MENU
< TERUG

ACTUEEL

Preek 2e zondag door het jaar (A). Joh. 1, 29-34. Openbaring doet kennen.

18 januari 2026

“Is er niks te doen, dan draag je groen.” Dat ezelsbruggetje gebruikten wij vroeger als misdienaars om in de sacristie te weten welke liturgische kleur van het kazuifel er voor de pastoor klaargelegd moest worden. Zeker na de zogenoemde sterke tijden, met de verstilling van de Advent en de uitbundigheid van Kerst, kwam die lange groene periode toch wat saai over. Is er niks te doen, dan draag je groen. Ook de naam helpt niet echt mee: De tijd door het jaar. Dat klinkt niet bijzonder, eerder wat gewoontjes. Je zou bijna denken dat we de hoogtepunten gehad hebben en nu vooral wachten tot de Vastentijd weer begint. Daarmee doen we deze groene tijd tekort. Het mag best even normaal zijn. Deze gewone tijd heeft waarde in zichzelf. We mogen op adem komen en laten bezinken wat we gevierd hebben. We staan iets minder stil bij afzonderlijke momenten van het geloofsmysterie, zoals bijvoorbeeld bij de geboorte van Jezus. Nu krijgen we ruimte om het geheel te laten doorwerken in ons leven. Juist door deze tijd door het jaar krijgen de grote feesten meer glans.

In de afgelopen periode van Advent en Kerst kwam Johannes de Doper vaak aan het woord. Als een roepende in de woestijn bereidde hij de weg voor de Komende. Hij riep op tot bekering en doopte, ook Jezus zelf, zoals we vorige week hoorden. Vandaag ontmoeten we Johannes opnieuw. Nu niet als degene die vooruitwijst, maar als iemand die getuigt van wat hij gezien heeft. Hij zegt over Jezus: “Zie, het Lam Gods.” Opvallend is dat Johannes daarbij zegt dat hij Jezus niet kende. Dat klinkt vreemd, want Johannes en Jezus zijn familie van elkaar. We hebben gehoord hoe Johannes opspringt in de schoot van zijn moeder wanneer Maria op bezoek komt. Er zijn blijkbaar verschillende manieren van kennen. Johannes kent Jezus als mens, als familielid. Maar wie Jezus ten diepste is; de Messias, de Zoon van God, dat wordt hem pas duidelijk wanneer God het openbaart. Bij de doop ziet hij de Geest neerdalen en pas dan herkent hij Jezus werkelijk. Zoals Johannes Jezus niet herkent zonder openbaring, zo herkennen ook wij Gods weg niet vanzelf. Werkelijk kennen vraagt leren kijken. Niet vluchtig, maar met aandacht. Niet vanuit onze verwachtingen, maar met een open blik. Van daaruit kan Johannes getuigen, niet omdat hij dat van plan was, maar omdat hij gezien heeft. Het initiatief ligt daartoe bij God. We kunnen het niet afdwingen. Jezus zal zich moeten openbaren. Wij kunnen alleen ruimte maken waar geloof kan groeien.

In de eerste lezing (Jes. 49, 3-6) houdt de profeet Jesaja ons voor dat roeping niet eerst een vraag is, maar een geschenk. Nog vóór er sprake is van keuzes of plannen klinkt het woord dat wij geroepen zijn om een licht te zijn. Niet voor onszelf, maar voor anderen. Paulus schrijft het aan de christenen in Korinthe (1 Kor. 1, 1-3) met dezelfde overtuiging wanneer hij zegt: “Geroepen door de wil van God.” Niet zijn inzet of overtuigingskracht staat voorop, maar Gods initiatief. Wat van ons gevraagd wordt, is niet dat wij alles overzien, maar dat wij meewerken met de genade die ons geschonken wordt. Dat zien we ook bij Johannes de Doper. Wanneer hij herkent wie Jezus is, houdt hij dat niet voor zichzelf. Hij wijst Hem aan, ook al betekent dat dat zijn eigen leerlingen Jezus gaan volgen. Johannes houdt niet vast, hij laat los. Hij kijkt met de ogen van het geloof. Dat roept een vraag op die dichtbij komt. Wat betekent dit voor ons? Hoe kijken wij naar Jezus? Met welke verwachtingen leven wij en wat doen we wanneer God niet past in onze eigen beelden of plannen?

In de afgelopen tijd hebben we veel beelden gezien. Het Kind in de stal, kwetsbaar en klein. Een ontroerend beeld, dat we soms ook gemakkelijk romantisch maken. Maar het is meer dan een mooi geboorteverhaal. Het is God zelf die Mens wordt, die ons leven deelt en zich uiteindelijk geeft als het Lam Gods. De feesten van Kerst zijn rijk en vol symboliek. Ze kunnen ons dragen, maar ze kunnen ook voorbijgaan voordat het mysterie echt is doorgedrongen. Juist daarom is deze groene tijd zo waardevol. We hoeven niet steeds iets nieuws te vieren. We mogen blijven kijken, blijven luisteren en ons laten doordringen wie Hij is. Ruimte maken betekent dan niet dat we alles loslaten of stilvallen, maar dat we ons leven zo openen dat God zich kan laten herkennen. In gebed, waarin we niet meteen antwoorden hoeven te krijgen. In aandacht voor de mensen en de omstandigheden die ons gegeven zijn. In rust, die ons helpt niet te kiezen vanuit angst, maar vanuit vertrouwen. Zo gaan we onze weg, niet met een uitgeschreven plan, maar met de Heer voor ogen. Misschien herkennen we Hem niet altijd meteen. Maar net zoals bij Johannes geldt ook voor ons: onderweg kan ons worden aangewezen wie Hij is. Daar mogen we onszelf de tijd en ruimte voor geven. We hebben tijd zat, want 'er is niks te doen, we dragen groen'. Amen.

Pastor Sander Verschuur

Preek Doop van de Heer. Mat. 3, 13-17. De aangewezen Persoon.
9 januari 2026
Preek Openbaring van de Heer. Mat. 2, 1-12. God kunnen vinden.
2 januari 2026
Preek Feest Heilige Familie. Mat. 2, 13-23. Voorbij het mogelijke.
26 december 2025
Preek Kerstmis 2025. God van nabij.
20 december 2025
Preek 4e zondag v/d Advent. Mat. 1, 18-24. De slapende Jozef.
18 december 2025
Preek 3e zondag v/d Advent. Mat. 11, 2-11. De twijfelende Johannes.
12 december 2025
laad meer artikelen artikelen aan het laden geen nieuwe artikelen