MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 33e zondag in jaar B. Dan. 12, 1-3. Onthullende apocalyps.

14 november 2021

We naderen het einde van het kerkelijk jaar. De Kerk kiest dan lezingen die enigszins bij dit sentiment passen. Daarom lezen we nu uit de profeet Daniël. Het boek Daniël wordt gerekend tot de apocalyptische literatuur. Bij apocalyps denken wij al snel aan toestanden die te maken hebben met het einde van de wereld of het einde der tijden. In feite heeft dat er weinig mee van doen. Apocalyps betekent ‘onthullen’, alsof je ergens een doek of sluier van wegneemt. Apocalyps brengt iets in de openbaarheid wat verhuld of bedekt was.

Het lastige is nu dat apocalyptische literatuur gebruik maakt van de meest fantastische verhalen om iets te onthullen. Dat werkt nog wel eens averechts. Het boek Daniël staat vol met dit soort verhalen. Denk aan de drie jongemannen die een brandende oven overleven (Dan. 3), aan de mysterieuze hand die iets op de muur schrijft (Dan. 5), aan Daniël in de leeuwenkuil (Dan. 6) en aan het Father Brown-achtige verhaal over Daniel en Susanna (Dan. 13). Tussen al die verhalen door blijkt Daniël ook nog eens een goed droomuitlegger.

Wat is kenmerkend voor apocalyptische literatuur? Drie zaken: er is sprake van een strijd van goed tegen kwaad, er zijn tekenen aan de hemel die met deze strijd te maken hebben en er is een groep standvastige gelovigen die overwinnen. Zoiets horen we in de lezing uit Daniël vandaag. In de eeuwen kort voor de komst van Jezus was dit soort apocalyptische literatuur zeer populair onder de joden. Dat had deels te maken met de opstand van de Makkabeeën, de strijd van het joodse volk tegen de inval van de Grieken. Die opstand wonnen de joden, maar na de Grieken kwamen de Romeinen en hun komst leidde uiteindelijk tot de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70 na Christus.

Jezus groeit op te midden van dit apocalyptische sentiment en maakt er in zijn toespraken gebruik van, zoals we horen in het evangelie (Marc. 13, 24-32). Ook Hij heeft het over een strijd (“die verschrikkingen”), over hemelse tekenen (de zon, de maan, de sterren, hemelse heerscharen) en over standvastige gelovigen die zullen overleven (“de uitverkorenen”). Nu denkt u wellicht: allemaal prima, maar wat heeft dat met mij van doen, hier en nu? Alles! Ook wij leven in een tijd van strijd, een geestelijke strijd: die tegen de zonde. Zie Jezus als een strijder. In Hem komt God clandestien, dat wil zeggen in het geniep, in onze wereld. Dat vieren we straks met Kerstmis. God wordt mens in Jezus en betreedt onze zondige wereld. In Hem strijdt God tegen de zonde, dat wat aan de basis ligt van alle kwaad. Dus ook in ons leven, hier en nu, is er sprake van een strijd (tegen de zonde), van een hemels teken (de persoon van Jezus) en van een groep gelovigen die overwinnen (de Kerk).

De strijd tegen de zonde is de meest fundamentele strijd die er is. En als je over zo’n strijd spreekt, dan kom je al snel terecht bij apocalyptisch taalgebruik. Als het gaat om de liefde – dat is wat hier op het spel staat! – dan spreek je al snel over zaken als de maan, de zon, de sterren, hemelse heerscharen en wat dies meer zij. Luister eens naar menig liefdeslied: ‘Je bent de maan die in mijn hart schijnt!’ Of, als de relatie over is: ‘Het is alsof de zon niet meer schijnt!’. En hoeveel mensen treuren niet om de dood van hun geliefde? Dat is voor hen als een duistere nacht zonder sterren. Wanneer Jezus sterft aan het kruis, worden ook apocalyptische taferelen beschreven: de zon die niet meer schijnt, de wereld die op zijn grondvesten schudt en het voorhangsel dat in tweeën scheurt. Dat alles wil alleen maar zeggen dat we te maken hebben met de fundamenten van ons bestaan.

De vraag is nu: Aangezien apocalyptische literatuur iets onthult, wat is dat dan? Er wordt een nieuwe werkelijkheid onthuld, één waarin God in Jezus de regie neemt. Jezus noemt dat het Koninkrijk van God. Dat Koninkrijk is midden onder ons. Daarom verlegt Jezus de aandacht van de Tempel in Jeruzalem naar Hem. Breek die tempel maar af, zegt Jezus, Ik bouw het in drie dagen weer op. Het centrum van ons geloof is niet meer die Tempel in Jeruzalem, maar Jezus zelf die leeft in ons hart. Wij zijn de tempel van de Heilige Geest! Wij zijn het Lichaam van Christus, met Hem als hoofd. Offers hoef je niet meer te brengen, zoals vroeger in de tempel. Slechts één offer is nodig: dat van je ego. Als je je ego met stip op één zet, dan kun je niet waakzaam zijn. Je bent dan ingekeerd in jezelf en alleen maar met jezelf bezig. Daar uit zien te breken is een strijd die we dagelijks moeten voeren en die Jezus voert met ons. Maar zodra je je ego opzij durft te zetten, dan onthult zich een schoonheid die je je niet kunnen voorstellen, namelijk die van het Koninkrijk van God.

Moge dat geloof in ons ontwaken in deze tijd voor Kerst. Kerst is niet een louter een feest van de geboorte van een lief Kind. Kerst is de komst van de Strijder die voor ons tegen de zonde, de eigengereidheid, de afkerigheid van God, vecht. De Advent is een tijd van uitzien naar die overwinning, die ons gegeven wordt door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen 

Preek 1e zondag v/d Advent. Luc. 21, 25-36. Een nieuw oriëntatiepunt.
27 november 2021
Preek hoogfeest Christus Koning. Een allesbepalend koningschap.
21 november 2021
Preek hoogfeest Heilige Willibrord. De bevrijding door Christus.
7 november 2021
Preek 31e zondag. Marc. 12, 28-34. Hoor, Israël!
31 oktober 2021
Preek 29e zondag. Marc. 10, 35-45. Plaatsvervangend lijden.
17 oktober 2021
Preek patroonsfeest Theresia van Avila. De hervorming van het hart.
10 oktober 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen