MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 31e zondag in jaar B. Marc. 12, 28-34. Hoor, Israël!

31 oktober 2021

Vandaag lezen we de sjema, ook wel de joodse geloofsbelijdenis genoemd. Als Mozes én Jezus deze wetsregels aanhalen, dan zijn ze van fundamenteel belang, ook voor ons. Voor ons is de sjema een fragment uit het Oude Testament, die in onze driejarige lezingencyclus slechts één keer voorbij komt, en wel vandaag, op de 31ste zondag in het B- of Marcus-jaar. Hoe anders is dat in het jodendom. In het joodse getijdengebed, de sidoer, wordt de sjema dagelijks gebeden aan het begin en einde van de dag. De sjema omlijst als het ware de dag voor elke jood. Een mooi gebruik is dat zij bij het bidden van de sjema hun ogen afdekken, om zich extra te concentreren op de woorden van de sjema én uit respect voor de ontzagwekkende grootheid van God.

Joden bidden de sjema ook op moment van sterven, als ware het een ‘laatste sacrament’. De stervende probeert bij zijn of haar laatste adem het woord ‘echad’ uit te spreken: (God is) één. Zo ervaart men dat men opgaat in de eenheid van en met de eeuwige God. De grote eerbied die joden hebben voor hun geloofsbelijdenis is een voorbeeld voor ons. Elke zondag spreken we onze christelijke geloofsbelijdenis uit, die deels op de sjema is gebaseerd. Net als de joden belijden wij ook de eenheid van God. Zie onze geloofsbelijdenis als een gebed – wat het ten diepste is – dat je ook buiten de zondagse vieringen kunt bidden. Ik nodig u uit dat eens te doen. Je plaatst jezelf daarmee in het leven van Christus en zijn Kerk.

Een paar punten uit de sjema wil ik oplichten. Er wordt gezegd dat God onze Heer is. Dat God Heer is wil zeggen dat Hij niet één of andere ‘kracht’ of ‘energie’ is, niet een ‘iets’ hier heel ver vandaan. Evenmin is God een ‘opperwezen’. Met al dit soort ‘goden’ heb je geen persoonlijke relatie. Geen ervan is liefde in zijn puurste vorm. Wij hebben weinig gevoel meer bij het woordje ‘Heer’. Een heer was iemand die heerste over een heerlijkheid. Denk aan het woord ‘beschermheer’. Zo’n heer had zorgplicht voor de mensen die in zijn heerlijkheid woonden. Zo mogen we God zien: als bescherm-Heer die zorg om ons heeft.

De sjema leert ons ook dat we God boven alles moeten liefhebben. Hier begint het de wringen. Moet ik God liefhebben boven mijn geliefde, mijn kinderen en kleinkinderen? In feite wel. Om dit te begrijpen moeten we uit de hoek komen van het concurrentie-denken. Al snel schieten wij in de houding van het één tegen het ander. God liefhebben zou dan betekenen dat je al het overige minder moet liefhebben. Zo is het niet! Als je gelooft dat God de bron is van al wat is, dan geloof je ook dat Hij de bron is van alles wat je liefhebt. Het moet me even van het hart, maar bij een overlijden wordt vaak gezegd: waarom pakt God deze goede mens van me af? Hoewel ik de emotie zeer goed begrijp en aanvoel, mis ik toch vaak de opmerking: hoe mooi dat God mij deze lieve mens heeft gegeven!

Jezus koppelt het gebod om God lief te hebben aan het gebod om je naaste lief te hebben als jezelf. Sindsdien spreken we van het ‘dubbelgebod’. Het één volgt logischerwijs uit het andere. Als God de bron is van al wat is, en je hebt Hem boven alles lief, dan heb je óók alles lief wat uit zijn woord voortkomt, en dat zijn je naaste en jezelf. Vooral dat laatste wil ik benadrukken: jezelf liefhebben. Dit wil niet zeggen dat je los kunt in je narcisme. Hier wordt bedoeld dat je jezelf mag zien als een door God geliefd en gewenst persoon. Je doet er toe! Ik gun het vele mensen dat zij meer in dat geloof gaan staan, het geloof dat je er mag zijn, dat je er toe doet, dat je door God geliefd bent, wie of wat je ook bent.

Wat het dubbelgebod niet zegt, maar waar het wel op aanstuurt, is dat je je ego, je ik-gerichtheid durft los te laten. Als je jezelf steeds op de eerste plaats zet, dan kan het dubbelgebod niet functioneren. Geloven is binnentreden in de driehoek van God, je naaste en jezelf. Dat betekent dat je een stap zet naar het midden van de driehoek: een stap richting God en een stap richting je naaste, net zo goed als je naaste en God een stap in jouw richting zetten. Dat betekent dus een stap van jezelf vandaan. God zet in Jezus een stap in onze richting. Hij komt uit zijn ‘hemelse comfort-zone’. Als je een stap richting Hem zet en zijn uitgestrekte hand aanneemt, dan opent zich een nieuwe wereld die al je verwachtingen overtreft. Dat is een wereld van ware, oprechte liefde voor God, voor je naaste én voor jezelf. Als we die wereld binnengaan, dat is het Nieuwe Jeruzalem werkelijkheid. Moge we daar steeds op gefocust zijn. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 1e zondag v/d Advent. Luc. 21, 25-36. Een nieuw oriëntatiepunt.
27 november 2021
Preek hoogfeest Christus Koning. Een allesbepalend koningschap.
21 november 2021
Preek 33e zondag. Dan. 12, 1-3. Onthullende apocalyps.
14 november 2021
Preek hoogfeest Heilige Willibrord. De bevrijding door Christus.
7 november 2021
Preek 29e zondag. Marc. 10, 35-45. Plaatsvervangend lijden.
17 oktober 2021
Preek patroonsfeest Theresia van Avila. De hervorming van het hart.
10 oktober 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen