MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek Feest van de doop van de Heer. Mat. 3, 13-17. God in de modder.

12 januari 2020

Tijdens onze Israël-reis vorig jaar november hebben wij ook de Jordaan bezocht op de plek waarvan wordt aangenomen dat het de plek is waar Jezus door Johannes de Doper werd gedoopt. De Jordaan is daar meer een beek dan een rivier. Met gemak werp je een steen naar de overkant. Dat raad ik overigens af, want aan de overkant ligt Jordanië en aan beide zijden van de Jordaan staan militairen. Wat ook niet aan je verwachtingen voldoet is de kwaliteit van het water van de Jordaan. Het is bruin, troebel en modderig.

We vieren de doop van Jezus als iets heiligs, maar in feite is het iets absurds. Immers: waarom heeft Gods Zoon, Hij die zonder zonde is, het doopsel in dit troebel water nodig ter reiniging van de zonden? Als iets de Messias niet nodig had, dan was het wel het doopsel ter reiniging van de zonden. Toch heeft Jezus dit ondergaan. Alle vier de evangelisten maken er melding van, dus het moet wel een betekenis hebben.

Jezus’ doop laat zien hoe God te werk gaat in zijn tegemoetkoming aan ons. God legt, in de persoon van Jezus, elke vorm van majesteit af, elke vorm van verhevenheid of glorie. Alles wat we ons bij een verheven, hemelse God voorstellen, kunnen we met de doop van Jezus bij het grof vuil zetten. Daar, in die modderige Jordaan, zien we God afdalen tot in de blubber van ons bestaan. God vereenzelvigt zich met zondaars, met hen die onder de druk en de last van het leven zijn gezwicht en Johannes’ doopsel nodig hebben.

Waar wij als mensen, wanneer wij voor iets bijzonders in de openbaarheid treden – bijvoorbeeld voor een presentatie, een diploma-uitreiking, een sollicitatiegesprek of een zakelijke afspraak – en onszelf ietwat willen verheffen – we kleden ons netjes, we kammen ons haar, we spreken met twee woorden, enzovoort – daar zien we Jezus, op zijn eerste openbare optreden, afdalen in de modder, om zichzelf te laten besmeuren met de zondigheid van de mens. God begint zijn openbaar optreden vanaf de allerlaagste trede van het menselijk bestaan, vanuit de kelder, de onderkant van de samenleving.

Dat God op deze manier te werk gaat, paste totaal niet in het plaatje van die tijd, noch in het plaatje van de joden, noch in het plaatje van de Grieken of de Romeinen. In feite paste het in niemands plaatje. De vraag is: past het eigenlijk wel in ons plaatje? Kunnen wij, durven wij te geloven in God die zich vereenzelvigt met ons grootste verdriet, onze diepste zorgen, onze grootste eenzaamheid? Denken ook wij vaak niet dat God daar te verheven voor is? De vraag is in feite: hoe serieus nemen wij Gods menswording eigenlijk? Al snel denken wij bij een zware tegenslag: waarom doet God mij dit aan? In onze voorstelling wordt God al snel iemand die achter een knoppenpaneel zit en ons leven bepaalt. Veel te weinig zien wij God die mét ons afdaalt tot in de blubberige modder van het leven.

Het hele idee van Gods menswording in Jezus is dat God ons opzoekt in de uithoeken van ons verdriet, onze eenzaamheid, onze pijn en last. Het is niet wij die God zoeken tot in de hoogste hemelen, maar God die ons zoekt tot in de diepste krochten van het bestaan. Precies dat is wat Jesaja bedoelt als hij zegt: “Hij roept niet, Hij schreeuwt niet, en op straat verheft Hij zijn stem niet” (Jes. 42, 2). God is niet een God die met toeters en zwaailichten naar ons toe komt, zodat wij zonder enige twijfel kunnen weten: dit is Hem.

Maar al te vaak verlangen wij een God die duidelijk van Zich laat horen. Dat verlost ons van die eeuwige twijfel. Nee, die toeters en bellen komen vaak pas achteraf, pas nadat wij met nieuwe ogen hebben gezien dat God al die tijd al naast ons stond, mét ons in de modder van het leven. Wees daarom voorzichtig met predikanten die vol stelligheid beweren dat God een God is die overduidelijk van zich laat horen, een God die met veel bombarie je van je pijn en ellende verlost, zoals je vaak ziet bij gebedsgenezers. Denk dan nog eens aan de woorden van Jesaja. Nee, God spreekt in de stilte, in de kwetsbaarheid, in de ellende van het leven. Dáár zoek Hij ons op, ontdaan van al zijn majesteit en glorie.

De doop-scene eindigt met die wonderlijke gebeurtenis, waarbij de hemel zich opent, een duif neerdaalt en de stem van God klinkt. Dit laat zien wat God van plan is, namelijk om u en mij op te nemen in zijn heilige drie-eenheid. Vanuit de diepte van onze ellende worden wij opgenomen tot in de hoogte van Gods hemelse woning. Daar is het God om te doen, want de glorie van God is de levende mens. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 7e zondag in jaar A. Lev. 16, 1-17. Wees heilig, zoals God heilig is.
23 februari 2020
Preek 6e zondag in jaar A. Mat. 5, 17-37. Het spel en de regels.
16 februari 2020
Preek 5e zondag in jaar A. Mat. 4, 13-16. Zout der aarde zijn.
9 februari 2020
Preek 2e zondag in jaar A. 1 Kor. 1, 1-3. Een aanhef met een opdracht.
19 januari 2020
Preek Openbaring des Heren. Zoeken, vinden en gevonden worden.
5 januari 2020
Preek Feest van de Heilige Familie. De oprechtheid van Jozef.
29 december 2019
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen