MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 7e zondag na Pasen (jaar B). 1 Joh. 4, 11-16. God woont in de liefde.

16 mei 2021

Een meisje van tien was dol op haar opa. Hij was lief voor haar en had aandacht voor haar. Haar vader had een paar jaar geleden het gezin verlaten. Op een zekere dag stierf haar opa. Ze moest hard huilen. Haar moeder zei: “Ik vraag me nou toch echt af waar God mee bezig is... De grootste schurken laat Hij leven, maar die lieverd van een opa moest al zo vroeg sterven! Bestaat God wel? En waar is Hij dan, want er is nog zoveel onrecht!”

Onschuldig lijden zie je overal: in je familie, op straat, op het journaal, in je eigen leven. Het treft de miljoenen vluchtelingen en armen. Toen de apostel Johannes zijn evangelie en zijn brieven schreef, vroeg men zich dat ook af. Christenen werden bloedig vervolgd, joodse vrijheidsstrijders hadden hun leven gewaagd en erop gerekend dat God met hen meestreed. Maar de Romeinen hadden gewonnen. Zij hadden in het jaar 70 na Christus Jeruzalem platgebrand en de Tempel vernietigd. Even had het Joodse volk nog gehoopt dat keizer Hadrianus ermee in zou stemmen om de Tempel te herbouwen, maar dat had hij herroepen. En dus waren ze teleurgesteld en gefrustreerd. Opnieuw maakten ze zich op voor de strijd.

Rabbi Jehosjoea-ben-Chananja (een joodse geleerde die leefde kort na de vernietiging van de Tempel door de Romeinen) probeerde de opstandelingen te kalmeren met de volgende parabel. Tijdens een maaltijd bleef er een botje steken in de muil van de leeuw. De leeuw dreigde te stikken en loofde een vorstelijke beloning uit voor wie hem van het botje kon bevrijden. Terstond kwam er een ooievaar. Het lukte de ooievaar met zijn lange snavel het botje uit de keel van de leeuw te wrikken. Toen de ooievaar klaar was, eiste hij zijn beloning op. “Welke beloning?”, vroeg de leeuw. “Is het je niet genoeg dat je met je kop in de muil van een leeuw bent geweest en er weer levend uit kwam?”.

Soms is overleven al een beloning in zichzelf. Toch verhinderen deze wijze woorden niet dat telkens weer de vraag wordt gesteld: Waar is God? Waar is God nu de Romeinen zijn Huis in Jeruzalem hebben vernietigd en zijn Volk vernederd? Waar is God nu de jonge Kerk wordt vervolgd en menig christen tot martelaar wordt gemaakt? In die tijd schreef de apostel Johannes troostend over de vraag waar God is. Waar moet je Hem zoeken? In de schoonheid van de aarde? In de ontroerende glimlach van een zieke? In de geheimzinnige kosmologische wetten die het heelal in stand houden? Is Hij te vinden in de echo van een monnikenkoor dat antieke gezangen zingt? Is Hij in de buurt van bergen die hoog boven het gepieker van mensen tronen? Woont Hij in tempels, in kerken, in tabernakels? Is Hij opgesloten, verborgen, vergeten?

Al deze vrome overpeinzingen verhinderen niet dat er dagelijks met gebalde vuisten of tranen van woede of een verdoofde gelatenheid wordt geklaagd “Waar is God?”, omdat er een kind op sterven ligt, omdat je klasgenoot op straat werd neergestoken, omdat er door een natuurramp zoveel dorpelingen werden weggevaagd. Ja, waar is God dan? Is overleven niet genoeg? De Eeuwige is niet ‘ergens’, niet in de wereld van hoogte, lengte, diepste en breedte. Hij is niet te lokaliseren en toch zoeken we Hem. Soms menen we zijn plek te hebben gevonden in een tempel of het restant ervan, in de Klaagmuur of in een kerk met een zweem van wierook, waar in een nis een kaarsje brandt. Soms helpt een symbool de nabijheid te vermoeden van de Barmhartige. En toch steekt telkens weer de vraag de kop op: Waar is God?

Johannes leefde in een verdrietige tijd. Hij kende vele martelaren van de Kerk, alsook menig vermoorde joodse opstandeling. Ook hij had geworsteld met de vraag waar God is. Het is dankzij de Heilige Geest dat hij in gebed het troostvol antwoord vond: God woont in de liefde, is thuis in de liefde! Wie in de liefde woont, woont in God! Dat woordje ‘wonen’ is verwant met ‘bouwen’ aan een plek waar je je veilig voelt en de chaos tot een thuis kan maken. Daar kun je God vinden in de liefde die de grenzen overstijgt van lengte en breedte, van uur en duur, van ik en de ander. Die liefde is de poort naar de Eeuwige. En als je een huis bouwt voor God, zal Hij er ook zijn als je kunt liefhebben. Daarom mag je in de kerk liefdevol zijn heilig Brood bewaren. Als je het liefdevol breekt en deelt ‘is Hij er’, want God is in de liefde. God is liefde en God is heilig. Door Christus, onze Heer. Amen.

Pastor Rob Winkelhuis pr.

Preek 12e zondag. Marc. 4, 35-41. De slapende Jezus.
20 juni 2021
Preek 11e zondag. Marc. 4, 26-34. Het principe van het mosterdzaadje.
13 juni 2021
Preek Sacramentsdag 2021. De kracht van Gods Woord.
6 juni 2021
Preek Hoogfeest van de Heilige Drie-Eenheid 2021
30 mei 2021
Preek Hoogfeest van Pinksteren 2021
23 mei 2021
Preek 5e zondag na Pasen. Joh. 15, 1-8. Participeren, niet imiteren.
5 mei 2021
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen