MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek hoogfeest Christus Koning. Luc. 23, 35-43. Terugblik op evangelie volgens Lucas.

20 november 2022

Met het hoogfeest van Christus Koning sluiten we het kerkelijk jaar af. Volgende week, met de eerste zondag van de Advent, begint een nieuw kerkelijk jaar. Zoals u wellicht weet, heeft de Kerk de evangelielezingen van de zondag ingedeeld in een driejaarlijkse cyclus, het A-, B- en C-jaar. Het afgelopen jaar was het C-jaar en in het C-jaar is de evangelist Lucas hofleverancier van de evangelielezingen. In het nieuwe kerkelijke jaar starten we weer met het A-jaar, en daarin lezen we hoofzakelijk uit de evangelist Mattheüs.

Over het koningschap van Christus heb ik al vaker gepreekt. Daarom dacht ik: laten we deze zondag eens terugkijken op het evangelie volgens Lucas. Wat heeft hij ons willen zeggen over God en Jezus? Lucas is een intelligent schrijver, die een nauwkeurig beeld van de God van Jezus wil geven. Zorgvuldig bouwt hij zijn verhaal op. Hij geeft achtergrondinformatie met boeiende details, hij komt met unieke parabels (die je bij de andere evangelisten niet vindt), hij schrijft in een mooie chronologische structuur en maakt zijn verhaal niet zweverig. Maar bovenal stelt hij de menselijke maat voorop.

Waarin Lucas sterk is, is hoe eerlijk hij schrijft over de voortdurende wisselwerking tussen God en mens, tussen hemel en aarde. Beide werkelijkheden schuiven het ene moment in elkaar, dan weer botsen zij op elkaar. Soms missen zij elkaar wel eens. Geloven is volgens Lucas gebaseerd op menselijke actie en reactie. Een mooi voorbeeld daarvan zien we in het eerste hoofdstuk, waar de engel Gabriël twee keer aan de mens verschijnt: aan Zacharias, de vader van Johannes de Doper, en aan Maria, de moeder van Jezus Christus. Lucas werkt vaker met tweeluiken, met verhalen die elkaar spiegelen. Bij de eerste verschijning aan Zacharias kondigt Gabriel de geboorte van Johannes de Doper aan: “Uw vrouw Elisabeth zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen” (Luc. 1, 13). Zacharias antwoordt: “Hoe kan ik dat weten? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren” (Luc. 1, 18) Zacharias reageert met een zeker ongeloof en scepsis.

De tweede keer verschijnt Gabriël aan Maria (Luc. 1, 26-37). Ook Maria stelt de vraag ‘Hoe dan?’ als ze te horen krijgt dat ze een kind zal baren. Er is echter een subtiel verschil: Zacharias – de oude, ervaren priester met een lange staat van dienst in de tempel, gepokt en gemazeld in Schrift en traditie – is sceptisch, bijna wantrouwend. Om die reden is hij letterlijk met stomheid geslagen (hij kan niet meer spreken), totdat Johannes geboren is. Maria daarentegen – het tegenbeeld van Zacharias, een jonge, onervaren, wat naïeve meid, nog vol levensverwachting – staat open voor Gods wonder. En daar begint geloof! Een ‘open mind’, een ontvangende houding van vertrouwen in wat God kan is het begin van elke geloofsweg. Lucas opent zijn evangelie met een voorbeeld (Maria) en een tegenvoorbeeld (Zacharias) van de geloofshouding die ons helpt om Jezus te begrijpen.

Om die reden staan de lofzangen van Zacharias en Maria in het ochtend- en avondgebed van de Kerk, de lauden en de vespers. Bij het ochtendgebed lezen we het ‘benedictus’ van Zacharias (Luc. 1, 68-79) en bij het avondgebed lezen we het ‘magnificat’ van Maria (Luc. 1, 46-55). De Kerk heeft beide lofzangen als spiegels aan het begin en het einde van de dag geplaatst, lofzangen van twee zeer verschillende mensen, van een oude man en een jonge vrouw, die beide zeer verschillend reageerden op hun ontmoeting met God.

Dat Lucas de menselijke kant benadrukt, lezen we ook in het evangelie vandaag, over de bespotting aan het kruis. Jezus wordt tezamen met twee misdadigers gekruisigd. Op het laatste moment bekeert zich één van hen. Ook hier is Lucas weer uniek, vergeleken met de andere evangeliën. Alle vier de evangeliën maken melding van de twee misdadigers die met Jezus gekruisigd worden, maar het is Lucas die hen aan het woord laat. Hiermee geeft Lucas een stem aan mensen die door hun fouten geen kant meer op kunnen, die door anderen bij voorbaat veroordeeld zijn en nergens meer gehoor vinden, behalve bij Jezus. De ‘goede’ misdadiger, degene die zich bekeert, spreekt Jezus direct aan bij zijn naam: “Jezus”, zonder titels als Messias of Koning der Joden. De naam Jezus, in het Hebreeuws Jehosjua, betekent ‘de Heer redt’. Lucas toont hiermee op een subtiele manier dat op het moment van de dood, het moment van sterven, er maar één Redder is: Jezus. Lucas laat zien dat het nooit te laat is om tot inkeer te komen. Al ben je de grootste misdadiger, als je in alle oprechtheid de naam van Jezus aanroept, vind je verhoring.

Men zegt wel eens dat Lucas een arts was. Als ik zijn evangelie zo lees, dan wil ik dat best geloven. Hij gaat zorgvuldig te werk en schrijft zijn evangelie als het recept voor een medicijn: met de juiste dosering, in de juiste samenstelling, de menselijke maat indachtig, evenwichtig en steeds met ons heil in gedachte. Aan het einde van zijn evangelie kom je in feite maar tot één conclusie: als er een heer en koning is, dan is het Christus, die Heer en Koning is over al wat is. Op deze gelovige weg kun je je optrekken aan Maria, zijn moeder, als voorbeeld voor geloof: open-minded, ontvangend, overwegend. Mogen we zo het nieuwe kerkelijke jaar binnentreden. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 2e zondag v/d Advent. Mat. 3, 1-12. Metanoia, het nieuwe denken.
4 december 2022
Preek 1e zondag v/d Advent. Mat. 24, 37-44. De drie komsten van de Heer.
27 november 2022
Preek 33e zondag. Luc. 21, 5-19. Zie de Tempel prijken.
13 november 2022
Preek 32e zondag. Luc. 20, 27-38. Liefde gaat ons verstand te boven.
2 november 2022
Preek 31e zondag. Luc. 19, 1-10. De Zacheüs in jou.
28 oktober 2022
Preek 30e zondag. Luc. 18, 9-14. Geloof voor losers.
23 oktober 2022
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen