We leven in een tijd en een cultuur waaruit godsdienst aan het verdampen is. Steeds minder mensen binden zich voor langere tijd aan een kerk of noemen zichzelf godsdienstig. Dat wil niet zeggen dat ze niet meer gelovig zijn. Hele volksstammen geloven nog wel dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde, dat er meer is dan alleen het zichtbare en het tastbare. Op vandaag is men meer spiritueel dan godsdienstig. Met andere woorden: godsdienst heeft plaats gemaakt voor allerhande spiritualiteit. Als je goed om je heen kijkt, dan zie je het overal: boekwinkels staan vol met boeken over esoterie en spiritualiteit en Boeddha-beeldjes staan op de gekste plekken, ook bij christenen in huis.
We zijn veeleer op zoek naar de spiritualiteit achter de godsdienst, dan naar de godsdienst zelf. Vele mensen zijn meer zoekers dan gelovigen of meer stand-alone gelovige dan lid van een geloofsgemeenschap. Hoe vaak heb ik al niet gehoord dat men zegt: ik heb de kerk niet nodig voor mijn geloof. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat ik dit hoor, zou ik nu rijk zijn. Men komt God immers overal tegen: in de natuur, in de medemens, in al het mooie van deze wereld en weet ik waar nog meer.
Er valt veel te zeggen over deze standpunten. God is inderdaad te bespeuren in de natuur, in de medemens en in al het mooie van deze wereld. Het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) heeft er een document over geschreven: Nostra Aetate (‘In onze tijd’). De Kerk beschrijft hierin hoe ze zich verhoudt tot andere religies, godsdiensten en spiritualiteiten. Al die religies weerkaatsen “een straal van de Waarheid die alle mensen verlicht” (Nostra Aetate, par. 2). Al die plekken zijn vindplaatsen van God, maar... – en hier komt de grote ‘maar’ – word je op deze vindplaatsen aangesproken door de levende en persoonlijke God? In de meeste van de geestelijke wijsheden, in de meeste religies en godsdiensten, is het de mens die het initiatief neemt, is het de mens die zoekt, is het de mens die de actieve rol vervult en de zoekregels bepaalt. God is 'iets' om te ontdekken, God is om te onthullen na een lange geestelijke zoektocht. God vinden is een kwestie van volhouden, van je inspannen, van lang genoeg zoeken.
Nogmaals: ik zeg niet dat God niet gevonden kan worden in andere religies. Ze hebben allemaal 'een straal van de Waarheid'. Echter, in de meeste gevallen is het dat God door óns gevonden moet worden op basis van ónze zoektermen. Hoe vaak zie je dat niet bij blind dates: op papier matcht de partner die gezocht wordt volledig met de wensen en verlangens van de zoeker. Maar in de praktijk, als ze eenmaal met elkaar in gesprek gaan, springt er geen vonk over. Zo zoeken velen ook God. De God die je dan vindt matcht niet, want Hij voldoet niet aan je verwachtingen. En als er wel een match is, dan is er veelal sprake van een aan onze wensen en eisen aangepast Godsbeeld. Dat laatste is in de mode bij de meer (extreem)rechts georiënteerde medemens. Geert Wilders noemt zich voorvechter van een joods-christelijk Europa; personen als Donald Trump en J.D. Vance noemen zichzelf christelijk (Vance is zelfs rooms-katholiek) en verdedigers van het christelijke geloof. Maar wat verdedigen ze? Hun zelfgecreëerde Godsbeeld?
In het christelijke geloof werkt het andersom. Daarin zijn wij niet de zoekers, maar is God degene die óns zoekt. God gaat aan ons zoeken vooraf. Hij verlangt er als eerste naar met ons in relatie te treden. Daartoe openbaart Hij zich aan ons. Hij doet dat in de geschiedenis, zoals we lezen in de Bijbel en in onze christelijke traditie. De christelijke God toont zich niet op basis van onze zoektermen. De Jezus waarin vele mensen geloven is toch vaak een Jezus die men zichzelf heeft aangewezen. Deze Jezus is een soort wijsheidsleraar, een interessante historische figuur, een filosoof, maar is niet de Jezus die voor ons aan het kruis is gestorven. De enige ware Jezus wordt ons aangewezen door Johannes de Doper: “Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden van de wereld”. Het beeld van het lam is niet bedoeld als een knuffeldier, van een Jezus die ons een knuffel-God brengt. Nee, het lam is niets anders dan een offerdier. Johannes wijst dus op het offer dat God zélf komt brengen in en door Jezus, in wie Hij ons met Zich verzoent!
In het evangelie horen wij van de drie wijzen uit het oosten. Deze wijzen of magiërs waren een combinatie van astrologen en astronomen. Zij bekeken de sterren met een zekere wetenschappelijke interesse. Zij trachtten afstanden tussen sterren en planeten te berekenen, maar probeerden ook in de beweging van de hemellichamen de wil van God te lezen. Zij dachten dat God de sterren gebruikte om ons iets te duidelijk te maken. De wijzen zoeken dus ook God, zoals er vandaag ook vele zoekers zijn. Zij komen daarmee een heel end, zoals velen ook een heel end komen in hun zoektocht naar God. Maar helemaal komen ze er niet. De wijzen komen op basis van een bewegende ster in het paleis in Jeruzalem, want ja: een koningskind zoek je in een paleis! Zover komen we op grond van hun eigen zoektermen. Maar het Christuskind vinden daar niet. Om de exacte plek van de geboorte van Jezus te vinden moeten ze de heilige Schrift en de profeten raadplegen.
Met andere woorden: voor het laatste stuk van hun zoektocht zijn ze van Gods openbaring afhankelijk. Pas op basis van Gods openbaring in de Heilige Schrift en de profeten die Gods woord gesproken hebben, vinden de wijzen de exacte plek van Jezus’ geboorte. Hier zie je weer dat je als geestelijke zoeker een heel end kunt komen, maar nooit helemaal waar je wilt zijn. Daartoe ben je van Gods openbaring, van Gods zoektocht naar ons, afhankelijk. Vandaar dat dit feest van de Openbaring van de Heer zo belangrijk is! God laat zich niet wringen in onze wensen, eisen en verwachtingen, in hoe wij Hem willen vinden. Hij laat zich alleen vinden als wij in staat zijn onze eisen en wensen los te laten en ons aan zijn genade en liefde durven over te geven. Daarom zegt Jezus: “Geef, en u zal gegeven worden” (Luc. 6, 36). Dat is de grondhouding waartoe wij worden uitgenodigd op dit feest. Moge wij zo, en velen met ons, de goede God leren kennen als de Bron van geloof, hoop en liefde. Door Christus, onze Heer. Amen.
Diaken Franck Baggen