dat kunnen betekenen dat de man heerst over de vrouw. Ook is de vrouw niet gemaakt uit de voeten van de man, wat zou betekenen dat hij haar kan kleineren. Nee, de vrouw is gemaakt uit de zijde van de man, opdat zij elkaars gelijke zijn. Man en vrouw staan zij aan zij. Zij staan aan elkaars zijde.

De ontstaansgeschiedenis van Adam en Eva is het oer-roepingsverhaal van de mens. De mens is geroepen tot gemeenschap, tot samen-zijn, niet tot een archipel van eilanden. Het samen-zijn van Adam en Eva wordt in Genesis “volkomen één worden” genoemd (v. 24). Precies deze woorden haalt Jezus aan als Hij ondervraagd wordt over het huwelijk. Het huwelijk, in de meest fundamentele betekenis van het woord, is het één worden van twee complementaire naturen, namelijk de mannelijke en de vrouwelijke, net zoals in feite heel de schepping een huwelijk is van hemel en aarde. We zijn in dit alles omvattende huwelijk geroepen tot gemeenschap. En als gemeenschap zijn we geroepen om zorg te hebben voor elkaar, om elkaar te respecteren, wat ieders gezindte, huidskleur, religie of aard ook is! Discriminatie, racisme, homohaat, geloofshaat of wat dan ook moet ver van ons staan.

De eerste lezing doet ons de vraag stellen hoe we omgaan met of hoe wij reageren op iets nieuws. Treden we dat tegemoet met een gesloten, afwijzende houding? Of proberen we het te verwelkomen? God bevestigt zijn creatie met de woorden ‘het is goed zo’, als ware het de eerste kus in een relatie. Kussen kun je alleen met een open houding, niet met een gesloten. Wie of wat zou u met een kus willen verwelkomen? Gods scheppingskracht wordt vaak uitgelegd als een fysiek scheppen. Zo wordt het huwelijk begrepen: man en vrouw delen door hun eenwording in Gods scheppingsmacht en brengen zo nieuw leven voort. Echter, we mogen schepping ook geestelijk verstaan: intermenselijke relaties die ruimte scheppen voor nieuwe mogelijkheden om Christus’ liefdevolle aanwezigheid gestalte te geven in deze wereld. Alleen zo kunnen we waarlijk groeien tot een ‘netwerk van liefde’. Moge wij daar steeds voor open staan. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 29e zondag. Marc. 10, 35-45. Plaatsvervangend lijden.
17 oktober 2021
Preek patroonsfeest Theresia van Avila 2021. De hervorming van het hart.
10 oktober 2021
Preek 24e zondag. Jac. 2, 14-18. Geloof zonder daden is dood.
12 september 2021
Preek 23e zondag. Marc. 7, 31-37. Geestelijk horen en spreken.
5 september 2021
Preek 21e zondag. Joz. 24, 1-17: “Wij dienen de Heer”
22 augustus 2021
Preek hoogfeest Maria Tenhemelopneming. Over de waardigheid van de mens.
15 augustus 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen