Zoals we hier bij elkaar zijn, hebben we allemaal ons eigen beeld van God. Dat klinkt misschien vreemd of spannend, want we geloven toch in dezelfde God? Toch kijken we allemaal net anders. Dat heeft te maken met wie wij zijn, wat we hebben meegemaakt en wat we met ons meedragen. Als kind hebben veel mensen een bepaald beeld van God. Waarschijnlijk een oude man met een lange witte baard, ergens hoog in de hemel. Misschien is dat beeld nog hetzelfde gebleven, maar vaak verandert het door de jaren heen. Het leven verandert je. Mooie ervaringen, teleurstellingen, verlies, liefde. Ook inzichten veranderen. We reageren allemaal persoonlijk op bepaalde godsbeelden. Een voorbeeld is het bekende beeld van God de Vader. Wanneer iemand een liefdevolle vader heeft gehad, dan kan dat beeld juist heel troostend zijn. Iemand die voor je klaarstaat. Die je opvangt. Die je thuisbrengt wanneer het nodig is. Als je vader juist afwezig was of simpelweg geen fijn mens, dan kan datzelfde beeld pijn doen of weerstand oproepen. Hoe wij naar God kijken zegt vaak ook iets over onszelf en ons eigen levensverhaal. Gelukkig is God groter dan alle beelden die wij van Hem maken. Alles wat wij over God zeggen, schiet uiteindelijk tekort. Vandaag vieren we Drievuldigheidszondag, het feest van de heilige Drie-eenheid. Misschien wel één van de ingewikkeldste feesten van het kerkelijk jaar. Zodra mensen proberen uit te leggen hoe dat nu precies zit met Vader, Zoon en heilige Geest, vliegen de moeilijke woorden al snel alle kanten op. Als je denkt het te begrijpen, weet je één ding zeker: je begrijpt het nog niet. Soms haken mensen dan af. Alsof geloven alleen nog ingewikkelde taal geworden is. Op zulke momenten helpt het mij om terug te grijpen naar iets wat voor mij een diepe geloofswaarheid is. Voor mij is dat de liefde.
Dat draag ik met mij mee door het evangelie dat we zojuist hoorden. Misschien wel één van de bekendste zinnen uit heel de Schrift: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die gelooft in Hem niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.” Op mijn basisschool hing die tekst naast de ingang. Iedere dag liep ik erlangs. Eerst was het gewoon een bordje. Toen ik eenmaal leerde lezen herkende ik de letters en vormden ze woorden en zinnen. Zo werd het voor mij de kern van mijn geloof. Als ik soms twijfel ken, dan denk ik daaraan: God houdt van ons. Voor mij is dat dan voldoende. Daar stel ik mijn vertrouwen in.
De Drie-eenheid zegt uiteindelijk precies dát over God. Niet eerst een ingewikkelde rekensom hoe dat precies zit met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar wie God ten diepste is. God is liefde. Niet alleen iemand die af en toe liefde geeft, maar De Liefde is.
Daarmee hebben we de Drie-eenheid natuurlijk nog niet helemaal verklaard. Dat is misschien maar goed ook. Mijn docent dogmatiek zei ooit: “Denk goed na over hoe je over de Drie-eenheid spreekt, want voor je het weet heb je een ketterij te pakken.” Ergens heeft hij gelijk. Zodra wij proberen God helemaal uit te leggen, of erger nog: denken Hem volledig te begrijpen, dan gaat het uiteindelijk niet meer over God, maar over onze eigen ideeën. Soms zeggen mensen dat ze niet meer in God geloven. Maar als je doorvraagt, wijzen ze vaak niet God zelf af, maar een bepaald beeld van God. Dan komen die godsbeelden weer om de hoek kijken. Een strenge rechter. Een verre heerser. Die oude man ergens hoog boven de wolken. De Drie-eenheid laat juist iets anders zien. Geen God die ver weg blijft. Geen koude theorie of ingewikkelde rekensom. De Drie-eenheid laat zien dat God leeft in liefde, verbondenheid en relatie. De Vader schenkt zich aan de Zoon. De Zoon ontvangt die liefde en geeft zichzelf terug. De heilige Geest is de liefde die hen verbindt en die ook ons wil raken. Daarin herkennen mensen soms toch iets van God, zelfs wanneer ze moeite hebben met klassieke godsbeelden. In liefde tussen mensen. In echte verbondenheid. In stilte. In momenten waarop je gedragen wordt door anderen. Soms hebben mensen daar geen woorden voor, maar toch raakt het aan iets dat groter is dan henzelf. Die liefde krijgt juist een gezicht in Jezus Christus. In Hem zien wij dat God geen verre kracht is, maar een God die dichtbij komt. Een God die zichzelf geeft.
Wij leven in een tijd waarin veel mensen vooral op zichzelf worden teruggeworpen. Je moet jezelf bewijzen, jezelf redden, jezelf gelukkig maken. Maar de Drie-eenheid laat iets anders zien. In God zien we liefde, verbondenheid en zelfgave. Wij zijn gemaakt voor liefde, voor verbondenheid, voor relatie. Niet om opgesloten te blijven in ons eigen kleine wereldje.
Een mooie manier waarop de Kerk ons daarbij helpt is het kruisteken. We maken het waarschijnlijk meerdere keren per dag en vaak gedachteloos. Toch zit er diepe betekenis in verborgen. In de Orthodoxe Kerk hebben ze een bijzondere manier van het kruisteken slaan. De duim, wijsvinger en middelvinger worden samengehouden als teken van de Drie-eenheid. De andere twee vingers worden naar binnen gevouwen als teken dat Jezus volledig God én mens is. Dan begint het kruisteken bovenaan, bij het hoofd. God wil dat wij Hem leren kennen. Daarna gaat de hand naar beneden, naar het hart. God is niet ver weg gebleven, maar is mens geworden en dichtbij gekomen. Vervolgens van schouder naar schouder. De heilige Geest verbindt het hele leven met elkaar. Eigenlijk zit daar het hele evangelie al in. In die liefdevolle beweging mogen ook wij gaan staan, iedere dag opnieuw. Soms voelen we die liefde gemakkelijk. Soms moeten we ernaar zoeken. Als we het belangrijkste maar onthouden: God heeft ons lief. Ieder van ons, stuk voor stuk. Die liefde mogen wij steeds opnieuw zichtbaar maken in de wereld om ons heen. Amen.
Pastor Sander Verschuur