MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 32e zondag door het jaar: Mat. 25, 1-13. Het einde van je tijd.

8 november 2020

Tegen het einde van het kerkelijk jaar kiest de Kerk altijd lezingen die over het einde der tijden gaan, de wederkomst van Christus. De lezingen nodigen ons uit met een levend geloof, met een hart dat klopt vol verwachting uit te kijken naar de wederkomst van de Christus, alsof we aan de rand van het perron verlangend uitkijken naar de trein die komt en ons naar een prachtig oord brengt. Maar laten we eerlijk zijn: de tijd waarin we leven, met alles wat er gebeurt, maakt je eerder somber dan opgewekt. Een ongrijpbaar virus waart rond, er worden nog steeds aanslagen gepleegd, allerlei misbruikschandalen duiken op uit het verleden, onze pastoor die uittreedt, enzovoort. Allemaal zaken die je niet vrolijk stemmen. En toch worden wij uitgenodigd om met verlangen uit te zien naar de komst van Christus. Je bent geneigd te zeggen: laat Hem niet langer wachten, kom nu maar meteen.

In de tweede lezing van vandaag, uit de eerste brief aan de Thessalonicenzen (1 Tess.4, 13-18), wil Paulus ons bemoedigen. Paulus leefde vanuit een sterk geloof in de spoedige wederkomst van Christus. Dat proef je heel sterk in de tweede lezing vandaag. Deze brief is de oudste ons bekende tekst van het Nieuwe Testament, ouder nog dan de evangeliën. In deze brief proef je het sprankelende nieuwe geloof van Paulus, die niet lang daarvoor een heftige bekering heeft doorgemaakt op zijn weg naar Damascus. Vol passie en verlangen ziet hij uit naar de Christus. In tijden als de onze is het goed je te laven aan teksten als deze.

Als het gaat om het einde der tijden, dan worden wij al snel heel dramatisch. Wat gebeurt er als wij sterven? Wat is er na de dood? Paulus, en vele christenen van zijn tijd, hielden zich voortdurend met deze vraag bezig. Paulus roept ons op in geloof vast te houden aan de liefde van God, die ons dóór de dood heen zal leiden, hoe eng en wreed die dood ook moge zijn. Paulus’ houvast daarbij is het geloof in de verrijzenis. Vóór de verrijzenis dacht men dat de mens ooit een keer bij God zou zijn, ergens aan het einde der tijden. Jezus heeft dit, door zijn verrijzenis, met lichtsnelheid naar het hier en nu gehaald. De dood is niet meer een oneindige leegte, een onoverbrugbare kloof tussen God en mens. Jezus heeft die kloof weggenomen. De dood is niet meer iets om angstig of onzeker voor te zijn. Immers, zodra wij sterven, vallen wij, mét Christus, in Gods liefdevolle handen.

Als we alles wat er in de Bijbel staat over het einde der tijden lezen als iets dat in een verre toekomst gaat gebeuren, als iets dat een toekomstige generatie aangaat, wat hebben wij in er hier en nu dan aan? Zoiets is toch alleen interessant voor mensen die dan leven? In het licht van Christus nodig ik u uit deze teksten te lezen als iets wat in uw en jouw eigen leven staat te gebeuren. Betrek het op jezelf, als iets dat jou aangaat, hier in dit leven. Immers, ieder van ons zal op enig moment sterven. De dood wacht ons allemaal. Hoe en wanneer weten we niet, maar sterven zullen we. Waar Paulus over schrijft, gaat ook over u en mij. Voor ieder van ons zal de wereld, zoals je die persoonlijk kent, tot een einde komen en wel op het moment dat je sterft. Dat is iets anders dan het einde van de wereld als geheel. Wanneer dat zal plaatsvinden weet geen mens, zelfs Jezus niet. Dat is alleen bekend bij God de Vader (Mat. 24, 36). Wat we wel weten is, dat wanneer u sterft en wanneer ik sterf, voor u en voor mij de wereld, zoals u die kent en ik die ken, eindigt.

De vraag is: wat doe je met deze wetenschap? Wat doe je als je weet dat je elk moment voor Gods aangezicht kunt verschijnen? Ben je daarop voorbereid? Laten we eerlijk zijn: daar wil je liever niet over nadenken. De huidige cultuur probeert op allerlei manieren je blik van de dood af te wenden (behalve DELA dan, omdat zij er een goede boterham aan kunnen verdienen). We zoeken afleidingen om vooral niet met onze vergankelijkheid bezig te zijn. De heilige Benedictus daarentegen, de stichter van het westerse monnikendom, houdt in zijn leefregel zijn monniken steeds voor ogen dat zij moeten leven met de dood: “Heb de dood dagelijks voor ogen” (Regel, hoofdstuk 4, par. 47). Als je een Weesgegroet bidt, doe je hetzelfde, want dan eindig je altijd met de woorden: “Bidt voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen”. Dit wil je geen angst inboezemen, integendeel, het wil je realistisch doen zijn over je leven én je sterven, opdat je altijd voldoende olie bij je hebt als de Christus komt, om het met van het evangelie van vandaag te zeggen.

Het evangelie van vandaag nodigt ons uit om een actief wachtende houding aan te nemen. Denk niet passief: dat komt wel een keer, het zal mijn tijd wel duren. Zo is het niet. Weet dat ieder van ons geroepen is om de lampen aan te steken op het moment dat de Christus komt. Wanneer dat zal zijn? Geen idee. Dat is voor ieder verschillend. Weet wel dat, wanneer Hij komt en je hebt voldoende olie bij je, Hij je meeneemt naar een feest! Maar dat is wel een feest achter gesloten deuren! Zorg er dus voor dat je voldoende olie hebt, opdat je niet aan de verkeerde kant van de deur komt te staan, zoals de domme bruidsmeisjes, want dan kom je er niet in. Wat wordt er met olie bedoeld? Dat is alles waarmee je je geestelijk leven smeert, zoals het gebed, de eucharistie, het betrachten van de naastenliefde, het schenken van vergiffenis, leven vanuit de hoop, enzovoort.

Staar je niet blind op het einde der tijden in een verre toekomst, maar durf zonder angst je eigen vergankelijkheid onder ogen te zien en wees voorbereid om geroepen te worden. Dan word je deelgenoot van een hemels feest. Dat is de boodschap van de lezingen vandaag. Moge God ons een wakende geest geven. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 1e zondag v.d. advent (jaar B). Jes. 63, 16-19. Wederzijds verlangen.
29 november 2020
Preek hoogfeest Christus Koning. Mat. 25, 31-46. Een inclusief koningschap.
22 november 2020
Preek 33e zondag in jaar A: Mat. 25, 14-30. De Wet van de Gave.
15 november 2020
Preek hoogfeest Allerheiligen. Mat. 5, 1-12. Geroepen tot heiligheid.
1 november 2020
Preek 30e zondag in jaar A. Mat. 22, 34-40. Liefhebben wie God liefheeft.
25 oktober 2020
Preek 29e zondag in jaar A. Mat. 22, 15-21. Geef God wat God toekomt.
18 oktober 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen