“Wie zeggen de mensen dat Ik ben? en wie zeggen jullie dat Ik ben?”
Vandaag horen we Jezus een centrale vraag stellen aan zijn leerlingen, een centrale vraag voor heel het Evangelie; een kernvraag voor de fundamentele relatie van God met mensen; van God met de wereld.
Wie zeggen jullie dat Ik ben? Wie denk je dat je voor je hebt? Welke betekenis heb Ik? Welke betekenis heb ik voor jou?
Jezus loopt al een tijdje rond (we lezen vandaag uit hoofdstuk 16 van Matteüs), maar mensen (veel mensen) zien Hem nog steeds slechts als voorloper, als Johannes de Doper of Elia of een van de andere profeten. Hij is voor hen niet ‘dé Messias’, dé Boodschapper van God, de Verlosser, maar slechts ‘een bode’, een ‘aankondiger’ - hoe waardevol ook.
“Maar jullie,” zo vraagt Jezus dan aan zijn leerlingen, “wie zeggen jullie dan dat Ik ben?” En dan komt Petrus tot zijn getuigenis. Dan vertelt Petrus tot welk inzicht Hij is gekomen: ”Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” En Jezus beaamt dat: ja, Hij IS de Christus, Hij IS de Zoon van God! Zijn Wezen is één met de Vader. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Wie Hem hoort, hoort de Vader. Wie Hem volgt - en navolgt in álles - die volgt de Liefde, die volgt de Bedoeling, het Wenkend Perspectief van God de Vader - Schepper en Bron van ál wat leeft!
Petrus ziet Wie hij voor zich heeft. En dat inzicht heeft hij niet te danken aan de mensen om hem heen, maar is hem ingegeven door God zelf. Het is een gave van God! God is het die ogen en harten opent voor het Licht van de wereld. Hij geeft betekenis aan de Krachten die Jezus tentoonstelt: de Kracht van Nieuw Leven, de Kracht van Vergeving en Herstel. Te midden van een volk dat daarvoor de ogen gesloten houdt (in de lezing aangeduid met ‘vlees en bloed’), te midden van dat Volk ziet Petrus de Waarheid. Hij ziet de Betekenis van Jezus; Hij kijkt als het ware recht de hemel in!
En dan reageert Jezus met misschien haast wel even belangrijke woorden op het getuigenis van Petrus: “Op deze steenrots, op dit onverwoestbare Inzicht, deze fundamentele Getuigenis zal ik mijn Kerk bouwen, mijn Volk van God.” “Jouw getuigenis Petrus, jouw Inzicht is zo fundamenteel - zo waar! - dat ik jou de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geef.” En wat zijn die sleutels? Die sleutels zijn: het Evangelie (de Blijde Boodschap), de dood, maar vooral ook de Opstanding van de Heer. Die Sleutels hebben te maken met de Leer die Jezus is komen brengen en voordoen. Die Sleutels hebben van doen met de Tien Geboden, met het Dubbelgebod. Die Sleutels hebben te maken met wat mensen geacht worden te doen en met wat moet worden nagelaten.
Petrus ontvangt het gezag om verplichtingen op te leggen en weg te nemen. En hier krijgt Petrus die macht, maar twee hoofdstukken verderop geldt die macht voor álle apostelen. Want dan gaat het (in hoofdstuk 18) over broeders die zondigen en daar zegt Jezus tot alle leerlingen, als Hij spreekt over Recht doen: “wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Petrus, en de andere apostelen krijgen de macht de banden der ongerechtigheid los te maken. Ofwel: gerechtigheid tot stand te brengen! Gerechtigheid die hemel en aarde verbindt! Voorwaar een Goddelijke macht!
Maar wat betekent dit nu voor ons?
Petrus’ inzicht in Wie Jezus is brengt hem a.h.w. in direct contact met God: Hij ziet wie Jezus is. Hij ziet het Goddelijke in deze mens. En dit inzicht is hem ook niet door mensen aangepraat; te midden van een Volk dat het nog steeds niet ziet, heeft de Vader in de Hemel hem dit inzicht geopenbaard.
Je zou misschien kunnen zeggen dat via de onverbrekelijke band tussen Jezus en God, via het 1-op-1-zijn van Vader en Zoon (“Wie Mij ziet, ziet de Vader”), Petrus de Volle Blijde Boodschap in handen krijgt.
Je mag het misschien niet zeggen (want het is via de Zoon), maar Petrus heeft, Petrus krijgt hier ‘rechtstreeks’ toegang tot God.
Hij erkent Jezus’ Zoon-schap. Hij erkent Jezus als de Messias, de Gezalfde Gods, de Verlosser. Hij erkent het niet alleen, hij is er volledig van overtuigd - door Goddelijke openbaring.
En wie is Jezus dan voor ons? Wie is Jezus voor u en voor jou? Hoe bepalend is zijn Boodschap voor ons leven van alledag? In hoeverre stellen wij ons ópen voor zijn Boodschap? Lukt het ons, om in een wereld die Hem niet kent - of minstens niet erkent - om te midden van die wereld vast te houden aan die Zoon van God? Onze ogen, onze oren, ons hart voor Hem te openen. Dat valt misschien niet eens altijd mee.
Het was ook voor Petrus niet de eerste keer dat hij in het evangelie van Matteüs zijn geloof in de Zoon beleed. Twee weken geleden lazen we over de storm op het meer. En dat gaat ook over ongeloof … maar als Jezus Petrus de helpende hand heeft gereikt en de storm is gaan liggen, getuigen allen dat Jezus waarlijk de Zoon van God is.
Ze hebben het dus al eerder gezien. Ook Petrus. Maar vandaag vraagt Jezus opnieuw wie ze zeggen dat Hij is.
Geloof in de Zoon van God vraagt dus ook om iets van standvastigheid en volharing. Het is misschien iets dat we keer op keer weer moeten ontdekken en belijden. Het is misschien ook iets waar we over moeten blijven spreken, ook met elkaar. Voor moeten blijven bidden.
Wie is Jezus voor mij?
Welke band heb ik met Hem?
Wat zegt Hij mij?
Gebedsleider Ed van der Vaart