MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 5e zondag in jaar A. Mat. 4, 13-16. Zout der aarde zijn.

9 februari 2020

We leven in een individualistische samenleving. Het draait allemaal om het eigen ik, de eigen behoeftes en begeertes. Die individualistische trekken sijpelen ook ons geloof binnen. Geloof is iets voor jezelf, daar moet je anderen niet mee lastig vallen, zeggen velen. Dat verklaart naar mijn idee ook het succes van vele oosterse religies en levensbeschouwingen. Die draaien voor een groot deel om het eigen ik: je eigen zoektocht naar verlichting, het hogere of het absolute. Daar is niks mis mee, maar het christelijke geloof is in de basis geen individualistisch geloof. In het christelijk geloof draait het niet om je ik, maar om God in relatie tot jezelf én je naaste.

Daarop wijst Jezus vandaag met zijn beroemde woorden over het zout der aarde. Zout is er niet voor zichzelf, maar heeft pas waarde als het voor iets anders wordt gebruikt. Zout is bijvoorbeeld een conserveringsmiddel. Het werd gebruikt om vlees en vis langer te kunnen bewaren. Ook is zout een belangrijke smaakmaker voor gerechten. Echter, zout heeft ook een keerzijde. Zout kan namelijk grond onvruchtbaar maken. Dat was een beproefde tactiek bij de Romeinen. Toen zij de stad Carthago (in het huidige Tunesië) hadden veroverd, hun grootste rivaal, maakten zij niet alleen de stad met de grond gelijk, tevens bestrooiden zij de omliggende akkers met zout om de grond onvruchtbaar te maken. Zo kreeg Carthago niet de kans om zich te herstellen en opnieuw uit te groeien tot rivaal van Rome.

Vertaal deze eigenschappen eens naar onszelf. Wij zijn, als christenen, het zout der aarde. We zijn geroepen om smaak te geven aan de samenleving en om de goede boodschap van Christus te conserveren voor toekomstige generaties. Zout wordt ook gebruikt als het wegdek bevroren is. Dan komen de wagens van Rijkswaterstaat om zout te strooien, opdat het verkeer kan rijden. Zo moeten ook wij zout zijn, opdat dat liefde, barmhartigheid en gerechtigheid in onszelf en in anderen kunnen stromen. En, zoals de Romeinen zout gebruikten tegen hun vijanden, zo moeten wij zout zijn tegen de zonde. We zijn geroepen om de grond voor zonde en voor het kwaad onvruchtbaar te maken. Met anderen woorden: zout is er niet voor zichzelf, maar heeft pas waarde als het ergens anders voor gebruikt wordt. Zo zijn wij er niet voor onszelf, omwille van onszelf, maar voor de ander, omwille van de ander.

We komen als Kerk in de problemen als we er alleen maar voor onszelf zijn, als wij ons terugtrekken achter onze muren van het kerkgebouw en de parochie. Een Kerk die alleen met zichzelf bezig is, ontspoort. We zien de gevolgen met de misbruikschandalen. Als de Kerk alleen zout voor zichzelf is, dan wordt zij vanzelf smakeloos. Is dat niet één van de redenen van de kerkverlating deze tijd? Jezus stelt een zeer directe vraag: “Als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten?” Hij geeft zelf het antwoord: “Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden” (Mat. 5, 13). Is dat niet wat om ons heen gebeurt? Wordt ons geloof niet vertrapt? Een zoutloos christendom zorgt voor problemen, het conserveert niet meer en verliest bovendien zijn smaak. Niemand lust het nog...

Zelfreflectie is belangrijk. Zijn wij nog steeds het zout der aarde? Kunnen wij de goede boodschap van Christus conserveren, zodat het niet bederft? Geven wij smaak aan de samenleving? Zijn wij het zout op de gladde wegen? Maken we de grond voor de zonde nog wel onvruchtbaar? Wat als het Evangelie door een zoutloos christendom zijn smaak en kracht verliest? Waarmee zal men dan zouten? Als wij als Kerk opgaan in de seculiere, individualistische cultuur, als wij opgaan in de grijze massa, dan zeggen wij hetzelfde als alle anderen, dan klinken wij hetzelfde als alle anderen, dan handelen wij hetzelfde als alle anderen. Wie heeft ons dan nog nodig? Voor je het weet hebben wij niets meer toe te voegen aan deze wereld. Wat stelt onze missie dan nog voor? Dan zijn we er alleen nog voor onszelf, omwille van onszelf. En dat heeft niets meer te maken met christus, zijn Kerk en zijn Evangelie!

We zien het om ons heen gebeuren. Veel organisaties schudden hun christelijke veren af. Het Sint Franciscus Gasthuis, een groot ziekenhuis in Rotterdam, heeft het “Sint” eraf gehaald en heet voortaan het Franciscus Gasthuis. Het blijft een goed ziekenhuis, maar het gaat nu wel op in de grijze massa. Christendom is geroepen smaak te geven aan de samenleving. Een smaakvolle samenleving is een gemeenschap, een broederschap. Op vandaag is de samenleving niet meer dan een verzameling individuen. Wij allen, van jong tot oud, van links naar rechts, zijn het zout der aarde. Wij zijn er niet voor onszelf, om hier gezellig samen te zijn, maar om onze samenleving smaak te geven, om licht te zijn, om een stad op de heuvel te zijn die een baken is voor hen die zoeken. Geen uitdagender geloof dan het christelijke! Gelukkig staan we er niet alleen voor. Daartoe heeft God zijn Geest over ons uitgestort. Die Geest kan alleen zijn werk doen als ons ego niet op de eerste plaats staat. Dat is wellicht een goede oefening voor de komende veertigdagentijd. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 6e zondag in jaar A. Mat. 5, 17-37. Het spel en de regels.
16 februari 2020
Preek 2e zondag in jaar A. 1 Kor. 1, 1-3. Een aanhef met een opdracht.
19 januari 2020
Preek Feest van de doop van de Heer. Mat. 3, 13-17. God in de modder.
12 januari 2020
Preek Openbaring des Heren. Zoeken, vinden en gevonden worden.
5 januari 2020
Preek Feest van de Heilige Familie. De oprechtheid van Jozef.
29 december 2019
Kerstpreek 2019 Pastoor Visser
25 december 2019
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen