Dit evangelie heeft een speciaal plekje in mijn hart, omdat dit evangelie werd gelezen bij onze huwelijksviering. Het verhaal van Jezus met de Samaritaanse vrouw bij de waterput heeft namelijk met huwelijk te maken. Hoe dat zit, daarover dadelijk meer!
Eerst richt ik de camera op de Samaritaanse vrouw die Jezus ontmoet bij een waterput. Dat de vrouw van Samaria afkomstig is, is een belangrijk gegeven. Samaritanen werden en worden – Samaritanen bestaan nog steeds – door orthodoxe joden geminacht. Hoewel zij joodse wortels hebben en leven volgens de joodse Wet, erkennen zij Jeruzalem en de Tempel niet als heilige plekken. Voor hen is dat de berg Gerizim bij Sichem (“die berg daar”, Joh. 4, 20; op de huidige Westbank, Palestijns gebied, waar zij nog steeds wonen). Orthodoxe joden zagen en zien hen om die reden als een schismatiek volk. In Jezus’ tijd liepen joden dan ook altijd, om van Juda naar Galilea te gaan, om Samaria heen, dat ertussen lag. Jezus doet dat niet, Hij gaat er juist dwars doorheen (Joh. 4, 5).
Dat zij een Samaritaanse is, zet haar op 1-0 achterstand ten opzichte van de joodse rabbi Jezus. Bovendien is ze een vrouw. En met vrouwen had je als man, en zeker als rabbi, in het openbaar geen omgang. Dat zet haar op 2-0 achterstand. Daar komt nog eens bij dat ze in opspraak is, want ze heeft liefst vijf mannen gehad en de man met wie ze nu is, is haar rechtmatige man niet (Joh. 4, 18). Dat zet haar 3-0 achter. Om die reden durft ze niet met de andere vrouwen uit het dorp water te putten, want er wordt over haar geroddeld. Zodoende komt ze op het heetst van de dag water putten, zodat ze weet dat ze alleen is.
Laten we ons eens in de Samaritaanse vrouw verplaatsen en in alle eerlijkheid de vraag beantwoorden: hoeveel sta ik achter bij God? Wij zijn mensen, wij maken fouten, we leven in een in zonde vervallen wereld. Ieder van ons staat, met wie we zijn en met wat we hebben gedaan, op achterstand bij God; de één met 2-0, de ander wellicht met 20-0. Het mooie is nu, en dat toont Jezus aan de vrouw: hoeveel wij ook op achterstand staan, we vinden genade bij God! Hij is de Bron met het levende Water. Bij de vrouw valt dat kwartje niet meteen, net zomin als bij velen van ons. We zijn geneigd om ons heil te zoeken bij de verkeerde bronnen, zoals rijkdom, macht, lust en eer. Deze bronnen maken je alleen maar dorstiger, zodat je, net als de vrouw, telkens weer moet terugkeren om er je dorst te lessen, telkens weer op het heetst van de dag. Jezus is daarom dé bron die pas écht lest!
Jezus ontmoet de Samaritaanse vrouw bij een waterput. Die waterput is geen toeval! In het Oude Testament vinden belangrijke ontmoetingen tussen een man en een vrouw plaats bij een waterput. En al deze ontmoetingen leiden tot een huwelijk! Het is bij een waterput dat Isaac zijn toekomstige vrouw Rebecca ontmoet (Gen. 24); het is bij een put dat Jacob verliefd wordt op Rachel en met haar huwt (Gen. 29); en Mozes ontmoette zijn vrouw Sippora eveneens bij een put (Ex. 2). Al deze ontmoetingen leiden tot een huwelijk. Kijk met deze bril nu eens naar Jezus en de vrouw. Ook deze ontmoeting leidt tot een huwelijk, maar dan wel één van een geheel andere orde. Zie de Samaritaanse vrouw bij de waterput als personificatie van de Kerk. Al heel vroeg in het christendom wordt de Kerk gezien als de Bruid van Christus! Het meest fundamentele huwelijk, die tussen Christus en zijn Kerk, laat de evangelist hier op microschaal zien. Daarom spelen waterbronnen bij heilige christelijke plaatsen zo’n belangrijke rol, zoals de waterbron bij de grot van Lourdes. Het water uit de bron wil ons brengen tot en herinneren aan dit huwelijk.
Het verhaal van de Samaritaanse vrouw bij de waterput – die heel wat punten achterstaat bij God – is in de basis een liefdesverhaal. Geen aardse liefde tussen Jezus en deze vrouw, maar een veel grotere liefde: een hemelse, goddelijke liefde die uitgaat naar ieder van ons, hoeveel wij ook op achterstand mogen staan bij God. Het is een liefde die steeds weer het goede wilt voor de ander, omwille van de ander. En deze liefde leidt tot een huwelijk tussen Christus en zijn Kerk. Die Kerk is de gemeenschap van gedoopten, waartoe u, jij en ik behoren. Wij zijn de Bruid van Christus. En zoals dat geldt bij elk huwelijk: wil het standhouden, dan moet je trouw blijven. Hier speelt de put, en vooral het water daarin, een rol. De vrouw ontdekt dat niet het water in de put, maar Christus het levende Water geeft en ze dus steeds bij de verkeerde bron heeft geput. Ook daarin mogen wij onszelf herkennen: hoe vaak put je bij de verkeerde bron? En hoe vaak doe je dat op momenten dat je denkt alleen te zijn en niemand je kan zien? En in hoeverre lessen deze bronnen je diepe, innerlijke, existentiële dorst? Dat zijn vragen waarover we deze Veertigdagentijd mogen nadenken. Door Christus, onze Heer. Amen.
Diaken Franck Baggen