MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 26e zondag door het jaar

27 september 2026

Laatst mocht ik samen met andere religieuze voorgangers bidden voor de vrede. Een dominee, een rabbijn, een islamitisch geestelijk verzorger en ikzelf. Het klinkt als het begin van een flauwe mop, maar het was prachtig om zo samen te bidden. Ik voelde mij gedragen. Tijdens deze bijeenkomst noemde ik dat vrede begint in het eigen hart. Dus ik was lekker bezig. Tot ik thuiskwam. Er stond een auto op mijn oprit. Ik was moe, wilde naar binnen en drukte op de claxon. Rustig stapte iemand uit en nam nog eens uitgebreid afscheid. De vrede in mijn hart begon af te nemen en de irritatie steeg. Opnieuw ging ik toeteren, de ander begon te foeteren en ik deed vrolijk mee. Uiteindelijk reed hij boos weg en ging ik gefrustreerd naar binnen. Natuurlijk stond ik in mijn goed recht. Hij stond tenslotte verkeerd geparkeerd. Maar waar maakte ik mij eigenlijk zo druk om? Ik was misschien één minuut later binnen en irriteerde mij na een mooie avond. Zonde van de energie. Gelukkig kon ik ook om mijzelf lachen. Het ene moment bidden we om vrede en op een ander moment ben je op een ander aan het mopperen. Ik heb nog veel te leren. Het helpt dan om met een andere blik te kijken. Zo makkelijk lukt dat niet altijd. Soms zitten we zo vast in ons eigen gelijk dat er nauwelijks nog ruimte is voor een andere weg. Terwijl juist de omkeer ruimte geeft. Soms moet je op je schreden durven terugkeren.

We zien het gebeuren in de gelijkenis die Jezus ons voorhoudt in het Evangelie. Dit vertelt Hij tegen de hogepriesters en de oudsten van het volk. Zij stellen vragen, want met welk gezag treedt Jezus eigenlijk zo op? Eerst stelt de Heer hen een wedervraag, maar zij geven geen antwoord. Iedere reactie heeft namelijk consequenties en zij gaan berekenend te werk. Dan vertelt Jezus de gelijkenis over de twee zonen. Beiden krijgen dezelfde opdracht: de een zegt ja en doet nee. De ander zegt in eerste instantie het niet te doen, maar doet het vervolgens wel. Hij keert als het ware op zijn schreden terug. Het gaat niet alleen om wat we zeggen, maar om de vraag of we ons werkelijk laten bekeren en de wil van de Vader gaan doen.

Christus bevrijdt ons namelijk van wat ons vastzet, om steeds opnieuw de wil van de Vader te doen. Dat start ermee dat we ons bekeren. Het Griekse woord (μετάνοια) wil zoveel zeggen als dat we ons denken veranderen. Het is een nieuwe gerichtheid op God en dat verandert het denken en het leven. We gaan anders kijken omdat we ons opnieuw op God richten. Die omkeer blijft altijd mogelijk. In de eerste lezing horen we hoe het volk klaagt: “De weg van de Heer is niet rechtvaardig.” Maar God draait de vraag om. Wie zich afkeert van het kwaad en opnieuw het goede doet, zal leven. Een mens wordt door God niet voorgoed vastgezet op zijn verleden. Bekering is mogelijk omdat God ons niet afschrijft. God houdt de weg altijd open. Dat zien we ook bij de twee zonen. De ene zoon wordt niet vastgeklemd op zijn nee. Zijn nee wordt ook niet goedgepraat. Zijn nee was een nee, maar zijn eerste antwoord hoeft niet zijn laatste antwoord te zijn. Hij keert terug en doet alsnog de wil van zijn vader. Hij krijgt de ruimte om tot bekering te komen. Dat vraagt om een nederige houding en dat leren we van Jezus. Paulus schrijft het mooi in zijn brief aan de Filippenzen. Dit doet de apostel vanuit zijn gevangenschap. Hier klinkt geen klaagzang, maar een loflied op Christus. Christus klampt zich niet vast aan zijn positie, maar ontledigt zich, neemt de gestalte aan van een dienaar en wordt gehoorzaam tot de dood aan het kruis. Daar ligt het diepste antwoord op ons eigen vastzitten. Christus laat ons niet alleen zien hoe gehoorzaamheid eruitziet. In zijn liefdevolle overgave opent Hij voor ons opnieuw de weg naar de Vader.

Daarvoor moeten we ons hele leven de tijd nemen. Bekering is namelijk geen eenmalige gebeurtenis. We moeten het steeds weer aangaan en het leven biedt ons daarin genoeg oefenruimte. Dit is gemakkelijk bij een ander te zien. Het valt op waar iemand halsstarrig is, of geïrriteerd reageert op een auto op een oprit. We zien het ook terug op het wereldtoneel, waar ego’s het vaak lijken te winnen van gezond verstand. Het evangelie kijkt vandaag echter niet eerst naar de ander, maar naar mij. Het houdt ons een spiegel voor: waar zitten we vast? Waar weet ik eigenlijk dat God iets anders van mij vraagt, maar vind ik het te moeilijk om erop terug te komen en mijzelf te veranderen?

We moeten ons durven laten corrigeren. Bekering begint vaak klein. Juist door opnieuw te luisteren en te erkennen waar je een verkeerde keuze maakte. Daarin herkennen we dat Christus ons oproept Hem na te volgen. Hij die de gestalte van een slaaf heeft aangenomen en Zichzelf zo in liefde geeft. Vrede begint inderdaad in ons eigen hart. Daar waar wij ons door Christus laten raken en ons denken en doen door Hem laten bekeren. Hij bevrijdt ons steeds opnieuw van wat ons vastzet, zodat wij de wil van de Vader kunnen doen. Met vallen, opstaan en soms een beetje toeteren. Amen.


Pastor Sander Verschuur

Afbeelding: Georg Pencz: The Parable of the Father and His Two Sons in the Vineyard, from The Story of Christ via Wikipedia

Preek 25e zondag door het jaar
20 september 2026
Preek 24e zondag door het jaar
13 september 2026
Preek 23e zondag door het jaar
30 augustus 2026
Preek 22e zondag door het jaar
30 augustus 2026
Overweging 21e zondag door het jaar
23 augustus 2026
Preek 20e zondag door het jaar
16 augustus 2026
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen