MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 3e zondag na Pasen. Hand. 3, 13-17. Iedereen zijn of haar eigen ‘isme’.

18 april 2021

In de eerste lezing uit Handelingen 3 horen we een rede, een preek zou je kunnen zeggen, van de apostel Petrus. De aanleiding van deze rede is het feit dat Petrus zojuist een kreupele man heeft genezen die bij één van de tempelpoorten lag. Die man is genezen en kan nu weer op zijn voeten staan. Die steekt hij niet onder stoelen of banken, want hij springt en danst er lustig op los. En dat trekt natuurlijk de aandacht van velen.

Interessant is om te horen hoe Petrus zijn rede begint. Hij begint met de mededeling dat niet hij die man heeft genezen, maar dat het God is “die zijn dienaar Jezus verheerlijkt”. Petrus maakt duidelijk dat Gods genade hier werkzaam is. Dit is een belangrijk principe in ons geloof: Gods genade gaat aan alles vooraf. Je hoort het ook in het evangelie van vandaag, waarin Jezus voor het eerst verschijnt aan zijn leerlingen. Het eerste woord dat Hij zegt is ‘vrede’. De leerlingen waren bang voor represailles, want ze hadden Jezus verloochend en in de steek gelaten. Ook hier toont God allereerst zijn genade. Het is goed dit tot ons door te laten dringen: God treedt ons allereerst tegemoet met liefde en genade!

Wat Petrus eveneens doet is duidelijk maken in naam van welke God hij spreekt: de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Voor ons is dat bekend, maar voor die tijd, en dat geldt zeker ook voor de onze, was dat allerminst het geval. In Petrus’ tijd had je vele goden: van de Romeinen, de Grieken, de Egyptenaren, enzovoort. Op vandaag hebben we die goden niet meer, maar er zijn vele andere religies voor in de plaats gekomen. Laatst was ik bij iemand op bezoek die op een boekenplankje een heel rijtje aan religies heeft staan. Er stond een beeldje van Jezus en Maria, maar ook een beeldje van de Boeddha, een Hindoe-beeldje en een beeldje van Pu Tai (een mannelijk figuur, vaak zittend, met enorme ontblote buik die je lachend aankijkt; je ziet ze vaak bij Chinese restaurants).

De Amerikaanse godsdienstsocioloog Robert Bellah (1927-2013) heeft onderzocht welk godsbeeld er onder mensen leeft. Hij interviewde vele mensen en vroeg hen naar hun voorstelling van God. Je zou verwachten dat, naarmate je meer personen interviewt, er één of enkele godsbeelden komen bovendrijven. Echter, Bellah ontdekte precies het tegenovergestelde. Het godsbeeld werd, naarmate hij meer personen interviewde, alleen maar diffuser. Iedereen stelt zijn of haar eigen godsbeeld samen op basis van allerlei religieuze en filosofische opvattingen over God. De moderne mens vertoont op religieus vlak shopgedrag. Je ‘winkelt’ bij verschillende religies, je stelt je eigen godsbeeld samen en daar geloof je in. Dit fenomeen noemt Robert Bellah ‘sheilaïsme’, genoemd naar Sheila, een verpleegster die hij voor zijn onderzoek interviewde. Zij vertelde hem dat ze had rondgekeken bij verschillende religies. In plaats van één kerk of religie te kiezen, had ze haar eigen godsbeeld samengesteld. Dit ‘sheilaïsme’ kun je net zo goed vervangen door ‘henkisme’, ‘ingridisme’, ‘peterisme’, enzovoort. Zet ‘isme’ achter je eigen naam als je een godsbeeld hebt samengeraapt uit diverse godsdiensten, en je behoort tot de grootste religieuze stroming van de westerse wereld, zegt Bellah. Op vandaag hebben velen zo hun eigen ‘isme’ als het gaat om geloof in God. En dat is zorgelijk, want zo’n godsbeeld beantwoordt in de meeste gevallen niet aan het Bijbelse, christelijke godsbeeld.

Dat maakt Jezus zeer confronterend duidelijk in het evangelie: Hij toont zijn leerlingen zijn kruiswonden. Welke voorstelling vele mensen ook hebben van God, samengesteld op basis van allerhande visies en ideeën over God, in géén van die godsbeelden vind je de God die de wonden van het zondige menselijk bestaan – uw en mijn bestaan – in zich draagt. De enige God die dat heeft, en dat gaat de voorstelling van velen te boven, is de God van Abraham, Izaäk en Jacob, die zich getoond heeft in de persoon van Jezus. Want als je je eigen godsbeeld samenstelt, dan kom je altijd uit – en ook dit heeft sociologisch onderzoek uitgewezen (Smith e.a.) – bij een onpersoonlijke God die louter moraliserend en therapeutisch is. Dat is een God die je bevestigt in wat goed en fout is (moraliserend) en bij wie je kunt uithuilen als je daar behoefte aan hebt, een God die gereduceerd is tot een knuffel-God (therapeutisch). Verder dan dit bemoeit die God zich niet met je.

De God van Abraham, Izaäk en Jacob is de God die uw en mijn leven heeft gedeeld en die de wonden daarvan in zich draagt. Paus Franciscus noemt deze wonden “het eeuwige zegel van zijn liefde voor ons” (Paasboodschap 2021). De knuffel-goden die wij maken dragen die wonden niet in zich. In hoeverre kunnen zij dan de Bijbelse God voorstellen die de liefde zelf is? Mijn inziens niet. Bekering, waartoe Petrus oproept, bevrijdt ons van zelfgemaakte, vaak in cirkels lopende religieuze constructies en opent voor ons een pad naar eeuwig leven en onvoorwaardelijke liefde. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen


Voor wie het interesseert, zie deze (Engelstalige) Wikipedia-sites:
https://en.wikipedia.org/wiki/Robert_N._Bellah
https://en.wikipedia.org/wiki/Sheilaism
https://en.wikipedia.org/wiki/Moralistic_therapeutic_deism

Preek 12e zondag. Marc. 4, 35-41. De slapende Jezus.
20 juni 2021
Preek 11e zondag. Marc. 4, 26-34. Het principe van het mosterdzaadje.
13 juni 2021
Preek Sacramentsdag 2021. De kracht van Gods Woord.
6 juni 2021
Preek Hoogfeest van de Heilige Drie-Eenheid 2021
30 mei 2021
Preek Hoogfeest van Pinksteren 2021
23 mei 2021
Preek 7e zondag na Pasen. 1 Joh. 4, 11-16. God woont in de liefde.
16 mei 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen