MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 25e zondag door het jaar

20 september 2026

Als je langs een groep kinderen loopt, hoor je nog weleens dat iets niet eerlijk is! Eentje voelt zich achtergesteld bij een spelletje of het snoepje is net wat kleiner. Een bedrukt, rood gezicht, misschien een voorzichtige traan en het plaatje is compleet. Van jongs af aan hebben we al een beeld van wat eerlijk en oneerlijk is en dat roept genoeg emoties en gevoelens op. Een beetje zoals de grote filosoof Calimero ooit verzuchtte: “Zij zijn groot en ik is klein, en da's niet eerlijk.” Daar blijven we ons hele leven gevoelig voor. Ook als we ouder zijn moeten zaken toch eerlijk verlopen, waarbij het natuurlijk de vraag is wat eerlijk daadwerkelijk is. De meesten zullen het erover eens zijn dat het eerlijk is om iets gelijkwaardig te verdelen. Al zit daar dan vaak wel de gedachte bij dat als je meer doet, je ook meer zou mogen verwachten. Tegelijkertijd weten we dat het leven niet altijd eerlijk is. Precies dat brengt Jezus vandaag in het evangelie naar voren.

Eigenlijk begint de gelijkenis die Jezus vandaag vertelt al een hoofdstuk eerder. Een rijke jongeman vraagt aan Jezus hoe hij het eeuwig leven kan verkrijgen. Jezus nodigt hem uit alles te verkopen wat hij bezit en dan kan hij Jezus volgen. Dit is voor de rijke jongeman een brug te ver en verdrietig loopt hij weg, want, zo staat er: “Hij bezit veel”. De leerlingen zijn hier getuige van en vragen zich af wie dan nog gered kunnen worden. Petrus maakt vervolgens de rekensom en stelt: “Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd. Wat zullen wij dus krijgen?” (Mt 19,27). Hierop waarschuwt de Heer hen: “Vele eersten zullen laatsten en vele laatsten eersten zijn.” (Mt 19,30) Dan begint de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, zoals we zojuist hoorden. Opnieuw gevolgd door: “Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.” (Mt 20,16) De vraag van Petrus hangt eigenlijk nog boven het evangelie van vandaag: “Wat krijgen we?” Dit zou je misschien ook kunnen verstaan als: “Heer, we zijn al even met U onderweg en wat levert ons dat op?” In de gelijkenis ontvangt elke arbeider hetzelfde afgesproken loon, of je nu de hele dag in de volle zon hebt gestaan, of net een uurtje aanwezig was. “Da’s niet eerlijk”. Al krijgen ze precies wat ze afgesproken hebben. Daar ligt het probleem ook niet: het is de scheve blik op wat de ander krijgt. Jezus eindigt de gelijkenis met: “Of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?” Letterlijk spreekt Jezus over een “boos oog”: “Is jouw oog boos omdat ik goed ben?” Met andere woorden: jaloers? Eigenlijk waarschuwt Jezus de leerlingen: laat Gods goedheid voor een ander geen reden worden om zelf scheef te gaan kijken.

God nodigt ons uit ons te verheugen in zijn goedheid voor de ander. God kijkt namelijk anders dan wij. Zoals in de eerste lezing klinkt: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen.” Gods rechtvaardigheid kan schuren met onze opvattingen. Daarbij moeten we niet denken dat God oneerlijk is. Hij geeft precies wat er afgesproken is, maar zijn logica overstijgt ons gevoel van eerlijkheid. Wij vergelijken en kijken met een schuin oog om ons heen. Gods goedheid voor een ander neemt niets weg van zijn goedheid voor mij.

Ook binnen de Kerk ligt het gevaar op de loer dat we “arbeiders van het eerste uur” worden. Je komt ergens al je hele leven en zet je in. Maar dan kunnen er mensen komen die nieuw tot geloof gekomen zijn: met een eigen levensverhaal en misschien wel vol vurig enthousiasme. Dat kan een gevoel oproepen van: “Zo doen we dat hier niet!” Er kan makkelijk met een “boos oog” gekeken worden, een oordeel is dan snel gegeven. Ook dan geldt de vraag: “Kan ik mij verheugen omdat God deze ander geroepen heeft?” Niet dat dan per se alles goed is, maar laten we eerst Gods werk herkennen en daar dankbaar voor zijn.

Echt verheugen is namelijk meer dan zeggen: “Dat is leuk voor jou!” Het kan voor de bredere gemeenschap die wij vormen ook een leerweg openen. Juist dat wat schuurt, laat ook zien waar eigen groeiruimte ligt. In ieder geval om te verkennen waarom iets je raakt. De ander is dan een spiegel voor de eigen geloofsweg. Een boos oog kijkt om zich heen en vindt ergens iets van. Als leerlingen van Jezus mogen we met een blije blik om ons heen kijken en zien hoe God in de wereld aan het werk is. Dat betekent niet dat we alles wat gebeurt maar goed moeten vinden, soms moeten we even praten, maar dan wel vanuit de gedeelde vreugde die Christus in ons hart heeft gelegd. Misschien wel vanuit de gedachte: “Zij zijn groot en ik is klein. Wat is het mooi dat Onze Lieve Heer met ieder van ons zijn eigen weg gaat”. Amen.


Pastor Sander Verschuur


Afbeelding: “De parabel van de arbeiders in de wijngaard”, William Pethe, Rijksmuseum.

Preek 24e zondag door het jaar
13 september 2026
Preek 23e zondag door het jaar
30 augustus 2026
Preek 22e zondag door het jaar
30 augustus 2026
Overweging 21e zondag door het jaar
23 augustus 2026
Preek 20e zondag door het jaar
16 augustus 2026
Preek 19e zondag door het jaar
8 augustus 2026
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen