MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 33e zondag in jaar C. Luc. 21, 5-19. Nabijheid.

13 november 2022

De afgelopen week waren onze bisschoppen in Rome voor het ‘ad limina’ bezoek. Eens in de vijf jaar gaan ze naar Rome voor een bedevaart naar de graven van de apostelen Petrus en Paulus en spreken ze met de paus over de huidige stand van zaken in ons land. De bisschoppen publiceren van te voren altijd een openbaar rapport met de bevindingen. Hierin zijn ze zeer duidelijk en reëel. Ze winden er geen doekjes om en benoemen de pijnpunten. Dat de kerk er wel eens beter voorgestaan heeft moge duidelijk zijn en als je bij de pijnpunten blijft hangen, gaat het humeur er niet op vooruit. 

De lezingen van deze weken helpen ook niet om de slingers op te hangen. We bevinden ons aan het einde van het kerkelijk jaar, de bladeren vallen en de lezingen worden er niet vrolijker op, in ieder geval op het eerste gezicht. Deze literatuur zou je apocalyptisch kunnen noemen, zoals het laatste boek in de Bijbel, de Apocalyps of Openbaring van Johannes. Het roept beelden op van spannende rampenfilms, terwijl het eigenlijk een toekomstbeeld in zich houdt. Apocalyps is Grieks voor onthullen. Je haalt als het ware de sluier weg en krijgt goed zicht op de zaak. Iemand vergeleek het met een persoon die tijdens de Tweede Wereldoorlog, te midden van alle geweld en angst, een visioen zou krijgen van het jaar 1945. Hitler is verslagen en de landen worden opnieuw opgebouwd. Voor die persoon maakt het de ellende waarin hij zich bevindt niet minder, maar er is een stip op de horizon. Het vertrouwen dat het weer goed zal komen.

In het Evangelie treffen we Jezus bij de tempel aan. Een prachtig gebouw, rijk versierd met fraaie stenen en wijgeschenken, een voorwerp als een dankjewel aan God. Het is een indrukwekkend bouwwerk en de mensen van die tijd konden het zich niet voorstellen dat het ooit weg zou kunnen zijn. Iets voor dit Bijbelgedeelte was Jezus al in de tempel. Hij kijkt met een andere blik. De pracht en praal leiden Hem niet af. Hij ziet een oud vrouwtje binnenkomen en zij heeft weinig te besteden. Ze geeft maar twee muntjes voor het offerblok. Dat is alles wat zij kan missen. Zij geeft iets van haar armoede. Jezus kijkt verder dan de financiële waarde en ziet hoeveel kostbaarder die muntjes zijn dan de grote bedragen die rijke mensen geven, omdat ze het toch niet zullen missen. 

Jezus geeft aan zijn toehoorders geen vrolijk beeld mee: “Alles aan deze tempel zal kapot gaan”. Het lijkt voor hen onvoorstelbaar. De leerlingen trekken gelijk de agenda en vragen wanneer het zal gebeuren. Wat er volgt is een waarschuwing: “Laat je niks wijsmaken door anderen, maar vertrouw.” Het leven zal soms moeilijk zijn, je zal gehaat worden, maar er zal geen haar van jouw hoofd verloren gaan.

We mogen ons vertrouwen dus stellen in de Heer. Dit kunnen we ook terug vinden in de eerste lezing, uit het laatste boek van het Oude Testament, de profeet Maleachi. Ook hierbij zou je kunnen blijven hangen bij een doemscenario, maar dan doe je de tekst tekort. Het begint al bij “de dag die als een oven brandt”. Het brandende vuur wijst op de aanwezigheid van God. In zijn Licht wordt alles duidelijk, komt het dus aan het licht. Voor hen die eerbied voor God hebben, op Hem vertrouwen en zo het leven inrichten zal de zon opgaan die geluk en vrede brengt.

Het is een kwestie van leven in het vertrouwen dat God naar ons omziet en voor ons zorgt. Zoals de evangelist schrijft: “geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.” (Luc. 21, 18). In het Matteus-evangelie wordt ons ook voorgehouden om geen zorgen te maken: “Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?” (Mat. 6, 26).

Dit klinkt misschien makkelijk: geen zorgen, slaap zacht en draai je nog een keer om. Het kan zelfs wat naïef overkomen, terwijl op deze manier in het leven staan alles behalve naïef is. We hoeven onze ogen niet te sluiten voor de realiteit, we moeten ons er alleen niet door laten verlammen. Hierin kunnen we elkaar tot steun zijn. 

De paus sprak met onze bisschoppen over de kracht van de nabijheid: “Vicinanza”. De paus gaf dit mee als opdracht voor onze bisschoppen: nabijheid tot God in het gebed, nabijheid tot elkaar in collegiale samenwerking, nabijheid tot de priesters en nabijheid tot alle gelovigen. Naast dat dit voor onze bisschoppen geldt, kunnen we het vertalen naar onszelf: nabijheid tot God in het gebed, met al onze vragen, met al wat er speelt in ons hart kunnen we ons richten op God. Nabijheid tot elkaar in collegiale samenwerking: een kerk vorm je samen, niet in je eentje en het is meer dan een stapel stenen. Nabijheid tot de wereld: we kunnen onze ogen sluiten voor de wereld om ons heen, maar we kunnen ook om ons heen kijken en zien wat de ander nodig heeft, of kan bieden. De verantwoordelijkheid voor elkaar gaat verder dan de eigen postzegel.

De keuze is aan ons. We kunnen ons zorgen maken over alles wat er om ons heen gebeurt, of we kunnen het in de handen van de Heer leggen. Zoals paus Johannes XXIII bad: “‘Heer, het is Uw kerk, ik ga nu slapen”. De Kerk en de wereld vormen we samen, we kunnen het ook samen dragen, in verbondenheid. Verbonden met God en met elkaar.

Pastor Sander Verschuur

Preek 2e zondag v/d Advent. Mat. 3, 1-12. Metanoia, het nieuwe denken.
4 december 2022
Preek 1e zondag v/d Advent. Mat. 24, 37-44. De drie komsten van de Heer.
27 november 2022
Preek hoogfeest Christus Koning. Terugblik op Lucas.
20 november 2022
Preek 32e zondag. Luc. 20, 27-38. Liefde gaat ons verstand te boven.
2 november 2022
Preek 31e zondag. Luc. 19, 1-10. De Zacheüs in jou.
28 oktober 2022
Preek 30e zondag. Luc. 18, 9-14. Geloof voor losers.
23 oktober 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen