Zelf ben ik opgegroeid in een kerk met heel veel beelden van heiligen aan de muur. Als kind, en eigenlijk nog steeds, vond ik het machtig interessant om de verhalen te horen van de mannen en vrouwen die daar stonden afgebeeld. Je moet nogal iets groots hebben bereikt, willen ze van jou zo'n beeld maken. Of nog mooier: een glas-in-loodraam. Onze ouders kozen ervoor om mijn zus en mij naar een protestants-christelijke basisschool te sturen, want: 'Dan krijgen ze nog wat mee.' Dat klopte ook. Ik heb er veel aan te danken. De Bijbelverhalen gingen voor mij leven en daar pluk ik nog steeds de vruchten van. Maar die protestantse invloeden deden ook iets met mij. Dat merkte ik toen ik als acht- of negenjarige met de pastoor door de kerk liep. Hij wees de verschillende heiligenbeelden aan en vertelde de verhalen die erbij hoorden. Ik luisterde aandachtig, totdat ik iemand miste over wie wij net op school les hadden gehad. Zoekend tussen de beelden, maar ook wel een beetje trots dat ik zelf een naam kende, vroeg ik: 'En waar is het beeld van Luther?' De pastoor keek mij vol verbazing aan. Mijn interesse voor heiligen is altijd gebleven. De levensbeschrijvingen zijn vaak prachtig. Sommige verhalen zijn bijna heldenverhalen. Andere staan vol bijzondere wonderen. Gelukkig zijn er ook vaak elementen waar we onszelf in kunnen herkennen. Toch schuilt er een gevaar in de manier waarop we naar heiligen kijken. Ze staan letterlijk en figuurlijk op een voetstuk. We kijken tegen hen op, bewonderen hun geloof en hun bijzondere levens. Daardoor kunnen ze ook wel erg ver van ons af komen te staan. Alsof heiligheid alleen is weggelegd voor een paar uitzonderlijke mensen. Een soort super-katholieken, die een niveau hebben bereikt waar wij nooit aan zullen tippen. Terwijl de heiligen ons juist willen laten zien hoe mensen in hun eigen tijd Christus kunnen navolgen. Niet altijd zonder fouten of moeilijkheden, maar wel met een hart dat zich steeds opnieuw op God richt.
Daarom is het misschien verrassend dat we vandaag de zaligsprekingen horen. Vandaag zou je eerder een groots verhaal verwachten over mensen die bijzondere dingen hebben gedaan, maar Jezus spreekt over armen van geest, treurenden, zachtmoedigen en mensen die vervolgd worden. Hij noemt hen zelfs zalig. Hij zegt dat ze gelukkig zijn. Wat is er nu zo zalig aan verdriet, armoede of vervolging? Het klinkt eerder als een doekje voor het bloeden. Alsof Jezus zegt dat we het nu maar moeilijk moeten hebben, omdat het later allemaal goed komt. Dat is alleen niet wat Jezus bedoelt. Jezus is de berg opgegaan en houdt daar deze prachtige les, waarin Hij toont dat God anders kijkt. Hij heeft juist oog voor hen die in de wereld niet altijd meetellen. Hij prijst het verdriet niet gelukkig. Hij belooft dat God hen niet vergeet. Juist barmhartigheid, zachtmoedigheid en een hart gericht op de vrede past bij het Koninkrijk. Dat is een opdracht. Het zijn geen grootse wereldse prestaties, maar juist de houding waarmee iets van Gods liefde zichtbaar wordt. Dat verbindt al die heiligen met elkaar. Ze zijn allemaal verschillend, maar ze probeerden zij op hun eigen manier te leven vanuit het Evangelie. Zo zijn zij als het ware vensters waardoor iets van Gods liefde zichtbaar wordt.
Ook wij zijn geroepen om heilig te worden. Niet door op een voetstuk te staan, maar door Christus na te volgen in ons dagelijks leven. Dat klinkt misschien als een hele opgave. Want hoe word je nu heilig, midden in het gewone leven, met alles wat er dagelijks op je afkomt? In de tweede lezing geeft Johannes ons daarvoor een belangrijk vertrekpunt. Hij schrijft: 'Wij worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook.' We hoeven niet eerst iets bijzonders te doen om door God geliefd te worden. We zijn Zijn geliefde kinderen al. Vanuit die verbondenheid met Hem worden we uitgenodigd om steeds meer op Christus te gaan lijken. Daarin kunnen we een voorbeeld nemen aan de heiligen die ons zijn voorgegaan. Zij laten ons zien hoe we Gods liefde gestalte kunnen geven. Uiteindelijk gaat het om het dubbelgebod van de liefde: God beminnen met heel ons hart en onze naaste als onszelf. Daar moeten we elke dag weer in oefenen. Ook in het kleine en gewone, want juist daarin krijgt de navolging van Christus gestalte.
Zo groeien we in heiligheid, dat is in ieder geval de opdracht. Al voelt het misschien te hoog gegrepen. We kennen onszelf tenslotte ook een beetje. We weten hoe gemakkelijk we tekortschieten in de liefde, of ondanks alle goede voornemens weer in oude gewoonten vervallen. Ook de heiligen waren geen volmaakte mensen. Ze hadden ook hun eigen worstelingen en tekortkomingen hadden. Zij hebben ook moeten leren om te vertrouwen op God en hun leven steeds opnieuw op Hem te richten. Heiligheid betekent niet dat we nooit meer fouten maken. Het betekent dat we ons door God laten vormen en bereid zijn om telkens opnieuw te beginnen. Daarin blijven we groeien, met vallen en opstaan. Daarbij hebben we ook onze vrienden in de hemel, de heiligen die voor ons bidden.
Vandaag kijken we naar de ontelbare menigte heiligen die ons zijn voorgegaan. Mensen die ieder op hun eigen manier hebben geprobeerd Christus na te volgen. Als dat te groot en te ingewikkeld lijkt kunnen we kijken naar de heilige Voor ons vinden we misschien een voorbeeld bij de heilige Teresia van Lisieux. Zij zag haar nederigheid als een levensopdracht, ook in het streven naar volmaaktheid. Daarin probeerde zij met andere ogen te kijken: een zuster naast haar in de kapel maakte tijdens het gebed de vreemdste geluiden. Ontzettend irritant en het leidde haar af. Tot ze besloot om niet meer te proberen om het te negeren, maar er juist naar te gaan luisteren en biddend aan Jezus aan te bieden. Dat is de kleine weg van Theresia. Zo kunnen ook wij groeien in heiligheid. Door steeds opnieuw te kiezen voor de liefde en zo de weg te gaan die Christus ons wijst. Amen.
Pastor Sander Verschuur