Een paar jaar geleden was ik op bedevaart naar Israël. Het was prachtig en de Bijbelverhalen gingen plotseling veel meer leven. Lopend door de smalle straten van Jeruzalem zie je opeens de Kruisweg voor je. Op het veld van de herders kun je je ineens indenken hoe die mannen wakker schrokken van de engelen die "Gloria" begonnen te zingen. Ook gingen we een dag varen op het Meer van Galilea. Heerlijk toeristisch hadden ze een oude vissersboot nagebouwd, maar wel voorzien van alle gemakken. Zo voeren we het water op. Het was prachtig. Indrukwekkend. Een weids uitzicht, water zover je kon kijken. Je begrijpt dan ook dat, wanneer je daar in een storm terechtkomt, de angst je om het hart slaat. Je bent bang om te vergaan. Gelukkig was het tijdens onze tocht windstil. In die stilte is het gemakkelijk om God te danken voor de schoonheid van de schepping en voor de mooie ervaringen die je mag ontvangen. Dat verandert wanneer de wind opsteekt en het water onstuimig wordt. Dan beleef je dezelfde plek opeens heel anders.
Dat is precies de situatie waarin de leerlingen zich bevinden. Nog maar kort daarvoor hadden zij een wonder meegemaakt. Jezus had vijfduizend mensen te eten gegeven met vijf broden en twee vissen. Daarna stuurt Hij de leerlingen vooruit, terwijl Hijzelf de berg opgaat om in stilte te bidden. De leerlingen varen het meer op en al snel steekt de storm op. De golven slaan tegen de boot. Deze mannen waren wel iets gewend. Velen van hen waren vissers en kenden het meer. Maar deze storm is anders. Wanneer zij Jezus over het water zien komen, denken zij zelfs dat Hij een spook is. De angst beneemt hun het zicht. Jezus stelt hen gerust. Petrus vraagt: "Heer, als U het bent, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen." Vervolgens stapt hij uit de boot. Zolang zijn blik op Jezus gericht blijft, gaat het goed. Maar zodra hij meer oog krijgt voor de wind dan voor Jezus, slaat de angst toe en begint hij te zinken. In zijn nood roept hij: "Heer, red mij!" Meteen steekt Jezus zijn hand uit en grijpt hem vast.
In de storm van ons leven verliezen wij gemakkelijk het zicht op Jezus, terwijl Hij zijn hand steeds naar ons uitsteekt. Hij verliest ons nooit uit het oog.
Ook de profeet Elia wist wat stormen waren. Niet alleen stormen in de natuur, maar ook stormen in zijn eigen leven. De koning zat hem op de hielen en wilde hem doden. Elia sloeg op de vlucht. Hij raakte uitgeput, ontmoedigd en zag het leven eigenlijk niet meer zitten. God geeft hem te eten, schenkt hem nieuwe kracht en nodigt de profeet uit om Hem te ontmoeten. Dan gebeurt iets bijzonders. Elia verwacht God in de storm, in de aardbeving en in het vuur. Maar God openbaart zich niet in het geweld. Hij komt in het zachte suizen van de wind. Niet overweldigend, maar levengevend. In het evangelie gebeurt iets vergelijkbaars. De storm gaat niet meteen liggen. Eerst komt Jezus zelf. Midden in de storm klinkt zijn stem: "Ik ben het. Wees niet bang." Gods antwoord is niet altijd dat de storm onmiddellijk verdwijnt. Zijn eerste antwoord is vaak zijn eigen aanwezigheid. De heilige Augustinus ziet in de boot een beeld van de Kerk. De zee blijft woelig en de stormen blijven komen, maar hij zegt: stap niet uit de boot. Juist daar komt Christus ons tegemoet. Niet omdat de Kerk volmaakt is, maar omdat Christus haar niet loslaat.
Soms hoor je weleens zeggen: "Ik geloof wel, maar ik heb de Kerk niet nodig." Dat klinkt aannemelijk zolang de zee rustig is en het leven voorspoedig verloopt. De realiteit is een andere. Juist wanneer het stormt, ontdekken we hoe belangrijk de Kerk is. Dat is breder dan het kerkgebouw. De Kerk is de plaats waar mensen elkaar dragen, waar Gods Woord klinkt, waar de sacramenten worden gevierd en waar Christus zelf aanwezig is en we Hem steeds weer herkennen. Paus Franciscus noemde de Kerk eens een veldhospitaal. Een plaats waar wij mogen komen zoals wij zijn. Met al het goede dat we te bieden hebben en de fouten die we met ons meedragen. We mogen er komen met onze vragen, verdriet en hoop. Met onze wonden. Juist daar steekt Christus ook vandaag zijn hand naar ons uit.
Ook wij zullen stormen meemaken. Niemand blijft daarvan gespaard. Soms zijn het zorgen om onze gezondheid, spanningen in een gezin, verdriet om iemand die we missen of onzekerheid over de toekomst. Juist dan klinkt vandaag de stem van Jezus: "Ik ben het. Wees niet bang." Misschien verliezen wij Hem soms uit het oog. Dat overkomt de leerlingen en dat overkomt ook ons. Maar één ding verandert nooit: Christus verliest ons nooit uit het oog. Daarom mogen wij, ook midden in de storm, onze hand uitsteken naar Hem die de zijne allang naar ons heeft uitgestoken. We baden het in het openingsgebed. Misschien heeft u het gehoord, wellicht is het langs u heen gegaan, bidden we het daarom nogmaals: “Heer God, Gij doet uw woord gestand, Gij zijt getrouw. Kom ons ongeloof te hulp, laat niet toe dat wij ten onder gaan in twijfel. Neem ons bij de hand, zodat wij uw almacht ondervinden. Door Christus, onze Heer. Amen”.
Pastor Sander Verschuur