MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 29e zondag in jaar B. Marc. 10, 35-45. Plaatsvervangend lijden.

17 oktober 2021

Een probleem met veel, zo niet alle teksten uit de Bijbel is dat wij ze vaak moeilijk kunnen begrijpen in en vanuit de cultuur waarin wij nu leven. De teksten van de Bijbel stammen uit een tijd en cultuur die totaal anders is dan de onze. Dat probleem ligt met de lezingen van vandaag zeer duidelijk aan de oppervlakte. De lezingen van vandaag hebben namelijk als thema het plaatsvervangend lijden. Iets of iemand wordt met de schuld van een ander belast en betaalt daarvoor de prijs. Dat is een gegeven dat in onze cultuur vreemd is.

Om het principe van plaatsvervangend lijden te kunnen begrijpen staan we voor een uitdaging, want wij leven in een tijd en cultuur die doordrenkt is van individualisme. Iedere persoon spreekt en handelt voor zichzelf. De Franse filosoof Jean-François Lyotard zei – ik heb zijn voorbeeld als eens eerder gebruikt – dat de moderne mens is als een archipel van eilanden: ieder op zijn of haar eiland met zijn of haar eigen waarheid, geloof, overtuiging, enzovoort. Met een ander bemoeien doe je niet, laat staan iemands schuld op je nemen. In de tijd waarin de Bijbel is geschreven lag dat heel anders. De mens leefde toen vanuit een sterk collectief bewustzijn. Men zag zichzelf steeds als onderdeel van een geheel, of dat nu een familie, stam, volk of natie is. Wij scharen ons ook wel eens achter een collectief (bijvoorbeeld met voetballen), maar zodra dat collectief voor ons gaat beslissen, komen we in verzet. Denk aan de weerstand die de lockdown, de avondklok en de vaccinatie opriep. “Ik bepaal zelf wel wat goed voor mij is, daar heb ik niemand voor nodig, ook geen kerk of overheid”, wordt er dan gezegd.

Het idee van plaatsvervangend lijden was in de oudheid een algemeen geaccepteerd fenomeen. Iets of iemand kon de schuld van een ander op zich nemen. Rond dit principe draaide de antieke offercultus: een dier werd geofferd als plaatsvervangend lijden voor een persoon of groep. Bij elk offer dat werd gebracht, dacht men: zoals dit dier geofferd wordt, zo zou dat eigenlijk met mij of met ons moeten gebeuren! Als vele profeten spreken over een komende Messias – en wanneer de eerste christenen gingen begrijpen dat Jezus deze Messias is – dan dacht men hierbij in termen van het plaatsvervangend lijden. De Messias neemt onze schuld op zich. Lees met deze bril de woorden uit Jesaja, waaruit we vandaag lezen: “De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden. Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar velen rechtvaardigen. Hij zal zich belasten met hun fouten.” (Jes. 53, 10-11).

Wij zien in de dienaar, waarover Jesaja spreekt, de persoon van Jezus. Hij heeft voor ons, dus plaatsvervangend, het kruis op zich genomen. Jezus zegt dat zelf in het evangelie: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen”. Dit is vergelijkbare taal als bij Jesaja. Jezus lijdt en sterft namens ons. Hij betaalt de losprijs. Losprijs is de prijs die je betaalt om iemand vrij te kopen. Dat is nog steeds een beproefde methode: terroristen nemen iemand in gijzeling en laten deze persoon pas vrij als er een bepaald bedrag is betaald. En als de losprijs is betaald, dan neemt degene die het losgeld heeft betaald de vrijgekochte persoon weer terug in de groep of familie. Het Latijnse woord voor verlossing (redemptio; van re-emere) betekent letterlijk ‘terugnemen’. Iemand wordt door het betalen van losgeld teruggenomen in de vrije wereld. Precies dit is wat Jezus bewerkstelligt aan het kruis voor ieder van ons.

Aan het kruis maakt Jezus ééns en voor al een einde aan elke vorm van offercultus. Geen dier hoeft nog geofferd te worden, want Hij heeft het ultieme offer gebracht. En hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, toch blijft het idee van offer actueel, ook in ons geloof. Dat heeft alles te maken met het feit dat wij in een in zonde vervallen wereld leven. Om in en vanuit een zondige wereld in gemeenschap (communie) te kunnen treden met God, is een offer nodig. En het offer dat van je gevraagd wordt is niet iets van jezelf, maar dat ben je zelf. Dat is het offer van je ego, je ik-gerichtheid. Paulus zegt in de Romeinenbrief: “Wijdt uzelf aan Hem toe als een levende, heilige offergave. (…) Wordt andere mensen, met een nieuwe visie. Dan zijt ge in staat uit te maken wat God van u wil.” (Rom. 12, 1-2).

Om waarlijk tot God te komen, om met Hem in communio te zijn, om zijn stem te kunnen horen, om gewaar te worden wat je roeping is, is het offer van je ego nodig. Dat is het loslaten en afstappen van je eiland, om het met Lyotard te zeggen. Jezelf verloochenen, noemt Jezus dat (Mat. 16, 24), of, zoals Hij dat vandaag in het evangelie zegt: de beker kunnen drinken die Hij moet drinken (Marc. 10, 38). Door de zonde staan we in de verkeerde rompstand. We zijn op onszelf gericht in plaats van op God. Het offer van je ego zet je weer in lijn met God. Dat offer kun je brengen als je je verbind met het eenmalige, plaatsvervangende offer dat Christus heeft gebracht op het kruis. Dát is eucharistie, een oefening in geestelijke zelfverloochening, naar het voorbeeld van Jezus. Zoals Hij zich geeft voor ons en aan ons, durf zo jezelf te geven voor Hem en aan Hem. Dan ga je ervaren dat je bent vrijgekocht, eens en voor al. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 1e zondag v/d Advent. Luc. 21, 25-36. Een nieuw oriëntatiepunt.
27 november 2021
Preek hoogfeest Christus Koning. Een allesbepalend koningschap.
21 november 2021
Preek 33e zondag. Dan. 12, 1-3. Onthullende apocalyps.
14 november 2021
Preek hoogfeest Heilige Willibrord. De bevrijding door Christus.
7 november 2021
Preek 31e zondag. Marc. 12, 28-34. Hoor, Israël!
31 oktober 2021
Preek patroonsfeest Theresia van Avila. De hervorming van het hart.
10 oktober 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen