MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 5e zondag 40-dagentijd (jaar C): Joh. 8, 1-11. De overspelige vrouw.

2 april 2022

Wat de lezingen van deze vijfde zondag van de 40-dagentijd met elkaar gemeen hebben is dat zij allen vooruitkijken, naar wat komen gaat. Ze gaan allen over het kunnen maken van een nieuw begin en niet gevangen zitten in je eigen verleden. Christendom gaat om wat komt, niet om wat is geweest. We geloven in een God die alles nieuw maakt. Daarin ligt onze hoop verankerd. Het is goed dat nog eens tot ons door te laten dringen.

De eerste lezing uit de profeet Jesaja werd geschreven toen het joodse Volk mocht terugkeren uit de ballingschap naar het Beloofde Land. De ballingschap is de grootste crisis in de joodse geschiedenis. Het land, dat hun door God gegeven is, is hun door God ook weer afgenomen. De ballingschap slaat een diepe spirituele wond in het geloof van het joodse Volk. Vele profeten zoeken de oorzaak daarvan in de ontrouw en zonde van het Volk. Ze hebben het dus over zichzelf afgeroepen. Maar nu is aan de ballingschap een einde gekomen. God geeft zijn Volk het land weer terug. In de woorden van Jesaja zegt God: “Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is: Ik onderneem iets nieuws.” (Jes. 43, 18). God wil niet dat zijn Volk, en dus de mens, in rouw en zonde blijft steken. God openbaart zich als een bevrijdende, reddende God.

Zo denkt Paulus in de tweede lezing ook over zijn eigen geschiedenis: “Ik vergeet wat achter me ligt, ik reik naar wat voor mij ligt.” (Fil. 3, 13). Zoals we weten was hij een overtuigd Farizeeër en christenvervolger. Na zijn bekering heeft hij al die schepen achter zich verbrand. Het heeft voor hem geen betekenis meer, hij beschouwt het als afval. Hij kijkt alleen nog maar vooruit, naar wat Christus in hem zal bewerkstelligen. Met andere woorden: Laat je door je geschiedenis niet gijzelen om naar Christus te verlangen! God is veel meer geïnteresseerd in je toekomst dan in je verleden. God kijkt naar wat komt!

Dit is de brug naar het evangelie, het verhaal van de overspelige vrouw. Met onze geëmancipeerde blik denken we al snel: het is weer de vrouw die het gedaan heeft! Maar zo is het niet. Het draait om de Schriftgeleerden en Farizeeën, zeer vrome en wetgetrouwe joodse mannen, althans, dat zou je verwachten. Wat deze mannen doen is allesbehalve vroom. Ze zetten deze vrouw met de rug tegen de muur om wat zij gedaan heeft. We zien hier een mechanisme dat religie al eeuwenlang in een kwaad daglicht zet. De eeuwen door zijn het zogenaamd zeer vrome en religieuze mensen (vaak mannen!) die andere, kwetsbare personen met allerlei religieuze argumenten de maat nemen om wat zij gedaan hebben. Je ziet dat nog steeds bij fundamentalisten: ze doen zich voor als de vroomheid zelve en wijzen met de beschuldigende vinger naar alles en iedereen, zwaaiend met hun heilige boeken. Ze misbruiken religie om anderen klem te zetten om iets uit het verleden, in plaats van dat ze religie gebruiken om iemand te bevrijden voor een nieuwe toekomst.

Terug naar de Schriftgeleerden en Farizeeën. Zij hebben deze vrouw op heterdaad betrapt. Lagen zij soms in de bosjes om haar op heterdaad te kunnen betrappen? Over grensoverschrijdend gedragen gesproken! Ze brengen de vrouw bij Jezus en al zwaaiend met de Wet van Mozes willen ze haar veroordelen. Ook Jezus proberen ze met de Wet van Mozes in de val te lokken. Jezus antwoordt met wellicht de beroemdste one-liner uit de Bijbel: “Laat degene onder u, die zonder zonde is, het eerst een steen op haar werpen.”

We zijn allen zondaars. Dat plaatst ieder van ons, ongeacht wie of wat we zijn, in hetzelfde schuitje ten opzichte van God. Wat oprechte religie dan zou moeten bewerkstelligen is dat we omzien naar elkaar, niet dat we elkaar de maat nemen. Oprecht geloof zou in ons een diep gevoel van naastenliefde moeten oproepen, niet een gevoel van superioriteit, de één boven de ander. Met zijn antwoord ontwapent Jezus elke vorm van kwaadwillende religie. Tegenover God kan niemand roemen op zijn of haar eer, verdienste of smetteloosheid. In het evangelie druipen om die reden alle omstanders één voor één af, totdat alleen de vrouw en Jezus overblijven. Augustinus zegt in één van zijn preken: wat uiteindelijk overblijft, is ‘misera et misericordia’: lijden en medelijden, ellende en barmhartigheid. Deze twee vinden elkaar in het hart van het christelijke geloof en uiteindelijk op het kruis! Ze ontmoeten elkaar als de vader en de verloren zoon in het evangelie van vorige week.

Jezus zendt de vrouw heen met de woorden: “Ga en zondig voortaan niet meer.” Jezus kijkt niet naar het verleden, maar naar de toekomst. We hebben allemaal wel iets in het verleden liggen waarvoor je je diep schaamt of grote spijt hebt. Vooral schaamte is een grote blokkade om Gods barmhartigheid te zoeken. Velen durven het sacrament van boete en verzoening (biecht) niet te naderen uit schaamte, terwijl het juist wil bewerkstelligen wat we vandaag in het evangelie lezen. Je stopt je schaamte liever diep weg in je rugzak en sleept het voor de rest van je leven met je mee. De lezingen roepen ons op: Laat je niet geselen door wat in je verleden ligt, maar reik naar wat voor je ligt: Christus zelf. Laat je ‘misera’ opgaan in zijn ‘misericordia’. Vergeet niet: Elke heilige heeft een verleden en elke zondaar heeft een toekomst. En die ligt in Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek Sacramentsdag 2022. Luc. 9, 11-17. De goddelijke gulheid.
16 juni 2022
Preek Hoogfeest van Pinksteren 2022
4 juni 2022
Preek 7e zondag na Pasen. Openb. 22, 12-20. Kom, Heer Jezus!
29 mei 2022
Preek 6e zondag na Pasen. Openb. 21, 10-23. Het nieuwe Jeruzalem.
21 mei 2022
Preek 5e zondag na Pasen. Heilige Titus Brandsma
6 mei 2022
Preek 4e zondag na Pasen. Openb. 7, 9-17. Legers van martelaren.
2 mei 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen