Mijn preek wil ik beginnen met een felicitatie. Gefeliciteerd! U zult denken: voor wie en waarvoor? Is er iemand jarig? Is er een jubilaris onder ons? Ik wil u, en mijzelf incluis, feliciteren, want wij zijn namelijk volgelingen van Jezus. Is dat een felicitatie waard? Dat denk ik wel zeker! Jezus doet vandaag in het evangelie namelijk hetzelfde. De zaligsprekingen zijn namelijk allemaal felicitaties aan het adres van zijn volgelingen.
In de Griekse grondtekst staat er voor zalig ‘makarios’ = ik prijs je gelukkig. Tot negenmaal toe prijst Jezus zijn toehoorders gelukkig. Hij feliciteert hen. Jezus feliciteert ook Zichzelf, en wel met zijn volgelingen. Hij noemt hen in zijn eerste zaligspreking ‘armen van geest’. Hiermee worden geen simpele zielen bedoeld of hen die mentaal zwak zijn. In de joodse traditie is dat een uitdrukking van nederigheid, ootmoed, de erkenning dat je in Gods oog gering bent. Zij die arm van geest zijn, verwachten hun hulp uiteindelijk alleen van God. In de sacristie, waar we ons als voorgangers voorbereiden op de viering, bidden we, voordat we de kerk betreden: “Onze hulp is in de Naam van de Heer (die hemel en aarde gemaakt heeft)”. Dit zijn woorden uit Psalm 121. In feite zeggen we: mijn hulp komt van God alleen; ik prijs mij gelukkig dat ik arm van geest ben. Alleen in die gesteltenis kun je voorgaan in de viering. Alleen een nederig en ootmoedig hart is in staat zoiets genadevol te ontvangen als het Koninkrijk der hemelen! Jezus prijst zichzelf gelukkig dat er mensen zijn die openstaan voor zijn woord en voor de genade die Hij in Godsnaam mag schenken.
De zaligsprekingen moeten indertijd met verbazing zijn ontvangen. Want de mensen die daar bij Jezus verzameld zijn, zijn niets anders dan uitschot. Het zijn mensen die veracht en gewantrouwd worden door de Farizeeën, Hogepriesters en Schriftgeleerden, want zij kennen de Wet niet of nauwelijks en leven ook als zodanig. Zij werden niet gezien als serieuze en toegewijde joden. En hier staat Jezus om hen daarmee te feliciteren! Want zij hebben de ontvankelijkheid die Jezus zo node mist bij de Farizeeën en Schriftgeleerden.
Waarmee Jezus zijn toehoorders, en ook ons vandaag, uiteindelijk feliciteert is… Zichzelf! Wat Jezus hier met zoveel woorden zegt is: beste mensen, gefeliciteerd met Mij! Als je die woorden verkeerd begrijpt, zou je denken dat hier een oertype van Donald Trump staat, iemand met een enorme dunk van zichzelf, iemand die zegt: tjonge jonge, wat heb je het toch met mij getroffen! Toch is dat wat Jezus hier zegt. En dat brengt ons bij een cruciaal punt. Je kunt met Jezus maar twee kanten op. De ene kant is die waarbij Jezus niets anders is dan een charlatan, een narcist, een oplichter, een bedrieger. Dat is de Jezus die zichzelf de Nobelprijs van de Vrede toebedeelt, een Jezus die gediend moet worden.
De andere kant is die waarbij Jezus werkelijk is Wie Hij zegt dat Hij is: niemand minder dan Gods Zoon, het Lam Gods dat onze zonden aan het kruis wegneemt en bij de Vader brengt, de dienende Jezus. Er is, als het om Jezus gaat, geen compromis mogelijk. Er zijn compromissen, maar dat zijn allemaal slappe aftreksels van je eigen fantasie. Jezus zegt het zelf: “Wie niet met Mij is, is tegen Mij” (Mat. 12, 30). Alleen de ware Messias kan ons met God verzoenen. Dat vraagt een ontvankelijk hart, een open en ootmoedige geest. Zij die daar bij Jezus zijn, en ook wij hier, mogen ons om die reden gelukkig prijzen met Hem!
Het bijzondere aan de zaligsprekingen is dat Jezus zijn Bergrede ermee begint. Je zou verwachten dat Hij iedereen pas feliciteert als zij de hele rit met Hem hebben uitgezeten, niet alleen die lange Bergrede, maar héél zijn gang naar Jeruzalem, tot en met het kruis aan toe. Pas voorbij hemelvaart, pas nadat je de hele weg aan Jezus gehoorzaam bent geweest, dán zal Hij je feliciteren. Zo van: proficiat, want alleen jullie hebben het volbracht! Nee, reeds bij voorbaat feliciteert Hij je! Je kunt een parallel trekken met het Verbond dat God via Mozes met zijn Volk sluit op de berg Sinaï. God sluit zijn Verbond niet pas nadat het Volk een uitputtende proeftijd heeft doorstaan. Zo van: nu Ik weet dat Ik jullie kan vertrouwen, ben Ik bereid het Verbond te sluiten. Nee, dat doet God reeds bij voorbaat. Zo staat ook Jezus hier en spreekt Hij bij voorbaat zijn vertrouwen in u en jou en mij uit.
Zo mogen wij hier zijn, met alles wat wij meedragen aan goeds en kwaads. Jezus feliciteert ons bij voorbaat. Zijn vertrouwen en genade gaan bij voorbaat naar ons uit, nog voordat we enige proeve van bekwaamheid hebben afgelegd. En dat is een felicitatie waard! Daarom, nogmaals: van harte proficiat. We mogen ons gelukkig prijzen met een God die zoveel van ons houdt. Laten wij op onze beurt dan ook naar die liefde leven en handelen. Moge Gods Geest ons daarin geleiden. Door Christus, onze Heer. Amen.
Diaken Franck Baggen