MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 32e zondag voor het jaar C. Luc. 20, 27-38. De hoop van de gedetineerde.

18 november 2019

“God is een God van levenden en niet van doden” zegt Jezus (Luc. 20, 38). Zijn toehoorders willen Hem op de proef stellen; eens kijken of Hij wel recht in de leer is! Het volk moet immers blijven bestaan. Er moet toekomst zijn, en geen ondergang, geen hel en verdoemenis! Daarom moeten er gezinnen gesticht worden, kinderen verwekt en geboren worden. Maar het is allemaal zo liefdeloos, zo zonder overgave, zo berekend, zo zonder ziel! Precies daarom gaat het Jezus: leven is geen leven als het zonder bezieling is. Een leven dat alleen mechanisch en wettisch wordt geleefd, zonder oprecht voelen en nadenken over wat dit leven de moeite waard maakt, is verdoemd. Echt leven is een liefdevolle relatie van mens tot mens; van gezien, gehoord, beluisterd en gevoeld worden. Daar begint het mens-zijn als “levend voor God”: zien, beluisteren, liefhebben en waarderen; en gezien, beluisterd, geliefd en gewaardeerd worden. Dát is de kern voor Jezus: God
is een God voor de liefhebbenden, die oprecht omzien naar elkaar, die door oprechte liefde en verwondering een ander in zijn uniek-zijn kunnen bevestigen en zo tot leven en tot groei kunnen brengen. Dat is leven ten volle voor Jezus: niet in machtsrelaties, niet in “voor de ander bepalen en voor eeuwig in beton gieten”, maar in liefdevolle verwondering om wie die ander kan zijn, en wie jij kunt zijn voor die ander. 

In de geknakte levens, waarmee ik in de gevangenis dagelijks te maken heb, komt de vraag naar de ziel (zonder woorden) heel scherp naar voren. Wie ben ik? Ik was toch een liefhebbend mens? Waarom heb ik gedaan of moeten doen wat ik heb gedaan? Wat ben ik nog waard? Hoe denken anderen over mij? Ben ik nog iemand in hun en in mijn eigen ogen? Hoe zit het met God? Zou ik ooit vergeving kunnen voelen? Je wilt niet weten hoeveel er in het verborgene gebeden wordt om hulp en vergeving! In de pijn van het onontkoombaar onder ogen zien van eigen fouten ontvouwt zich voor mij als geestelijk verzorger vaak die kleine mens die het beter had gewild, maar die om wat voor reden ook is uitgegleden en worstelt met zijn eigen zelfbeeld en zelfwaardering. 

Daar zit hij dan, die gedetineerde mens tegenover mij, letterlijk en figuurlijk. Soms doet hij stoer om zijn kwetsbaarheid te verbergen; maar vaker is hij radeloos. Bij gevangenen denken wij in de burgermaatschappij aan de grote jongens uit het nieuws; het beeld van de gewetenloosheid waartegen we “net goed!” zeggen. Voor de meeste gedetineerden geldt dat zij het hoofd economisch of sociaal niet boven water konden houden. Ze zijn kopje onder gegaan; zij hebben ondervonden hoe geluk en veiligheid een dubbeltje op zijn kant kan zijn. Zij hebben ondervonden dat je geen slecht en minderwaardig mens hoeft te zijn. Een foute beslissing of een foute impuls ligt immers op de loer. Nu realiseer je je ook hoe de samenleving, waarin jouw denken en doen is geboren, je aan de andere kant zet. Je leven lijkt te stoppen, want je bent bang een object te worden waar alleen maar over geroddeld wordt. Word je ooit meer een mens waarmee gepraat wordt? Ooit meer iemand die in een liefdevolle relatie mag staan tot een ander? 

Het is mijn taak als geestelijk verzorger om goed te luisteren naar het verhaal van de radeloosheid van de gedetineerde. Ik hoop daarin iets op het spoor te komen van die achterliggende dromen en liefde, waaruit die radeloosheid voortkomt. Want het zijn vaak die kwetsbare waarden van liefde, hoop, verwachting en gevoel van rechtvaardigheid die zo hard door het eigen onvermogen worden geraakt
als het fout gaat in het leven. Het zijn vaak die waarden die pijn doen en die ongearticuleerd in alle levensverhalen spelen. Mogen ze ook gehoord worden? Mogen geknakte en uitgegleden mensen gehoord worden in wat hen bezielt en wat ze niet zelf naar voren kunnen brengen? Gevangenismuren zijn af te breken; maar hoe zit het met de psychologische en sociale muren tussen de samenleving en de mens die de binnenkant heeft gezien? 

Wij, zoals we hier in de kerk zitten, hebben allemaal dromen: over het leven hier en nu, over de toekomst van onszelf en onze naasten, over het geluk voor onze kinderen, enzovoort. Bewust of onbewust vormen dromen de drijfveren voor wat we doen en hoe we het doen. Je zou kunnen zeggen dat ze iets van onze ziel vormen, gevoed door ons geloof en bijgestuurd door onze twijfels, die we ook vaak hebben. Maar in geloven, in proberen en twijfelen, daarin gebeurt het! Daarin zit ziel! Dat is het leven! Zonder ziel, zonder dromen, is er eigenlijk geen leven. Dan worden al onze relaties alleen maar koud en rationeel, berekenend, en vallen er veel mensen buiten de boot. 

Als geestelijk verzorgers bij het justitiepastoraat proberen wij, samen met veel vrijwilligers uit deze parochie en uit andere kerken, te luisteren, er te zijn, te vieren wat er te vieren valt en de dromen, die gedetineerden hebben, te beluisteren en weer levend ter sprake te brengen. Leven is niet alleen maar ervoor zorgen dat je elke maand nog voldoende banksaldo hebt, maar werken aan iets dat gelukkig maakt, met alles wat je in je hebt, samen met anderen, tot geluk van zovelen. En ik hoop uiteindelijk dat we allemaal onszelf kunnen openstellen voor het verhaal en de hoop van de ander en de Ander, opdat we bezield durven liefhebben en leven. Door Christus, onze Heer. Amen. 

Ron Colin, geestelijk verzorger Penitentiaire Inrichting Dordrecht

Preek 2e zondag v.d. Advent (jaar A). Mat. 3, 1-12: “Bekeert u!”
8 december 2019
Preek 1e zondag v.d. Advent (jaar A). Jes. 2, 1-5. “Sion zal oprijzen boven alle bergen”
1 december 2019
Preek hoogfeest Christus Koning. Luc. 23, 35-43. De "grap" van het kruis.
24 november 2019
Preek 31e zondag in jaar C. Wijsheid 11, 23-26 + 12, 1-2. Gods liefde komt altijd eerst.
3 november 2019
Preek 29e zondag in jaar C. Ex. 17, 8-13. De Mozessen en Amaleks van deze wereld.
20 oktober 2019
Preek patroonfeest Theresia van Avila
13 oktober 2019
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen