MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek hoogfeest Christus Koning. Mat. 25, 31-46. Een inclusief koningschap.

22 november 2020

We sluiten het kerkelijk jaar af met het hoogfeest van Christus Koning. De centrale boodschap van Jezus is het Koninkrijk van God. Koninkrijk en koningschap waren voor de joodse toehoorders van zijn tijd geen onbekend thema. Het idee van het koningschap ligt reeds besloten in het scheppingsverhaal. Adam, de eerste mens, is geroepen om als een koning te heersen over het paradijs. Dat betekent niet dat hij het als een dictator moet onderwerpen. Nee, een goede koning leeft naar Gods geboden en laat zijn rijk floreren, opdat iedereen kan leven. Dat is in een notendop wat Bijbels koningschap inhoudt. Echter, we weten allemaal dat Adam van de verboden vrucht at. Dat wil zeggen: hij eigende zich het koninkrijk toe, als ware het zijn bezit. Dat is wat in de basis zonde inhoudt: een slechte koning zijn, willen toe-eigenen.

De hele geschiedenis van Israël is in feite niets anders dan het vinden van goed koningschap, van een goede koning die heerst zoals God het bedoelt, wiens koningschap beantwoordt aan Gods idee van een rechtvaardige wereld. Dit ideale koningschap herkent Israël in de persoon van koning David. Onder zijn koningschap beleeft Israël zijn gouden eeuw. David verenigt alle stammen van Israël en maakt Jeruzalem tot hoofdstad, door de Ark van het Verbond daarheen te brengen. Zijn zoon en opvolger Salomo bouwt de tempel, waarin, zo gelooft men, God en mens verenigd zijn. De tempel is beeld van het paradijs, waarin God en mens eveneens verenigd waren. Vandaar dat de tempel beschilderd was met allerlei beeltenissen van bloemen, bomen, planten en engelen, als verwijzing naar het paradijs.

Echter, het aards koningschap van David en zijn opvolgers houdt geen stand. Het dieptepunt wordt bereikt als het Volk wordt verbannen naar Babylon. Alles waar Israël voor stond is weg. Zodoende verlangt Israël naar een hemels, altijddurend koningschap. In Jezus is dat gekomen. Hij is echter een lijdende Koning die alle fouten en schulden van het Volk op zich neemt aan het kruis. Hiermee vestigt Hij een nieuw type koningschap en koninkrijk, namelijk dat van God. Het model van het koningschap en het koninkrijk van Jezus is dat van inclusiviteit. Hij gaat daarin te werk volgens het excentrisch model: van binnen naar buiten. Eerst verzamelt Hij twaalf apostelen, die symbool staan voor de twaalf stammen van Israël. Deze twaalf worden al snel 72 en zo nog meer. Het Koninkrijk van God strekt zich uit over heel de wereld, ja zelfs tot en met de grenzen van het universum. Heel de schepping wordt in Christus weer onder Gods heerschappij gebracht. Dat is in een notendop de opdracht van de Kerk, als het mystieke Lichaam van Christus.

Die inclusiviteit staat vandaag centraal in de lezingen. De eerste lezing uit de profeet Ezechiël spreekt over God als een herder die op zoek is naar zijn schapen. We kennen dit beeld maar al te goed. Paulus in de tweede lezing legt uit dat, om alles en iedereen te kunnen verenigen, één kwestie in de weg staat: de dood. De dood trekt een zwarte streep door Gods plannen en moet dus worden overwonnen. Dat is wat God in Jezus doet aan het kruis. Gods wezen, Gods zijn, is niet iets dat door de dood wordt gekaderd. Zo is evenmin Gods Koninkrijk gekaderd of begrensd, zoals wij een aards koninkrijk zien. Zijn heerschappij is onbegrensd, zelfs niet door de dood. En met deze waarheid, dit evangelie, zijn wij vrij. Dat wil niet zeggen: rustig aan, ons hachje is gered. Nee, dat betekent: aan het werk, en wel hier en nu. Geloven is doen, wetende dat de dood ons niet tegenhoudt. Daarover spreekt Jezus in het evangelie vandaag: de werken van barmhartigheid!

Deze inclusieve mentaliteit, die Jezus presenteert als de werken van barmhartigheid, moeten wij ons als christenen eigen maken. Het zou onze eerste natuur moeten zijn. Er zit wel een addertje onder het gras: als je deze mentaliteit niet hebt, ervaar je zelf de exclusiviteit ervan, het buitengesloten zijn. Lees de laatste verzen van het evangelie van vandaag: “Al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.” Harde woorden van Jezus. Vorige week sprak ik in mijn preek over de ‘Wet van de Gave’, een wetmatigheid in ons geestelijk leven die zegt dat je leven in God toeneemt in de mate dat je je leven weggeeft. Hoe meer je je leven ziet als een gift voor een ander, hoe meer zich de hemel in jou manifesteert. In omgekeerde richting gezegd: je leven in God neemt af in de mate dat je je het leven toe-eigent. Dat is de les van Adam en Eva. Als je het leven, en daarmee God zelf, toe-eigent, dan zet je jezelf buiten spel. Jezus spreekt harde woorden om ons van dit gevaar bewust te doen zijn.

Christus is Koning op een lijdende en dienende wijze. Hij vereenzelvigt zichzelf met de meest kwetsbare naasten. Als wij in hen die lijdende Koning zien en hen insluiten in onze liefde, dan staan wij niet ver van het Koninkrijk van God. Moge Gods Geest ons hart openen voor die werkelijkheid. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 1e zondag v.d. advent (jaar B). Jes. 63, 16-19. Wederzijds verlangen.
29 november 2020
Preek 33e zondag in jaar A: Mat. 25, 14-30. De Wet van de Gave.
15 november 2020
Preek 32e zondag in jaar A: Mat. 25, 1-13. Het einde van je tijd.
8 november 2020
Preek hoogfeest Allerheiligen. Mat. 5, 1-12. Geroepen tot heiligheid.
1 november 2020
Preek 30e zondag in jaar A. Mat. 22, 34-40. Liefhebben wie God liefheeft.
25 oktober 2020
Preek 29e zondag in jaar A. Mat. 22, 15-21. Geef God wat God toekomt.
18 oktober 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen