De doop van Jezus in de Jordaan is een vreemde gebeurtenis. Waarom heeft de Messias, die zonder zonde is, het doopsel van bekering nodig? Johannes de Doper is er zelf ook verbaasd over als hij zegt: “Ik zou door U gedoopt moeten worden, en Gij komt naar mij?”. Wat ook vreemd is, is dat Johannes werkt en predikt in de woestijn. Hij is de zoon van Zacharias, een joodse priester. In die tijd was het priesterschap iets dat van vader op zoon werd doorgegeven. Met andere woorden, de geëigende werkplek voor Johannes is de tempel in Jeruzalem, net als zijn vader, maar hij kiest voor de woestijn.
Johannes keert de tempel de rug toe. De reden daarvoor heeft te maken met koning Herodes, die de tempel heeft laten restaureren en verbouwen tot een pronkstuk van goud, albast en marmer. Je kunt het vergelijken met de verbouwingen die president Trump laat verrichten aan het Witte Huis. Hij heeft de volledige oostvleugel van het Witte Huis laten afbreken, om er een enorme bal- en pronkzaal te laten bouwen, alwaar hij zijn gasten kan ontvangen en imponeren. Het Witte Huis krijgt de allures van Versailles. Het moet zich aanpassen aan de wensen en eisen van de Zonnekoning van de Verenigde Staten.
Zoiets was er ook met de tempel aan de hand en Johannes had geen zin om te dansen naar de pijpen van de pronkzuchtige koning Herodes, die zich presenteerde als de Messias. Houdt die tempel maar voor jezelf, moet Johannes gedacht hebben, ik ga in de woestijn een nieuwe tempel oprichten, een die niet van steen is. Johannes legt zo de fundamenten voor een geestelijke tempel die gebouwd is op de enige ware Messias. Zie hier Johannes als voorloper van Jezus. Jezus zegt, nadat Hij op het tempelplein alle handelaren heeft weggejaagd: breek deze tempel af, en Ik zal hem in drie dagen herbouwen (Joh. 2, 19). De tempel is Hij, in zijn Persoon. In Jezus komen offer en offerplaats samen, en wel zodanig, dat er na het offer van zijn leven geen tempeloffers meer nodig zijn. Hiermee ontstaat Jezus de tempel van zijn taak als plek van verzoening met God. Die plek is Jezus, in zijn eigen Lichaam van Christus, dat wij ook mogen ontvangen in de heilige communie.
Jezus neemt onze zonden mee op het kruis. Dat is de reden waarom Hij nu met de zondaars afdaalt in de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Daar, in het vuile en brakke water van de Jordaan, wordt Jezus gedoopt in onze zondigheid, om het mee te nemen naar het kruis en het daar in de dood achter te laten. Zijn doop en zijn dood hebben dus alles met elkaar te maken. Dat geldt ook voor het doopsel dat wij ontvangen hebben. Zoals Jezus gedoopt is in onze zondigheid, zo zijn wij gedoopt in zijn heiligheid, gelouterd in het vuur van de Heilige Geest! Om die reden is het van belang wie je de ware Messias heeft aangewezen. Vele mensen geloven in Jezus, maar als je wat doorvraagt, is dat een Jezus die niet verder komt dan een prachtige historische figuur, een wijsheidsleraar of wonderdokter. En helaas heeft die ‘Jezus-de-wonderdokter’ nogal wat valse genezingspredikanten in dienst, die denken mensen met een simpele handoplegging van kanker of anderszins te kunnen genezen. Dat heeft niets te maken met de Messias die het doopsel van de zondigheid heeft ondergaan en aan het kruis is gestorven voor onze zonden. Dat is een Messias die je jezelf aanwijst. De ware Jezus wordt ons aangewezen door Johannes de Doper, daar in de stoffige woestijn.
Vandaag mag ik mijn 12,5-jarig wijdingsjubileum vieren als diaken. Roeping heeft aan mij geknaagd al sinds mijn tienertijd. Als God ergens zijn tanden in zet, laat Hij niet meer los... En als je vervolgens gaat praten met de pastoor en met mensen van het bisdom, dan gaat men onderzoeken waar deze roeping vandaan komt. Wiens stem hoor je? Is dat de stem van je eigen verlangen, is het je hang naar aandacht, de stem die jou graag op een voetstuk plaatst, of is het de stille stem van God? Wat men in feite vraagt is: Wie heeft jou Jezus aangewezen? Was je dat zelf met alle daarbij behorende en zelfgecreëerde voorstellingen van Hem en zijn Kerk? Of was dat Johannes de Doper? Ik moet u zeggen dat in mijn jeugd Johannes de Doper, in de geestelijke zin van het woord, in geen velden of wegen was te bekennen. Jezus had ik blijkbaar mijzelf aangewezen. Wellicht was dat de reden dat ik toen niet positief durfde te antwoorden op mijn roeping. Pas vele jaren later kon ik serieus aan mijn roeping gaan werken zodra ik de Jezus kon aanvaarden die Johannes de Doper mij had aangewezen.
Pas nadat Jezus door Johannes is aangewezen en van hem het doopsel heeft ontvangen, opent zich de hemel, daalt de Geest neer en klinkt de stem van God de Vader. Het volle besef van Gods drievuldige aanwezigheid is pas dan aanwezig. Dat is niet om te keren, zo van: pas nadat ik God in zijn volle glorie heb ervaren, dan kom ik Jezus vast ook wel op het spoor. Nee, zie Hem eerst staan naast Johannes de Doper in de modderige rivier van je eigen zondigheid, en zie in het verlengde daarvan het pad dat Hem brengt naar het kruis. Dan pas word je gewaar wie God werkelijk is en ga je gaan ervaren wat het betekent verlost te zijn in en door Hem. En pas dan vallen alle ‘roepingen-kwartjes’ op zijn plek.
Ik dank God voor de genade die ik mag ondervinden. Ik hoop iets daarvan te kunnen doorgeven als diaken. Veel dank voor uw gebed en weet u ook van mijn gebed verzekerd. God laat niet los het werk dat zijn hand begon! Door Christus, onze Heer. Amen.
Diaken Franck Baggen