MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek Sacramentsdag 2020. Joh. 6, 51-58. “Mijn Lichaam is echt vlees.”

14 juni 2020

Als pastoraal team kregen wij tijdens de lockdown regelmatig mailtjes en berichtjes van parochianen waarin zij hun gevoelens met ons deelden hoezeer zij de communie missen. De vieringen via livestream en op televisie waren prachtig, maar het blijft uiteindelijk een vorm van toekijken en niet volledig kunnen participeren, hoe goed je ook je best doet om geestelijk ter communie te gaan. Het is het verschil tussen iemand die je op afstand kust met een kusgebaar en wanneer iemand je écht een kus geeft. 

Elk van de zeven sacramenten die wij vieren in de Kerk vraagt de fysieke aanwezigheid van de bedienaar (bisschop, priester of diaken) én van degene die het sacrament ontvangt. We krijgen regelmatig de vraag of je per telefoon of via Skype kunt biechten of via Skype de ziekenzalving kunt ontvangen. Iemand vroeg laatst of de hostie genuttigd kan worden tijdens de mis op televisie (“dan bewaar ik de hostie tot dat moment heel zorgvuldig!”). Het antwoord is telkens: nee. Elk sacrament vraagt dat de u er lijfelijk bij aanwezig bent. Dat heeft alles te maken met de incarnatie, de menswording van God in Christus. In de kracht van de Heilige Geest is de Kerk nu de belichaming van Christus op aarde.

Jezus spreekt vandaag in het evangelie krachtige woorden als Hij het heeft over het eten van zijn vlees en het drinken van zijn bloed. Er is geen enkele religie of levenswijsheid waarin dit zo expliciet door de stichter of grondlegger wordt gezegd. Een moslim spreekt niet over het lichaam en bloed van de profeet Mohammed, een boeddhist doet dat evenmin van de Boeddha of een jood van Mozes. Vanaf het moment dat Jezus deze woorden spreekt, worden zijn woorden niet begrepen. “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”, vragen omstanders zich af. Deze vraag wordt tot op de dag van vandaag gesteld als wij in de eucharistie spreken over het lichaam en bloed van Christus. Het antwoord van Jezus is interessant. In negen van de tien gevallen, als Jezus tot de menigte spreekt, dan doet Hij dat in gelijkenissen. Wanneer Hij over zijn eigen lichaam en bloed spreekt, doet Hij dat niet! Jezus zegt niet: het eten van mijn vlees is als… Of: het drinken van mijn bloed kun je begrijpen als… Integendeel: Jezus doet er nog een schepje bovenop: mijn vlees is écht voedsel en mijn bloed is échte drank.

Als ik even mag inzoomen: het Griekse werkwoord voor ‘eten’ dat hier in de grondtekst gebruikt wordt, is een werkwoord dat normaliter gebruikt wordt bij dieren: knauwen of knagen. Van oudere generaties katholieken hoor ik wel eens dat zij niet durven te kauwen op de hostie, omdat hen dit vroeger blijkbaar werd verboden. Afgaande op dit evangelie zeg ik: kauw op de hostie, want het heilig Brood is écht voedsel! Waarom benadrukt Jezus dit zo stellig? Omdat we alleen zo in Hem kunnen verblijven. Jezus zegt: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (v. 56). Dit "in Hem (ver)blijven" is een uitdrukking die de evangelist Johannes vaker gebruikt, bijvoorbeeld als twee leerlingen van Johannes de Doper aan Jezus vragen: “Waar verblijft Gij?” (Joh. 1, 38). Jezus antwoordt: “Ga mee om het te zien” en deze leerlingen stappen over van Johannes de Doper naar Jezus. Ze verbleven sindsdien bij Hem. Ook hier gebruikt de evangelist datzelfde ‘verblijven’.

Dit is wat communie inhoudt: verblijven bij en in de Heer. Wellicht vraagt u zich af: Konden wij de laatste maanden bij de Heer verblijven als we de communie niet hebben ontvangen? Op een geestelijke manier wel. Om dat te begrijpen stap ik even uit de lezingen van vandaag en neem ik u mee naar het Mattheüsevangelie. Daar lezen we van de Romeinse legerofficier, wiens knecht verlamd is. Jezus biedt aan om naar zijn huis te komen om te helpen. De officier antwoordt met de woorden die wij elke eucharistieviering, in verkorte vorm, herhalen: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spréék en ik zal gezond worden” (Mat. 8, 8). De woorden van Jezus, op afstand tot de verlamde knecht gesproken, zijn voldoende om hem te genezen. Jezus prijst de officier om zijn geloof. Wij worden in deze crisis uitgenodigd precies in dát geloof te gaan staan. “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spréék!” Vergeet niet: alles begint bij het spreken van God. Dat horen we in het scheppingsverhaal (“En God sprak…”) en bij het Johannesevangelie (“In het begin was het woord”). Ook de eucharistie begint eerst met de dienst van het Woord. Gods spreken gaat aan alles vooraf, ook aan de communie.

Het is door zijn woord dat wij in Hem verblijven. Hier ligt de sleutel om te begrijpen wat Jezus zegt in het evangelie op deze Sacramentsdag. Het is door de kracht van Gods woord, in Christus’ naam door de priester uitgesproken, dat brood en wijn waarlijk Lichaam en Bloed van Christus worden. Gods woord is een scheppend, creërend woord. Het brengt werkelijk iets tot stand. Iets van die kracht zit ook in onze woorden, bijvoorbeeld als we iemand de liefde verklaren, of, in de negatieve zin, als we iemand met harde woorden kwetsen. Hoeveel krachtiger is dan Gods woord, die louter liefde is! Het is precies door dat woord dat we geestelijk in communio zijn met Hem. 

Vanaf vandaag mogen wij weer de communie ontvangen, zij het voorzichtig met een pincet of een lepel vanachter een hoestscherm. “Neem het eet hiervan gij allen, want dit in mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt”, zegt de Heer. Kauw op het Brood, zoals u ook kauwt op zijn Woord. Alleen zo kunt u in Hem verblijven. Door Christus, onze Heer. Amen.

Diaken Franck Baggen

Preek 25e zondag in jaar A. Mat. 20, 1-16. De werkers in de wijngaard.
20 september 2020
Preek 23e zondag in jaar A. Mat. 18, 15-20. Het principe van subsidiariteit.
6 september 2020
Preek 22e zondag in jaar A. Mat. 16, 21-27. De wereld infiltreren met Gods liefde.
30 augustus 2020
Preek 21e zondag in het jaar C. Rom. 11, 33-36. Hoe ondoorgrondelijk zijn uw wegen.
23 augustus 2020
Preek 19e zondag in jaar A. Mat. 14, 22-33. Lopen over de vloeibaarheid van het leven.
9 augustus 2020
Preek 17e zondag in jaar A. Rom. 8, 28-30. In Christus voor God gerechtvaardigd.
26 juli 2020
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen