Afgelopen donderdag vierden wij de hemelvaart van Jezus. Dit feest heeft een belangrijke betekenis. Hemelvaart maakt ons duidelijk dat Jezus na zijn verrijzenis niet definitief op aarde blijft. Stel dat Jezus, na uit de dood te zijn opgestaan, op aarde zou blijven. Welke betekenis zou zijn lijden, sterven en verrijzen dan nog hebben? Verrijzenis zou dan een soort voortzetting zijn van het leven hier op aarde. De hemel – en daarmee God – zou er dan niet meer toe doen, iets wat op vandaag bij veel mensen gemeengoed is. De clou van de verrijzenis is nu juist dat de dood geen einde betekent, en de weg tot God – en dus de hemel – openligt. Door de verrijzenis is de dood geen zwart gat waarin we verdwijnen, maar maakt het ons duidelijk dat er na dit leven een werkelijkheid is waarin God en mens samen zijn. De mens komt na de dood thuis bij God. Verrijzen is terugvallen in zijn handen. Zoals ik het een dominee eens heb horen zeggen: we gaan niet naar de verdoemenis, maar naar de verrijzenis! Verrijzenis en hemelvaart horen bij elkaar.
Hemelvaart heeft dus met de hemel te maken. Tegelijkertijd heeft hemelvaart met het aardse te maken, het leven hier! Als hemelvaart louter met hemel te maken heeft, dan zou je de vraag kunnen stellen: is dit dan het einde van Gods avontuur op aarde? Zo van: dat was het dan. Als dat zo is, dan zouden wij hier als weeskinderen achterblijven. Maar zo is het niet! En hier komt Pinksteren om de hoek kijken. Pinksteren maakt ons duidelijk dat het met de hemelvaart van Jezus niet gedaan is met God op aarde. Met Pinksteren vieren we dat God onder ons aanwezig blijft en dat Hij zich niet met Jezus terugtrekt in de hemel en daar van zijn pensioen gaat genieten. Er is wel een groot verschil: na Pinksteren is God niet onder ons in de lichamelijke gestalte van een mens, zoals Hij dat was in de mens Jezus. Met Pinksteren komt God onder ons in zijn Heilige Geest. Die Geest is geen spook of iets occults, maar Gods kracht, zijn blijvende aanwezigheid en werkzaamheid.
Die werkzaamheid wordt duidelijk in het verhaal van de leerlingen, over wie de Geest wordt uitgestort. Vanaf dat moment treden zij naar buiten en verkondigen de Goede Boodschap. Ze weten: God is nog steeds de Immanuel, Hij is nog steeds met ons! De Immanuel bezingen wij volop met Kerstmis, maar de betekenis daarvan wordt ons nu ten volle duidelijk, wanneer God zijn Geest over ons uitstort. Toen de leerlingen de Geest ontvingen, spraken zij elk in een andere taal. Het was een kakofonie van talen. Dat doet denken aan de Toren van Babel, waarmee de mens God van zijn troon wilde stoten om zelf God te kunnen zijn. En dat terwijl God in zijn schepping juist de mens als zijn tegenover heeft geschapen, om zodoende met de mens in relatie te kunnen treden. Met Pinksteren keert God dit alles ten goede: elke leerling spreekt weliswaar een eigen taal, maar het is de taal van de Geest, het is de taal van de liefde, het is de taal die bindt. Werkzaamheden worden na Pinksteren niet meer gestaakt, zoals bij de Toren van Babel, maar juist ijverig opgepakt: de liefdesboodschap wordt over de wereld verspreid.
Wat heeft dat alles met u en mij van doen? Het wil ons zeggen dat wat tweeduizend jaar geleden gebeurde in een klein land in het Midden-Oosten, ook voor ons hier en nu nog steeds betekenis heeft. Sterker: de God die toen en daar handelend aanwezig was, is dat hier en nu nog steeds. We zien Hem niet in menselijke gestalte, maar we vieren zijn aanwezigheid in het Woord, in de diaconie, in de sacramenten, en in bijzonder in het Brood van de eucharistie. Dat Brood zou een stukje brood blijven als de Heilige Geest er niet over was afgesmeekt. Het is de Geest die dit brood maakt tot Lichaam van Christus. Ook de diaconie zou zonder de Geest louter sociale dienstplicht zijn. Door de Geest zijn we in staat om in de hulpbehoevende naaste iets van de Christus te zien. Om in het gebroken Boord het gebroken Lichaam van Christus te kunnen zien en om in de naaste zijn Gelaat te ontwaren, vraagt een gelovige bril en de vonk van de Heilige Geest. Die bril en die vonk schenkt God ons van ganser harte, als we er maar voor open staan.
De leerlingen kwamen na Hemelvaart samen om te bidden. Gebed is essentieel. Daarom lezen wij op deze laatste zondag voor Pinksteren uit het zogenaamde hogepriesterlijke gebed van Jezus. Jezus bidt vurig tot zijn hemelse Vader om eenheid: eenheid onder zijn leerlingen, eenheid voor het volk van Israël en eenheid voor alle gelovigen. Elk gebed vindt zijn oorsprong in de hoop. Zonder hoop geen leven én geen gebed. De leerlingen bleven bidden in de hoop dat Jezus zou terugkeren. En Hij keerde terug: in vuur en liefde, in de Heilige Geest. Blijven wij verweesd achter? In het geheel niet! God wil in zijn Geest ieder van ons nabij zijn. Moge dat onze hoop levend houden. Vergeet niet: Hoe erg het ook is in je leven en in de wereld, God verliest nooit de regie. Door Christus, onze Heer.
Diaken Franck Baggen