MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 30e zondag in jaar C. Luc. 18, 9-14. Geloof voor losers.

23 oktober 2022

Wellicht heeft u het meegekregen de afgelopen week: we zijn allemaal losers. Die kunt u in uw zak steken en nog een fijne dag. Thierry Baudet sprak zich uit in een interview. Hierin zei hij dat we geregeerd worden door reptielen, die opmerking heeft u zeker langs zien komen. Ook vertelde hij over het christelijk geloof. Dit is een geloof voor losers, met een gebrek aan mannelijkheid en altijd dat gedoe over het lijden en het kruis. We zijn dus allemaal losers, oftewel kneusjes en mislukkelingen. Ergens vind ik het nog een mooi compliment ook. We kunnen het wel omarmen, als een soort geuzennaam, want juist als je een loser bent, als het leven niet altijd loopt zoals je graag zou zien, juist dan kunnen we ons dus met open handen richten tot de Heer. Dan ben ik toch graag een loser.

In het Evangelie vandaag krijgen we twee beelden voorgeschoteld. Jezus vertelt over twee mensen die bidden: een farizeeër die trots zijn gebeden opzegt en een tollenaar zijn ogen neergeslagen houdt. Met onze hedendaagse oren hebben wij de neiging om de farizeeër als de slechterik te zien en de tollenaar als de held van het stuk. Dit was anders in de tijd van Jezus. Farizeeërs waren mensen die erg thuis waren in de joodse Wet en zo heilig mogelijk probeerden te leven. Hun volksgenoten probeerden te helpen op deze weg naar heiligheid en voor iedere situatie hadden zij wel een oplossing die paste binnen de kaders van de Wet. Heel hun leven stelde zij in dienst van God. De Joodse godsdienst vroeg om twee keer per jaar te vasten, een Farizeeër deed dit dan twee keer per week. Ze probeerden goede werken uit te voeren, eigenlijk zoals wij horen in het gebed zoals de Farizeeër dat in het Evangelie bidt.

Een tollenaar is van een hele andere orde. Zij heulen met de Romeinse bezetter. Ze zijn dus fout in de oorlog. Een tollenaar was een soort belastinginner voor de bezetter en hierbij legden ze er een kleine bijdrage voor zichzelf boven op. Als zij aan de Romeinse overheersing 7 euro moesten overdragen, vroegen zij er 10. De kachel moest natuurlijk roken en met alle stijgende energieprijzen moet je toch iets. De mensen die naar Jezus luisterden hadden hun oordeel natuurlijk al klaar. Zo’n farizeeër is minstens een halve heilige en zo’n tollenaar is het aankijken niet waard. Dit beeld draait Jezus om. We horen hoe die trotse Farizeeër bij zichzelf bidt. Hij bidt nog niet eens tot God, maar noemt zijn rijtje op met wat hij allemaal goed voor elkaar heeft. God heeft het eigenlijk wel goed met hem getroffen, want gelukkig is hij niet zoals al die zondaars. De tollenaar slaat zijn ogen neer en bidt simpel: “God, heb genade.” Een prachtig gebed. Om te kunnen groeien in geloven kunnen wij iets leren van die tollenaar, want om te groeien, moeten we ons klein maken. De apostel Paulus beroept zich in zijn brieven vaker op zijn zwakheid. Hij zegt ook ergens: “Juist doordat ik zwak ben, ben ik sterk!” (2 Kor. 12, 10). Juist door alle pijn en ellende heen kan hij de macht van Christus laten zien.  

In de eerste lezing lezen we dat God luistert naar ons bidden. Dat roept dan de vraag op wat wij met ons gebed willen bereiken. Willen we laten zien hoe goed we zijn? Of mogen we door het gebed groeien in onze relatie met de Heer en daardoor groeien in Liefde. Dit kan door te danken voor al het goede dat wij ontvangen hebben, door om steun te vragen als dit nodig is en gewoon door simpelweg God te laten delen in ons dagelijks leven door die relatie met Hem te onderhouden. Het klinkt misschien niet zo mannelijk als dat Baudet het graag zou zien. Zo’n losergeloof, waarin wij ons op de borst kloppen om genade te ontvangen, klinkt prettiger in de oren dan een geloof vol borstklopperij met hoe geweldig wij dan wel niet zijn. In het Evangelie schuilt wel een waarschuwing, want met deze Bijbeltekst in de hand is het makkelijk om te oordelen over andere mensen en te bidden: “Gelukkig ben ik niet zoals die Farizeeër, of als Baudet, maar heeft U, God, het wel getroffen met mij omdat ik zo nederig ben.” Het blijft een eeuwige oefening, tot zeker 15 minuten na onze dood om te blijven oefenen in nederigheid, om ons klein te blijven maken. Juist dan kunnen we steunen op het Kruis van Christus en te bidden.

Bidden door heel ons hebben en houden voor onze Heer te plaatsen, met onze mooie en minder mooie kanten, met alles dat ons mens maakt. Want door onszelf nederig te maken, kunnen we die genade die Christus ons voorhoudt ontvangen. Jezus zoekt namelijk geen perfecte mensen, die alles prachtig voor elkaar hebben. Hij zoekt juist mensen om die perfect te maken, in Zijn liefde. Mensen zoals u en ik. God, wees ons ‘losers’ genadig! Door Christus, onze Heer. Amen. 

Pastor Sander Verschuur

Preek 2e zondag v/d Advent. Mat. 3, 1-12. Metanoia, het nieuwe denken.
4 december 2022
Preek 1e zondag v/d Advent. Mat. 24, 37-44. De drie komsten van de Heer.
27 november 2022
Preek hoogfeest Christus Koning. Terugblik op Lucas.
20 november 2022
Preek 33e zondag. Luc. 21, 5-19. Zie de Tempel prijken.
13 november 2022
Preek 32e zondag. Luc. 20, 27-38. Liefde gaat ons verstand te boven.
2 november 2022
Preek 31e zondag. Luc. 19, 1-10. De Zacheüs in jou.
28 oktober 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen